ECLI:NL:RBAMS:2025:3974
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslag op staande voet en toekenning billijke en transitievergoeding
De werknemer trad op 1 juli 2024 in dienst bij Haut Horeca B.V. met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Op 18 januari 2025 werd zij mondeling opgezegd en op 30 januari 2025 schriftelijk op staande voet ontslagen met een opzegtermijn van één maand. De werknemer betwistte het ontslag en verzocht vernietiging en loonbetaling.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was gegeven omdat het niet onverwijld was meegedeeld; de werkgever had 12 dagen onderhandeld en gehandeld zonder spoed. Hierdoor was het ontslag feitelijk een gewone opzegging met opzegtermijn, en daarmee onrechtmatig.
De werknemer had haar primaire verzoek tot vernietiging ingetrokken via een e-mail van haar gemachtigde, waarop de werkgever mocht vertrouwen. Daarom werden alleen subsidiaire verzoeken beoordeeld. De kantonrechter kende de transitievergoeding van €648,- toe, evenals een billijke vergoeding van €12.000,- wegens het onrechtmatige ontslag. Verzoeken tot betaling van vakantiegeld en buitengerechtelijke kosten werden afgewezen. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is vernietigd en de werkgever is veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding, transitievergoeding en proceskosten.