ECLI:NL:RBAMS:2025:5923
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs vaste verblijfplaats buiten gemeente
De zaak betreft de intrekking van de bijstandsuitkering van eiser door de gemeente Amstelveen op grond van artikel 40 van Pro de Participatiewet. Verweerder stelde dat eiser geen binding had met Amstelveen en voornamelijk buiten deze gemeente verbleef, waardoor de uitkering werd beëindigd per 1 juli 2024, later gewijzigd naar 1 oktober 2024.
Eiser betwistte dit en voerde aan dat hij geen vaste verblijfplaats in een andere gemeente had en dat hij wel degelijk binding had met Amstelveen. De rechtbank stelde vast dat verweerder niet voldoende onderzoek had gedaan naar de feitelijke woon- en leefsituatie van eiser en dat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat eiser een vaste verblijfplaats buiten Amstelveen had.
Ook bleek uit de correspondentie dat eiser zich had gemeld bij de gemeente Amsterdam, maar dat hij daar niet adequaat was geholpen en dat er geen geslaagde warme overdracht had plaatsgevonden. De rechtbank oordeelde dat verweerder de uitkering niet had mogen beëindigen zolang niet vaststond dat een andere gemeente de uitkering zou verstrekken.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, en draagt verweerder op om met ingang van 1 juli 2024 de bijstandsuitkering toe te kennen. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot beëindiging van de bijstandsuitkering en draagt verweerder op de uitkering toe te kennen vanaf 1 juli 2024.