Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
4.Strafbaarheid; Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
6.Artikel 11 OLW: Franse detentieomstandigheden
Rennes-Vezin Penitentiary Centregedetineerd zal worden.
Rennes-Vezin Penitentiary Centregedetineerd zal worden. Voor de medeverdachte van de opgeëiste persoon, die in januari 2025 is overgeleverd, was ook een garantie voor deze detentie-instelling afgegeven, maar hij zit al een aantal maanden in isolatie in een andere gevangenis in Frankrijk vanwege collusiegevaar. Gelet op het zorgvuldigheidsbeginsel dienen er nadere vragen gesteld te worden. Het is namelijk de vraag of de opgeëiste persoon wel daadwerkelijk in Rennes-Vezin geplaatst wordt, of dat hij eveneens in een andere gevangenis geplaatst zal worden vanwege collusiegevaar. Daarnaast dienen er vragen gesteld te worden over het isolatieregime waarin de medeverdachte nu al lang zit en of de opgeëiste persoon ook in een dergelijk regime geplaatst zal worden.
Rennes-Vezin Penitentiary Centre. De raadsvrouw heeft enkele stukken aangedragen op basis waarvan zij heeft bepleit dat de berekening van de bezettingsgraad van de rechtbank in de uitspraak van 20 juni 2024 [5] niet correct was.
Rennes-Vezin Penitentiary Centregeplaatst zal worden. De informatie over de overplaatsing van de medeverdachte in een andere gevangenis is op zich juist, maar is niet van belang in onderhavige zaak. Het is geen objectieve bron op basis waarvan de rechtbank kan vaststellen dat de opgeëiste persoon blootgesteld zal worden aan mensenrechtenschendingen.
Rennes-Vezin Penitentiary Centrekan worden toegestaan. Deze detentie-instelling is al eerder door de rechtbank in orde bevonden. De officier van justitie heeft verwezen naar eerdere uitspraken over deze detentie-instelling. [6] De verdediging heeft geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens overgelegd waaruit zou blijken dat inmiddels wel sprake zou zijn van een algemeen gevaar.
Rennes-Vezin Penitentiary Centre. De rechtbank gaat, gelet op het tussen de lidstaten geldende beginsel van wederzijds vertrouwen, hierbij uit van de informatie van de uitvoerende justitiële autoriteit in de brief van 2 juni 2025. Dat de medeverdachte van de opgeëiste persoon uiteindelijk in een andere detentie-instelling is geplaatst, maakt niet dat de rechtbank niet langer kan uitgaan van het recente bericht van de Franse autoriteiten dat de opgeëiste persoon zal worden geplaatst in Rennes-Vezin.
Rennes-Vezin Penitentiary Centre. De raadsvrouw heeft verder ook geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens overgelegd die tot een ander oordeel zouden moeten leiden. De rechtbank volgt daarom haar eerdere uitspraken waarin van dezelfde gegevens is uitgegaan die in de in deze zaak verstrekte informatie is terug te vinden. Artikel 11 OLW staat daarom niet aan de overlevering van de opgeëiste persoon in de weg en de rechtbank ziet geen aanleiding om hierover nadere vragen te stellen.
7.Slotsom
8.Toepasselijke wetsartikelen
9.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan de Procureur van de Republiek van de Rechtbank van Rennes (Frankrijk) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.