Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
27 Onmiddellijke opeisbaarheid
28.Bijzondere kosten
Artikel 28 Bijzondere kosten
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak vordert ING Bank N.V. betaling van een debetsaldo en terugbetaling van een lening van de gedaagde, die frauduleuze documenten heeft ingediend bij de leningaanvraag. De gedaagde had een betaalrekening bij ING met een kredietlimiet van € 500,00 en had een lening van € 5.000,00 afgesloten. Na ontdekking van valsheid in geschrifte heeft ING de bancaire relatie met de gedaagde beëindigd en de vorderingen onmiddellijk opeisbaar gemaakt. De kantonrechter heeft vastgesteld dat ING voldoende heeft aangetoond dat de gedaagde het vertrouwen heeft geschaad door gebruik te maken van vervalste documenten. De kantonrechter heeft de vordering van ING tot betaling van € 5.885,44 toegewezen, bestaande uit het debetsaldo en de openstaande lening, en de wettelijke rente vanaf 28 april 2023 toegewezen. De kantonrechter heeft echter de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten afgewezen, omdat de relevante bedingen in de algemene voorwaarden als oneerlijk zijn beoordeeld. De uitspraak is gedaan op 3 juli 2025 door kantonrechter E.J. Otten.