Uitspraak
1.De procedure
- de akte van Summa Vastgoed, tevens een akte aanvulling grondslag van de vordering.
2.De verdere beoordeling
- wettelijke rente
€
92,88
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam op 24 juni 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen Summa Vastgoed B.V. en een gedaagde partij over een huurprijswijzigingsbeding en een kostenbeding in de huurovereenkomst. De kantonrechter heeft in het eindvonnis geoordeeld dat het huurprijswijzigingsbeding, dat een opslag van maximaal 3% toestaat, niet als oneerlijk wordt beschouwd op basis van een arrest van de Hoge Raad. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de gedaagde partij geen argumenten heeft aangedragen om aan te nemen dat dit beding oneerlijk is. De vordering tot betaling van een huurachterstand is dan ook toewijsbaar, met inachtneming van een reeds gedane betaling van € 150,03 door de gedaagde.
Daarnaast heeft de kantonrechter het kostenbeding in artikel 25.2 van de algemene bepalingen als oneerlijk aangemerkt. Summa Vastgoed kon zich niet beroepen op dit beding voor het vorderen van incassokosten, omdat het beding de gedaagde niet bindt. De kantonrechter heeft de vordering tot betaling van incassokosten afgewezen. De gedaagde heeft verder verweer gevoerd, maar de kantonrechter heeft geoordeeld dat de gedaagde niet tijdig heeft gereageerd op de aanmaningen en dat er geen bewijs is van een betalingsregeling die door Summa Vastgoed zou zijn bevestigd. De kantonrechter heeft de gedaagde veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente en proceskosten, en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.