Verdachte werd beschuldigd van vernieling van een personenauto en poging tot diefstal met braak in Amsterdam in oktober 2024 en januari 2025. De rechtbank sprak verdachte vrij van diefstal met braak, maar verklaarde vernieling en poging tot diefstal bewezen op basis van aangifte, proces-verbaal en bekennende verklaringen.
De rechtbank nam kennis van het strafblad van verdachte, waaruit bleek dat hij sinds 2022 meerdere vermogensdelicten had gepleegd. De reclassering adviseerde een voorwaardelijke ISD-maatregel vanwege het hoge recidiverisico en de verslavingsproblematiek van verdachte, die inmiddels gemotiveerd was voor gedragsverandering en openstond voor klinische opname.
De rechtbank oordeelde dat aan alle wettelijke voorwaarden voor het opleggen van een ISD-maatregel was voldaan en dat een voorwaardelijke maatregel passend was. De maatregel werd gekoppeld aan een proeftijd van twee jaar met bijzondere voorwaarden zoals opname in een zorginstelling, ambulante behandeling, meldplicht bij de reclassering, dagbesteding, schuldhulpverlening, middelencontrole en begeleid wonen.
De rechtbank gaf verdachte hiermee een laatste kans om zijn leven te beteren binnen een strak kader, met het oog op bescherming van de maatschappij en het voorkomen van recidive. De voorlopige hechtenis werd opgeheven per 20 mei 2025.