ECLI:NL:RBAMS:2025:5450

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 juli 2025
Publicatiedatum
24 juli 2025
Zaaknummer
13-096586-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overlevering op basis van Europees aanhoudingsbevel met betrekking tot detentieomstandigheden in Kroatië

Op 24 juli 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de overlevering van een persoon op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat was uitgevaardigd door de Kroatische autoriteiten. De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie tot overlevering beoordeeld in het licht van de detentieomstandigheden in de detentie-instelling van Osijek, Kroatië. De rechtbank heeft vastgesteld dat er geen algemeen reëel gevaar bestaat voor onmenselijke of vernederende behandeling van de opgeëiste persoon in de detentie-instelling. De rechtbank heeft de behandeling van het EAB op verschillende zittingen gevolgd, waarbij de opgeëiste persoon werd bijgestaan door zijn raadsvrouw en een tolk. De rechtbank heeft de detentieomstandigheden in Osijek beoordeeld aan de hand van de Overleveringswet (OLW) en relevante jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De rechtbank concludeert dat de Kroatische autoriteiten voldoende garanties hebben gegeven over de detentieomstandigheden en dat de opgeëiste persoon niet zal worden blootgesteld aan onmenselijke of vernederende behandeling. De rechtbank heeft daarom de overlevering toegestaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-096586-25
Datum uitspraak: 24 juli 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 7 april 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 6 april 2024 door de
Municipal Court in Osijek , Criminal
Division, Kroatië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëist persoon]
geboren in [geboorteplaats] (Kroatië) op [geboortedag] 1984,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in [detentie adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting van 28 mei 2025
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 28 mei 2025, in
aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen
en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.A.C. de Vilder-van Overmeire, advocaat in
Amsterdam en door een tolk in de Kroatische taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding
bevolen.
Tussenuitspraak van 11 juni 2025
De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 11 juni 2025 het onderzoek heropend en geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit om nadere informatie te vragen over de detentieomstandigheden. Deze nadere informatie is nodig ter beoordeling van de vraag of sprake is van een algemeen reëel gevaar voor schending van grondrechten in de detentie-instelling in Osijek .
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen over de verzochte overlevering op grond van artikel 22, vierde lid, OLW met dertig dagen verlengd, met gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Zitting van 1 juli 2025
De rechtbank heeft de behandeling van het EAB met instemming van de raadsvrouw en de officier van justitie in gewijzigde samenstelling hervat op de zitting van 1 juli 2025, in aanwezigheid van mr. M. al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw en door een tolk in de Kroatische taal.
De rechtbank heeft de zaak ter zitting aangehouden tot 15 juli 2025 om een antwoord van de uitvaardigende justitiële autoriteit op de vragen zoals gesteld op 13 juni 2025 door het IRC af te wachten.
Zitting van 15 juli 2025
De rechtbank heeft de behandeling van het EAB met instemming van de raadsvrouw en de officier van justitie in gewijzigde samenstelling hervat op de zitting van 15 juli 2025, in aanwezigheid van mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw en door een tolk in de Kroatische taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Kroatische nationaliteit heeft.

3.Tussenuitspraak

De rechtbank stelt vast dat bij de tussenuitspraak van deze rechtbank van 11 juni 2025 [3] reeds is geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB en de strafbaarheid van de feiten. Hetgeen de rechtbank met betrekking tot die onderwerpen heeft overwogen kan als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

4.Artikel 11 OLW: Kroatische detentieomstandigheden

De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overwegingen onder punt 5 van de tussenuitspraak van 11 juni 2025. De overwegingen uit voornoemde uitspraak dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.
Naar aanleiding van de tussenuitspraak van 11 juni 2025 heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) op 13 juni 2025 de door de rechtbank geformuleerde vragen voorgelegd aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.
Het
Ministry of Justice, Administration and Digital Transformation, Administration for the Prison System and Probation, Prison in Osijekheeft bij brief van 1 juli 2025 hierop als volgt geantwoord:

in accordance with your request and request made by the Public Prosecutor' s Office of Amsterdam of 13 June 2025 regarding European Arrest Warrant issued on 6 September 2024 against [opgeëist persoon] ( born on 21 July 1984 in the Republic of Croatia), we hereby further state as follows:
In the Prison in Osijek , the prison cells range from the smallest, which cover a surface area of 6.43 square meters and serve for a maximum of two people, to the largest cell, which cover a surface area of 36.77 square meters and serve for a maximum of 12 people; excluding the sanitary facility. However, due to the frequent overcapacity of the Prison in Osijek , we are unable to confirm that during his stay in the pre-trial detention facility [opgeëist persoon] will not be accommodated with more persons deprived of liberty than it is in accordance with the law. However, we would like to draw your attention to the fact that from the beginning of 2025 until today, we have not had any persons deprived of liberty sleeping on auxiliary beds, which means that every person deprived of liberty has been provided with a decent bed with a mattress, sheets, a pillow with a pillowcase and a blanket.
The Prison in Osijek also pays special attention to the recommendations of the CPT, taking into account both the recommendations and the case law of the European Court of Human Rights in relation to Article 3 of the European Commission on Human Rights, and in particular with regard to the judgments against the Republic of Croatia (e.g. Muršić v. Republic of Croatia) thus ensuring the best possible conditions of imprisonment for persons deprived of their liberty and respecting their human rights. Furthermore, the Prison in Osijek makes great efforts to ensure the best possible living conditions in prison, so that the rooms for the persons deprived of liberty are kept clean, the walls are repainted, during the summer months the rooms have cooling fans, mattresses are changed at the request of the person deprived of liberty, each room has a telephone line to be used for phone conversations at any time for a certain duration, the sanitary facilities have been equipped with new sanitary fixtures and are separated from the room by a wall built from floor to ceiling and a door, etc.
Accordingly, any reduction in the minimum space is of a short-term nature in the Prison in Osijek , because if there is a possibility of a long-term reduction of the minimum space due to the inability to influence the increased number of persons deprived of liberty, we act in accordance with the law and transfer the person deprived of liberty to less overcrowded penal institutions, where they have better conditions. It should be noted that transfer is conducted with the consent of the competent court, and does not affect the course of the court proceedings.
Furthermore, in the Prison in Osijek the persons deprived of liberty are allowed to walk in an open space for a minimum of two hours a day, from 8 am to 7 pm. The open space where persons deprived of liberty are allowed to take a walk is a multifunctional space with a plastered playground for soccer and basketball, an outdoor gym with a roof, where persons deprived of liberty are allowed daily recreation. The open walking area is also equipped with running water (water taps), waste bins, and a bench used for sitting. In addition to the above, the persons deprived of liberty may stay outside their rooms if they wish, when they have haircuts, which are organized on Saturdays and as needed, for medical examinations, which are organized twice a week and as needed, and for bathing, which is organized in such a way that persons deprived of liberty bathe twice a week during the summer and once a week during the winter. In addition to the mentioned bathing schedule, the persons deprived of liberty are also allowed to bathe after sports recreation, work, and upon the doctor's approval. When persons deprived of liberty are admitted taking a bath, they are also given hygiene packages containing basic hygiene supplies in order to maintain their personal hygiene, and if the persons deprived of liberty do not have financial resources or are of poor financial standing, we also provide appropriate clean clothes in accordance with the weather conditions.
Persons deprived of their liberty may, in accordance with a doctor's approval and if they wish, engage in various jobs in the prison, which are carried out from 8 am to 2 pm or until 3 pm, depending on the workplace. Additionally, in accordance with weather conditions, most of the working persons deprived of liberty stay in the open space within the Prison in Osijek , and then their stay in the rooms is reduced to a minimum number of hours. The persons deprived of liberty are also allowed to receive visits from family members every Wednesday and on the 1st and 3rd Sunday of the month, and then they spend their time outside their rooms. In addition to the aforementioned visits, they are allowed to participate in religious events taking place outside their rooms every month. Furthermore, as far as the treatment of persons deprived of liberty is concerned, they are allowed various sports tournaments within the prison, treatment groups and counselling during which they also stay outside their rooms.
In accordance with the above-mentioned opportunities facilitated by the Prison in Osijek for the persons deprived of their liberty, we state that they are provided with sufficient time outside the prison cells if they wish to participate in the activities offered by the Prison in Osijek , since these activities are not mandatory but on a voluntary basis, and that the Prison in Osijek has adequate conditions for detention.
Standpunt van de raadsvrouw
De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht geen gevolg te geven aan het EAB en de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, omdat de opgeëiste persoon door plaatsing in de gevangenis van Osijek een reëel gevaar loopt van onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest van de grondrechten van de EU (Handvest). Uit de aanvullende informatie van 1 juli 2025 blijkt dat de Kroatische autoriteiten in verband met veelvuldige overcapaciteit niet kunnen garanderen dat de opgeëiste persoon gedurende zijn verblijf in voorarrest niet zal worden geplaatst met meer gevangenen dan volgens de wet is toegestaan. Hierdoor bestaat de kans dat de opgeëiste persoon minder persoonlijke ruimte tot zijn beschikking heeft, dan wettelijk is vereist. De Kroatische autoriteiten stellen zich op het standpunt, dat indien sprake is van een gebrek aan persoonlijke ruimte, dit van korte duur zal zijn omdat het mogelijk is gedetineerden over te plaatsen naar minder overbevolkte gevangenissen. Het is echter onduidelijk hoe groot de persoonlijke ruimte van de opgeëiste persoon zal zijn en hoe lang de periode is dat gedetineerden in een te volle cel moeten verblijven. Bovendien wordt een gebrek aan persoonlijke ruimte onvoldoende gecompenseerd door andere factoren. De door de Kroatische autoriteiten ten aanzien van de opgeëiste persoon afgegeven detentiegarantie is dan ook onvoldoende, zodat hij niet dient te worden overgeleverd.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering kan worden toegestaan. Het uitgangspunt van de Kroatische autoriteiten is het garanderen van een persoonlijke ruimte van 3 à 4 m2 exclusief sanitaire voorzieningen voor voorlopig gedetineerden. De Kroatische autoriteiten hebben echter niet uitgesloten dat de opgeëiste persoon kan worden opgesloten in een cel met een oppervlakte van minder dan 3 m2 exclusief sanitaire voorzieningen. Daarentegen blijkt uit de aanvullende informatie van 1 juli 2025 dat vanaf het begin van 2025 geen extra bedden in cellen zijn geplaatst. Er is dus geen sprake van grondslapers. Bovendien blijkt uit de aanvullende informatie van 16 april 2025 dat de periode waarin gedetineerden niet beschikken over 3 m2 persoonlijke ruimte ‘
temporary and minimized as much as possible’ is. Uit de aanvullende informatie van 1 juli 2025 blijkt dat een dergelijke reductie van een ‘
short-term nature’ is. [4] Bovendien zal de opgeëiste persoon, als de mogelijkheid bestaat dat de reductie langdurig is, worden overgeplaatst naar een gevangenis met betere omstandigheden. De overige detentieomstandigheden in de gevangenis van Osijek zijn voldoende. De opgeëiste persoon kan ten minste twee uur per dag wandelen. Ook benoemen de Kroatische autoriteiten de zaak
Muršić/Kroatiëen de criteria die het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) daarin heeft opgenomen in het geval dat de persoonlijke ruimte van een gedetineerde minder dan 3 m2 bedraagt. Gelet op
Muršić/Kroatiëen
Dorobantuin combinatie met het vertrouwensbeginsel is geen sprake van een reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling en daarmee is de weigeringsgrond van artikel 11 OLW niet van toepassing.
Oordeel van de rechtbank
Toetsingskader
Voor de beoordeling van de detentieomstandigheden voor voorlopig gedetineerden in de detentie-instelling van Osijek sluit de rechtbank aan bij een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) van 15 oktober 2019. [5] Uit dit arrest volgt onder meer dat wanneer een gedetineerde over minder dan 3 m2 aan persoonlijke ruimte beschikt in een meerpersoonscel, dit een sterk vermoeden van schending van het verbod op een onmenselijke of vernederende behandeling met zich meebrengt. [6] Dit sterke vermoeden van schending van het in artikel 4 Handvest bedoelde verbod kan blijkens het arrest normaliter alleen worden weerlegd indien:
  • de persoonlijke ruimte enkel voor korte tijd, bij gelegenheid en in geringe mate wordt gereduceerd ten opzichte van de vereiste minimale 3 m2;
  • hierbij voldoende bewegingsvrijheid buiten de cel wordt geboden en buiten de cel passende activiteiten worden aangeboden; en
  • in de inrichting in het algemeen sprake is van decente detentieomstandigheden en de betrokkene niet wordt onderworpen aan andere elementen die worden beschouwd als verzwarende omstandigheden voor slechte detentieomstandigheden.
Uit voornoemd arrest volgt daarnaast dat wanneer een gedetineerde beschikt over een persoonlijke ruimte van 3 à 4 m2 in een meerpersoonscel, geconcludeerd kan worden dat sprake is van een schending van het in artikel 4 Handvest bedoelde verbod indien het gebrek aan ruimte gepaard gaat met andere slechte materiële detentieomstandigheden, in het bijzonder het ontbreken van toegang tot een binnenplaats of tot frisse lucht en daglicht, slechte ventilatie, te lage of te hoge binnentemperaturen, gebrek aan privacy op het toilet of slechte sanitaire en hygiënische omstandigheden. [8]
Wanneer een gedetineerde beschikt over meer dan 4 m2 aan persoonlijke ruimte in een meerpersoonscel en dit aspect van zijn materiële detentieomstandigheden dus geen probleem oplevert, blijven de andere aspecten van deze omstandigheden relevant voor de beoordeling of de detentieomstandigheden van de betreffende gedetineerde adequaat zijn in het licht van artikel 4 Handvest. [9]
Bij de berekening van de beschikbare persoonlijke ruimte in een meerpersoonscel mag de ruimte die wordt ingenomen door sanitaire voorzieningen niet worden meegerekend. [10]
Toepassing op deze zaak
Uit de aanvullende informatie van 1 juli 2025 blijkt dat een meerpersoonscel in de detentie-instelling van Osijek een oppervlakte tussen de 3 m2 en 4 m2 heeft. De Kroatische autoriteiten kunnen echter vanwege frequente overcapaciteit in de detentie-instelling van Osijek niet garanderen dat de opgeëiste persoon gedurende zijn verblijf in voorarrest niet zal worden geplaatst met meer gedetineerden dan volgens de wet is toegestaan. Daarentegen benadrukken de Kroatische autoriteiten dat vanaf het begin van 2025 tot nu geen gedetineerden op ‘
auxiliary beds’ hebben geslapen, wat – aldus de Kroatische autoriteiten – betekent dat iedere gedetineerde is voorzien van een fatsoenlijk bed met een matras, lakens, een kussen met een kussensloop en een deken. De rechtbank leidt hieruit af dat vanaf het begin van 2025 tot heden steeds een persoonlijke ruimte van 3 à 4 m2 is gewaarborgd. Uit de op 1 juli 2025 door de Kroatische autoriteiten verstrekte aanvullende informatie leidt de rechtbank echter ook af dat voor voorlopig gedetineerden in de detentie-instelling van Osijek de kans blijft bestaan dat zij over minder dan 3 m2 aan persoonlijke ruimte exclusief sanitaire voorzieningen kunnen beschikken.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen levert een persoonlijke ruimte van minder dan 3 m2 een sterke aanwijzing op voor een schending van het verbod op een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van de drie genoemde (cumulatieve) compenserende factoren in de detentie-instelling van Osijek .
De Kroatische autoriteiten hebben in voornoemde aanvullende informatie gegarandeerd dat de persoonlijke ruimte van de opgeëiste persoon enkel voor korte tijd, bij gelegenheid en in geringe mate wordt gereduceerd ten opzichte van de vereiste minimale 3 m2. Wanneer de mogelijkheid bestaat dat de reductie van de persoonlijke ruimte langdurig is, zal de opgeëiste persoon worden overgeplaatst naar een minder overbevolkte detentie-instelling waar de omstandigheden beter zijn. De rechtbank begrijpt dat de opgeëiste persoon in die detentie-instelling dan wel over (ten minste) 3 m2 zal beschikken. Op grond van het vertrouwensbeginsel gaat de rechtbank uit van de garantie van de Kroatische autoriteiten dat, wanneer het zover komt dat de opgeëiste persoon niet kan beschikken over ten minste 3 m2 persoonlijke ruimte, de persoonlijke ruimte enkel voor korte tijd wordt gereduceerd. [11] Bovendien is vanaf begin 2025 niet één keer een extra bed in de cellen geplaatst, waardoor er ook geen reden is om te oordelen dat er een reëel gevaar bestaat dat die situatie zich zal voordoen. De opgeëiste persoon heeft ook geen aanknopingspunten verstrekt die tot een ander oordeel nopen. Daarnaast gaat de rechtbank uit van de garantie dat overplaatsing van de opgeëiste persoon naar een instelling met betere detentieomstandigheden zal plaatsvinden wanneer de mogelijkheid bestaat dat hij langdurig over minder dan 3 m2 persoonlijke ruimte beschikt in een meerpersoonscel.
Voorts stelt de rechtbank vast naar aanleiding van de aanvullende informatie, verstrekt door de Kroatische autoriteiten, dat de opgeëiste persoon voldoende bewegingsvrijheid buiten de cel wordt geboden en buiten de cel passende activiteiten worden aangeboden. De Kroatische autoriteiten garanderen dat gedetineerden ten minste twee uur per dag buiten de cel kunnen doorbrengen door te wandelen en dat zij daarboven dagelijks aan activiteiten kunnen deelnemen die door de detentie-instelling van Osijek worden aangeboden. De raadsvrouw heeft niet met stukken onderbouwd dat het gebrek aan persoonlijke ruimte onvoldoende wordt gecompenseerd door andere factoren. Het verweer wordt dan ook verworpen.
De rechtbank leidt af uit de beschikbare informatie dat in de detentie-instelling van Osijek in het algemeen sprake lijkt te zijn van decente detentieomstandigheden en dat de opgeëiste persoon niet wordt onderworpen aan andere elementen die worden beschouwd als verzwarende omstandigheden voor slechte detentieomstandigheden. De cellen van gedetineerden worden schoongehouden, de muren zijn opnieuw geschilderd, gedurende de zomermaanden zijn de cellen voorzien van een koelventilator, matrassen worden op verzoek van een gedetineerde vervangen, de cellen hebben toegang tot een telefoonlijn die op elk moment voor een bepaalde duur kan worden gebruikt en de nieuwe sanitaire voorzieningen zijn van de cel gescheiden door een wand die van vloer tot plafond is gebouwd en een deur. Daarnaast worden toiletartikelen aan de gedetineerden verstrekt om hun persoonlijke hygiëne te onderhouden. De rechtbank stelt verder vast dat zij niet over informatie beschikt waaruit blijkt dat sprake is van andere slechte materiële detentieomstandigheden.
Gelet op bovenstaande overwegingen met betrekking tot de mogelijkheid dat de opgeëiste persoon (voor korte duur) over minder dan 3 m2 persoonlijke ruimte zal beschikken, komt de rechtbank tot de conclusie dat niet kan worden gesteld dat de omstandigheden in de detentie-instelling van Osijek leiden tot een schending van het verbod op een onmenselijke of vernederende behandeling.
Concluderend is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is van een algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling voor voorlopig gedetineerden die terecht komen in de detentie-instelling van Osijek . Artikel 11 OLW staat niet aan de overlevering van de opgeëiste persoon in de weg.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staat geen weigeringsgrond aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 7 en 11 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëist persoon]aan
the Municipal Court in Osijek , Criminal Division(Kroatië) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. E. Biçer, voorzitter,
mrs. M. Westerman en D.L.S. Ceulen, rechters,
in tegenwoordigheid van G. Riedijk, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 24 juli 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
4.De officier van justitie heeft in dit kader verwezen naar Hof van Justitie Europese Unie 15 oktober 2019, ECLI:EU:C:2019:857 (Dorobantu).
5.Hof van Justitie van de Europese Unie 15 oktober 2019, ECLI:EU:C:2019:857 (Dorobantu).
6.Hof van Justitie van de Europese Unie 15 oktober 2019, ECLI:EU:C:2019:857 (Dorobantu), punt 72.
7.Hof van Justitie van de Europese Unie 15 oktober 2019, ECLI:EU:C:2019:857 (Dorobantu), punt 73.
8.Hof van Justitie van de Europese Unie 15 oktober 2019, ECLI:EU:C:2019:857 (Dorobantu), punt 75.
9.Hof van Justitie van de Europese Unie 15 oktober 2019, ECLI:EU:C:2019:857 (Dorobantu), punt 76.
10.Hof van Justitie van de Europese Unie 15 oktober 2019, ECLI:EU:C:2019:857 (Dorobantu), punt 77.
11.In lijn met Europees Hof voor de Rechten van de Mens (Grote Kamer) 20 oktober 2016, 7334/13 (Muršić/Kroatië).