ECLI:NL:RBAMS:2025:5761

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 augustus 2025
Publicatiedatum
5 augustus 2025
Zaaknummer
13/102697-25 (EAB II)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 8 Wegenverkeerswet 1994Art. 9 Wegenverkeerswet 1994
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor verkeersovertredingen

De rechtbank Amsterdam behandelde op 22 juli 2025 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het District Court in Ostrava, Tsjechië, gericht op de overlevering van een persoon geboren in 1999. Het EAB betreft de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van 280 dagen wegens overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994.

De verdediging voerde aan dat de overlevering moest worden geweigerd op grond van artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW), omdat de opgeëiste persoon niet persoonlijk was gedagvaard en geen toegevoegde advocaat had. De rechtbank oordeelde echter dat het EAB aangeeft dat de persoon op 18 juli 2020 wel degelijk persoonlijk is gedagvaard en geïnformeerd over de zittingsdatum en dat een beslissing in zijn afwezigheid kon worden genomen. Hierdoor is de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro niet van toepassing.

Verder stelde de rechtbank vast dat de feiten waarvoor overlevering wordt verzocht, voldoen aan het vereiste van dubbele strafbaarheid volgens Nederlands recht, namelijk overtredingen van artikel 8 en Pro 9 van de Wegenverkeerswet 1994. Andere bezwaren, zoals discrepanties in data en nummers tussen het EAB en het A-formulier, werden verworpen.

De rechtbank concludeerde dat het EAB aan alle wettelijke eisen voldoet en dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn. Daarom werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Tsjechië toe voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van 280 dagen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/102697-25 (EAB II)
Datum uitspraak: 5 augustus 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 3 juni 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 21 februari 2024 door
the District Court in Ostrava, Tsjechië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] (Tsjechië) op 23 januari 1999,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP adres] ,
uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 22 juli 2025, in aanwezigheid van mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.W. Ebbink, die waarneemt voor zijn kantoorgenoot mr. L.J. Woltring, beiden advocaat te Haarlem, en door een tolk in de Tsjechische taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Tsjechische nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een vonnis van de
District Court in Ostravavan 13 augustus 2020
, file No 71 T 52/2020.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 280 dagen, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
De raadsman heeft betoogd dat de overlevering moet worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW Pro. De opgeëiste persoon heeft geen dagvaarding ontvangen, niet is aangegeven op welk adres of op welke wijze de betekening heeft plaatsgevonden en hij had geen toegevoegde advocaat.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 12 OLW Pro geen beletsel vormt voor de overlevering.
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat zich de omstandigheid van artikel 12, sub a, OLW heeft voorgedaan. In onderdeel d) van het EAB staat namelijk dat de opgeëiste persoon op 18 juli 2020 in persoon is gedagvaard en daarbij is geïnformeerd over de zittingsdatum en -plaats en dat er een beslissing in zijn afwezigheid kan worden genomen. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro is daarom niet van toepassing. De enkele ontkenning van de opgeëiste persoon dat hij de dagvaarding heeft ontvangen, is onvoldoende om de juistheid van deze informatie in het EAB in twijfel te trekken.

4.Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

5.Overige verweren

De raadsman heeft aangevoerd dat de data en de nummers van de beslissingen in het EAB en in het A-formulier niet met elkaar overeenkomen terwijl dit eenduidig moet zijn. De raadsman heeft verzocht om hierover duidelijkheid te vragen.
De rechtbank verwerpt het betoog van de raadsman. Het EAB vormt de grondslag van de procedure. In de enkele omstandigheid dat de data en de nummers van de beslissingen in het A-formulier niet (geheel) overeenkomen met de data en nummers in het EAB ziet de rechtbank geen aanleiding om aanvullende informatie op te vragen.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 8, 9 en 176 Wegenverkeerswet 1994 en 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the District Court in Ostrava(Tsjechië) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. O.P.M. Fruytier en D.L.S. Ceulen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 5 augustus 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.