De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 februari 2025 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten voor de overlevering van een Poolse verdachte. De verdachte, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, werd gedetineerd in een Nederlandse inrichting.
Tijdens de procedure werden meerdere zittingen gehouden, waaronder op 7 januari 2025 en 11 februari 2025, waarbij de verdachte werd bijgestaan door een raadsman en een Poolse tolk. De rechtbank verlengde de beslistermijn en de gevangenhouding meerdere malen, en stelde een vraag aan de Poolse autoriteiten over relevante aspecten.
Een belangrijk discussiepunt was de situatie in de Poolse gevangenis in Barczewo, waar de verdachte na overlevering zou worden gedetineerd. De raadsman verwees naar rapporten die zorgwekkende detentieomstandigheden beschreven, maar de officier van justitie stelde dat er geen actueel algemeen reëel gevaar is voor schending van grondrechten, mede gezien de inspanningen van de Poolse autoriteiten.
De rechtbank verwees naar een recente uitspraak van 14 februari 2025 in een andere zaak, waarin werd geoordeeld dat er geen algemeen gevaar bestaat voor onmenselijke of vernederende behandeling in Barczewo. Op basis hiervan concludeerde de rechtbank dat de overlevering toegestaan kan worden. Het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en er zijn geen weigeringsgronden. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.