Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
27 Onmiddellijke opeisbaarheid
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een vordering van ING Bank tegen een klant wegens betaling van een debetsaldo en terugbetaling van een lening. De klant had bij de leningaanvraag een vervalste loonstrook overgelegd, wat door ING als frauduleus werd aangemerkt. ING beëindigde daarop de bancaire relatie en eiste onmiddellijke betaling van de openstaande bedragen.
De klant erkende zijn fouten en gaf aan een moeilijke periode te hebben doorgemaakt, maar betwistte de hoogte van de vordering niet. De kantonrechter oordeelde dat de opzegging van de bancaire relatie gerechtvaardigd was op grond van artikel 27 van Pro de Algemene Bankvoorwaarden, waardoor de vorderingen onmiddellijk opeisbaar werden.
De kantonrechter beoordeelde ambtshalve de toepasselijkheid van het consumentenrecht en stelde vast dat artikel 28 van Pro de Algemene Bankvoorwaarden, dat alle bijzondere kosten op de consument verhaalt, oneerlijk is. Daarom werden de buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten afgewezen.
De rechtbank veroordeelde de klant tot betaling van het debetsaldo en de lening met wettelijke rente vanaf 28 april 2023, en wees het meer of anders gevorderde af. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De klant wordt veroordeeld tot betaling van € 5.885,44 met wettelijke rente vanaf 28 april 2023, incassokosten en proceskosten worden afgewezen.