Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:4043

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 juni 2025
Publicatiedatum
16 juni 2025
Zaaknummer
781825
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.4.10 SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank Amsterdam verklaart zich onbevoegd inzake klaagschrift inbeslagname auto in Nijkerk

Op 4 december 2024 verzochten de Franse autoriteiten middels een Europees onderzoeksbevel (EOB) om de inbeslagname van een Mercedes in Nijkerk in verband met een strafrechtelijk onderzoek tegen klager. De auto werd op 6 december 2024 in beslag genomen. Klager diende op 25 maart 2025 een klaagschrift in bij de rechtbank Amsterdam met het verzoek tot teruggave van de auto, stellende dat de rechtbank Amsterdam bevoegd was en dat het inbeslagnamebesluit onterecht was.

De rechtbank Amsterdam behandelde het klaagschrift op 11 juni 2025, waarbij de gemachtigde van klager en de officier van justitie werden gehoord. De officier van justitie betoogde dat de rechtbank Amsterdam niet bevoegd was omdat de inbeslagname plaatsvond in Nijkerk (arrondissement Gelderland) en het EOB wordt uitgevoerd door het Landelijke Parket in Zwolle (arrondissement Overijssel).

De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 5.4.10 en artikel 552a Sv de rechtbank van het arrondissement waar de inbeslagname heeft plaatsgevonden bevoegd is. Omdat de auto in Nijkerk is in beslag genomen, is de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, bevoegd. De rechtbank Amsterdam verklaarde zich daarom onbevoegd en zond het klaagschrift door naar de rechtbank Gelderland voor verdere behandeling.

Uitkomst: Rechtbank Amsterdam verklaart zich onbevoegd en zendt klaagschrift door naar rechtbank Gelderland.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

RK nummer: 007818-25
Datum beschikking: 11 juni 2025
BESCHIKKING
op het klaagschrift
ex artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvorderingvan:
[klager] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ) op [geboortedag] 1995,
woonplaats kiezend op het kantoor van zijn raadsman mr. M. Jonk,
[adres] ,
hierna: klager.

1.Procesgang

Het klaagschrift is op 25 maart 2025 ingediend op de griffie van deze rechtbank.
De rechtbank heeft op 11 juni 2025 het klaagschrift behandeld en de gemachtigde raadsvrouw van klager, mr. T. Novakovic, die waarneemt voor mr. M. Jonk, beiden advocaat in Amsterdam, en de officier van justitie, mr. A.L. Wagenaar, in openbare raadkamer gehoord.
Klager is niet verschenen.

2.Feiten en omstandigheden

De Franse autoriteiten hebben door middel van een Europees onderzoeksbevel (EOB) van
4 december 2024 verzocht om inbeslagname van, onder meer, een Mercedes met kenteken [kentekennummer] in verband met een strafrechtelijk onderzoek tegen klager ter zake van de verdenking dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten zoals omschreven in genoemd EOB.
Op 6 december 2024 is ter uitvoering van het EOB de betreffende personenauto onder klager in beslaggenomen.

3.Inhoud klaagschrift en standpunt klager

Het klaagschrift strekt tot teruggave van genoemde personenauto aan klager.
De raadsvrouw heeft vooropgesteld dat zij de rechtbank Amsterdam bevoegd acht tot kennisneming van het klaagschrift. De verdediging stelt zich verder op het standpunt dat de auto terug moet naar klager wegens het ontbreken van strafvorderlijk belang om deze in beslag te nemen en te houden.

4.Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank Amsterdam niet bevoegd is, nu de goederen in beslag zijn genomen te Nijkerk in het kader van een EOB. Het EOB wordt uitgevoerd door het Landelijke Parket in Zwolle. Nu Zwolle in het arrondissement Overijssel ligt, is de rechtbank Overijssel bevoegd om op het klaagschrift te beslissen.

5.Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt als volgt. Uit artikel 5.4.10, derde lid, juncto artikel 552a, derde en vierde lid, van het wetboek van Strafvordering volgt dat het bevoegde gerecht de rechtbank is van het arrondissement waarbinnen de inbeslagneming is geschied of waar de vervolging is aangevangen. In het onderhavige geval is de vervolging (in Nederland) niet aangevangen en zijn de goederen in Nijkerk in beslag genomen in het kader van een EOB. Derhalve is de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, bevoegd tot afdoening van dit klaagschrift. Dat klager het klaagschrift heeft ingediend bij de rechtbank Amsterdam maakt niet dat hij niet-ontvankelijk is in zijn klaagschrift, maar dat dit dient te worden doorgezonden naar het bevoegde gerecht, te weten de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem.

6.Beslissing

De rechtbank verklaart zich
ONBEVOEGDtot het afdoen van het klaagschrift en stelt de stukken in handen van de griffier teneinde het klaagschrift ter afdoening aan de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, te verzenden.
Deze beslissing is op 11 juni 2025 gegeven en in het openbaar uitgesproken door:
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. L.F. Bögemann en D.M.S. Gribling, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. D. Kloos en G.S. Haas, griffiers,