ECLI:NL:RBAMS:2025:2281

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 maart 2025
Publicatiedatum
8 april 2025
Zaaknummer
25/002098
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.5.12 SvArt. 552a SvArt. 94 lid 2 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid klaagschrift tegen niet-uitgevoerde bevriezingsbevelen cryptocurrency

Klager diende een klaagschrift in tegen drie bevriezingsbevelen die in maart 2021 waren uitgevaardigd ten aanzien van cryptocurrency wallets bij Coinbase. Deze bevelen waren bedoeld als voorbereiding op beslaglegging. Tijdens de zitting op 13 maart 2025 gaf het Openbaar Ministerie aan dat de bevriezingsbevelen nooit zijn uitgevoerd en inmiddels niet meer relevant zijn vanwege het ontbreken van strafvorderlijk belang.

De rechtbank stelde vast dat Coinbase niet de houder van de wallets is en dat er geen beslag is gelegd. Hierdoor ontbrak de wettelijke grondslag om te klagen zoals bedoeld in artikel 552a Sv. Klager werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn klaagschrift.

De beslissing werd genomen door de rechtbank Amsterdam op 27 maart 2025, waarbij klager niet aanwezig was maar vertegenwoordigd werd door zijn raadsman. De uitspraak werd gedaan door drie rechters onder voorzitterschap van B.M. Vroom-Cramer.

Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn klaagschrift tegen de bevriezingsbevelen omdat deze niet zijn uitgevoerd en er geen strafvorderlijk belang meer bestaat.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

RK nummer: 25.002098
Datum beschikking: 27 maart 2025
BESCHIKKING
op het klaagschrift
ex artikel 5.5.12 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv)van:
[klager] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1972,
naar de rechtbank begrijpt domicilie kiezende te [adres] (het kantooradres van zijn raadsman),
hierna: klager.

1.Procesgang

Het klaagschrift is op 23 januari 2025 ingediend ter griffie van deze rechtbank. Bij brief van 31 januari 2025 heeft het Openbaar Ministerie gereageerd op het klaagschrift.
De rechtbank heeft op 13 maart 2025 het klaagschrift behandeld en de gemachtigd raadsman van klager, mr. J.C. Reisinger, advocaat in Utrecht, en de officier van justitie bij het Functioneel Parket Amsterdam, mr. C.J.A. van der Maas, in openbare raadkamer gehoord.
Klager is niet verschenen.

2.Feiten en omstandigheden

Op 11 maart 2021 heeft de officier van justitie te Amsterdam drie bevriezingsbevelen (“
Freezing order – in anticipation of seizure of cryptocurrency”) uitgevaardigd, als voorbereiding op beslag op grond van artikel 94 lid 2 Sv Pro.
De bevelen zien op het totale bedrag aan cryptocurrency in drie met naam genoemde “wallets” te weten
  • [wallet 1] ;
  • [wallet 2] ;
  • [wallet 3]
en de cryptocurrency in wallets van dezelfde accounthouders die door de bevriezing geraakt worden.
In de bevelen is vermeld dat Coinbase, een bedrijf dat is gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, de houder is van de wallets. Het verzoek tot bevriezing is dan ook aan dit bedrijf gericht.
Het doel van de bevriezing is volgens de bevelen:
  • bewijsmateriaal vastleggen;
  • verbeurdverklaring;
  • inbeslagneming.
Op de zitting van 13 maart 2025 heeft de officier van justitie meegedeeld dat de bevriezingsbevelen niet zijn uitgevoerd, niet hebben geleid tot inbeslagname en inmiddels niet meer relevant zijn vanwege het ontbreken van strafvorderlijk belang.
De officier van justitie heeft e-mail correspondentie uit februari 2025 tussen de parketsecretaris van het Openbaar Ministerie en een medewerker van Coinbase overgelegd, waaruit blijkt dat Coinbase niet de houder is van de wallets. Uit deze correspondentie, in het bijzonder uit de mededelingen van de parketsecretaris en de officier van justitie, volgt ook dat er geen strafvorderlijk belang meer is bij de bevriezingsbevelen en/of het leggen van beslag.

3.Inhoud klaagschrift en standpunt klager

De raadsman heeft op de zitting van 13 maart 2025 toegelicht dat het klaagschrift is ingediend, omdat klager in een Franse strafzaak in verband zou worden gebracht met de wallets.
De raadsman heeft zich vervolgens, gehoord de mededelingen van de officier van justitie, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn klaagschrift. Blijkbaar zijn de bevriezingsorders nooit uitgevoerd. In ieder geval is er door het functioneel parket nimmer beslag gelegd op de genoemde wallets bij Coinbase. Subsidiair heeft zij aangevoerd dat klager geen belanghebbende is in de zin van de wet.

5.Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt op grond van de mededeling van de officier van justitie en de door haar overgelegde stukken vast dat de bevriezingsbevelen niet zijn uitgevoerd en niet meer geldig zijn. Van inbeslagneming is geen sprake geweest. Derhalve is van enige in artikel 552a Sv genoemde grond om te klagen dus geen sprake, zodat klager geen belang heeft bij zijn klaagschrift. Hij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn klaagschrift.

6.Beslissing

De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift.
Deze beslissing is op 27 maart 2025 gegeven en in het openbaar uitgesproken door:
mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,
mrs. M. Westerman en D.M.S. Gribling, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten en G. Riedijk, griffier.