Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
niet tot overeenstemming zijn gekomen, heeft ieder der partijen het recht om de huurovereenkomst op te zeggen met inachtneming van het daaromtrent bepaalde in de wet en in de huurovereenkomst.
3.Het geschil
- het wijzigingsbeding in artikel 4 van de bijzondere bepalingen van de huurovereenkomst te vernietigen;
- haar het onverschuldigd betaalde bedrag aan huursommen van primair € 56.696,56, althans subsidiair € 28.421,16, te betalen;
- de huurprijs te verminderen met 20%, althans een redelijk bedrag, vanaf 8 november 2021, de datum waarop de gebreken aan Vesteda bekend zijn gemaakt tot aan 1 januari 2025, de datum dat de gebreken waren hersteld;
- Vesteda te veroordelen in de kosten van de ingeschakelde deskundige van €3.220,11;
- de kosten van het geding;
4.De beoordeling
5.De beslissing
donderdag 17 juli 2025bij akte een overzicht moet overleggen van (i) de betaalde huur van de periode 28 juni 2018 tot en met heden en (ii) een overzicht van wat de huur gedurende de looptijd van de gehele huurovereenkomst had mogen zijn op basis van de verhogingen met de CPI, voor zover die is gevolgd, waarbij in de periode van 8 november 2021 tot en met 9 oktober 2024 een huurprijsvermindering van 5% geldt, waarna [eiser] op de rolzitting van
donderdag 31 juli 2025een antwoordakte kan nemen,