ECLI:NL:RBAMS:2025:1230

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 februari 2025
Publicatiedatum
26 februari 2025
Zaaknummer
13-353432-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 8 Wegenverkeerswet 1994Art. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks Poolse detentieomstandigheden

De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 februari 2025 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten voor de overlevering van een Poolse verdachte. De verdachte, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, werd gedetineerd in een Nederlandse inrichting.

Tijdens de procedure werden meerdere zittingen gehouden, waaronder op 7 januari 2025 en 11 februari 2025, waarbij de verdachte werd bijgestaan door een raadsman en een Poolse tolk. De rechtbank verlengde de beslistermijn en de gevangenhouding meerdere malen, en stelde een vraag aan de Poolse autoriteiten over relevante aspecten.

Een belangrijk discussiepunt was de situatie in de Poolse gevangenis in Barczewo, waar de verdachte na overlevering zou worden gedetineerd. De raadsman verwees naar rapporten die zorgwekkende detentieomstandigheden beschreven, maar de officier van justitie stelde dat er geen actueel algemeen reëel gevaar is voor schending van grondrechten, mede gezien de inspanningen van de Poolse autoriteiten.

De rechtbank verwees naar een recente uitspraak van 14 februari 2025 in een andere zaak, waarin werd geoordeeld dat er geen algemeen gevaar bestaat voor onmenselijke of vernederende behandeling in Barczewo. Op basis hiervan concludeerde de rechtbank dat de overlevering toegestaan kan worden. Het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en er zijn geen weigeringsgronden. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe ondanks bezwaren over detentieomstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-353432-24
Datum uitspraak: 25 februari 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 7 november 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 18 juli 2024 door
the Circuit Court of Zielona Góra, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1984,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [detentieplaats],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting 7 januari 2025
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 7 januari 2025, in
aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen
en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. H.G. Koopman, advocaat in Amsterdam, en door een
tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW)
uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding
bevolen.
Tussenuitspraak 21 januari 2025
De rechtbank heeft op 21 januari 2025 [3] een tussenuitspraak gewezen, waarbij het onderzoek ter
zitting is heropend en voor onbepaalde tijd is geschorst om de in de tussenuitspraak onder 6 genoemde vraag voor te leggen aan de Poolse autoriteiten. Bij tussenuitspraak is de beslistermijn op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met 30 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Zitting 11 februari 2025
De behandeling van het EAB is met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 11 februari 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. H.G. Koopman en door een tolk in de Poolse taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Tussenuitspraak

De rechtbank stelt vast dat bij de tussenuitspraak van deze rechtbank van 21 januari 2025 reeds is geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon zoals bedoeld in artikel 12 OLW Pro, de dubbele strafbaarheid en artikel 11 OLW Pro in combinatie met artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU. Hetgeen de rechtbank heeft overwogen kan als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

4.Artikel 11 OLW Pro: Poolse detentieomstandigheden

Het standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat gelet op de informatie die inmiddels bekend is over de huidige situatie in de gevangenis in Barczewo, er niet van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van de aldaar gedetineerden kan worden gesproken. Hoewel de in het NMPT-rapport beschreven bevindingen zorgelijk zijn, blijkt uit deze informatie dat de Poolse autoriteiten serieus met de beschreven problematiek bezig zijn. De situatie zoals omschreven in het NMPT-rapport is daarmee niet meer actueel.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overweging onder punt 6 van de tussenuitspraak van 21 januari 2025, die hier als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd.
De rechtbank heeft in een andere zaak [4] vragen gesteld over de detentieomstandigheden in de gevangenis in Barczewo. De rechtbank heeft in die zaak op 14 februari 2025 uitspraak gedaan [5] , waarin zij tot het oordeel komt dat er geen algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden die daar worden gedetineerd worden onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling, gelet op de detentieomstandigheden. Derhalve is de vraag of de opgeëiste persoon na overlevering in de gevangenis in Barczewo wordt gedetineerd niet langer relevant.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 8 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994 en 2, 5, 7, OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the Circuit Court of Zielona Góra,Polen, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. E.G.M.M. van Gessel, voorzitter,
mrs. J.G. Vegter en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. E.A. Harland en M.J.D. Hartman, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 25 februari 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Parketnummer 13-353432-24, ter publicatie aangeboden.
4.Rb. Amsterdam d.d. 16 januari 2025 (ECLI:NL:RBAMS:2025:326).