Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the District Court of Kielce, Polen(hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
enforceable judgement of the Regional Court of Kielce dated on 2 december 2022met referentie:
II K 189/22.
noot rechtbank: de rechtbank constateert dat dit een kennelijke misslag is nu de vragen door het IRC op 3 december 2024 zijn gesteld. De rechtbank gaat dan ook uit van 4 december) 2024 volgt dat de opgeëiste persoon een adres in [geboorteplaats] heeft opgegeven als zijn postadres. Ook blijkt dat de oproepingen voor de zittingen steeds zijn gestuurd naar dit door de opgeëiste persoon opgegeven adres. In de eerste plaats gaat het om een aanklacht (
indictment) en oproep voor de eerste zittingsdag op 27 mei 2022, die op 7 maart 2022 bezorgd zijn op het adres (en door een vrouw in ontvangst zijn genomen). Uit de informatie blijkt verder dat de opgeëiste persoon de oproeping voor de volgende zitting (die plaats vond op 7 september 2022) in persoon op voornoemd adres in ontvangst genomen heeft, namelijk op 28 juni 2022. Bij de aanvullende informatie zit een stuk in de Poolse taal én in vertaling waarop de handtekening van opgeëiste persoon staat. Gelet op het vertrouwensbeginsel gaat de rechtbank uit van de juistheid van die informatie. De rechtbank stelt daarnaast ook vast dat de handtekening van de ontvangstbevestiging van de oproeping voor de zitting in Polen overeenkomt met de handtekening op de akte van uitreiking voor de zitting hier in Nederland. De enkele ontkenning door de opgeëiste persoon dat het niet zijn handtekening is, is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. Ook het gegeven dat de opgeëiste persoon op 26 juni 2022 nog in Nederland vast heeft gezeten voor een winkeldiefstal, maakt niet dat hij op 28 juni 2022 niet in Polen zou kunnen zijn geweest. De oproep voor de laatste zittingsdag (2 december 2022) is – zoals hiervoor omschreven – opgestuurd naar het opgegeven adres en niet afgehaald. Ook blijkt uit deze informatie dat de opgeëiste persoon tijdens het voorbereidend onderzoek is gewezen op zijn rechten en plichten als verdachte, waaronder de instructie om eventuele adreswijzigingen door te geven. De opgeëiste persoon heeft geen adreswijziging doorgegeven, ook al is hij in de periode dat de procedure liep – in de zomer van 2022 – naar Nederland verhuisd.
4.Strafbaarheid: Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
5.Artikel 11 OLW Pro
European Judicial Network(hierna: EJN) de volgende informatie ontvangen over het Poolse plaatsingsbeleid van gedetineerden (gebaseerd op de Poolse
Executive Penal Code):
Report of the Commissioner for Human Rights on the Activities of the National Mechanism for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment in Poland in 2022 [7] (hierna: het rapport van het NMPT) is op pagina’s 46 t/m 48 het volgende te lezen over de situatie in de gevangenis van Barczewo:
remand regimezal worden geplaatst en heeft hierbij verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 december 2024 (ECLI:NL:RBAMS:2024:8208). Gelet op het feit dat er een risico bestaat dat hij geplaatst wordt in een
remand regimeen voor dat regime een algemeen gevaar is aangenomen, dient het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te worden verklaard. Subsidiair stelt de raadsman zich op het standpunt dat er nadere informatie moet worden opgevraagd aan de Poolse autoriteiten over waar de opgeëiste persoon gedetineerd zal worden in Polen.
remand regimeworden geplaatst. Het verweer van de raadsman behoeft gelet daarop dan ook geen verdere bespreking.
applying coercive measures” zijn geweest, hetgeen volgens het NMPT uitzonderlijk is voor een dergelijke instelling. Het NMPT rapporteert over een strikt regime van discipline dat met gebruik van informele methodes wordt gehandhaafd. Het NMPT acht de verklaringen kennelijk voldoende geloofwaardig, althans ziet daarvoor voldoende ondersteuning, om meerdere stevige aanbevelingen te doen die ertoe strekken dat het geweldsprobleem in Barczewo systematisch wordt aangepakt en die leiden tot een omslag in de daar heersende institutionele cultuur. Gelet op de ernst van het geschetste beeld heeft de rechtbank in een andere zaak, ondanks dat het bezoek waarover in het rapport wordt gerapporteerd al van ruim twee jaar geleden is, per uitspraak van 16 januari 2025 [8] besloten het onderzoek in die zaak te heropenen om op dit punt vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. De rechtbank vraagt, kort samengevat, of de informatie van het EJN klopt, in welke gevangenis de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid wordt geplaatst en wat de actuele situatie in Barczewo op dit moment is.
6.Slotsom
7.Toepasselijke wetsbepalingen
8.Beslissing
op 3 maart 2025,
uiterlijk op 17 februari 2025opnieuw op zitting moet worden gepland.