Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Ontvankelijkheid officier van justitie
4.Beslissing
niet-ontvankelijkin haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 7 augustus 2025 het verzoek van de officier van justitie tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door een Belgische rechtbank. De opgeëiste persoon, een Nederlander geboren in 1990, was niet verschenen en werd vertegenwoordigd door zijn advocaat.
Tijdens de procedure bleek dat het EAB op 22 juli 2025 door de Belgische autoriteiten was ingetrokken en de internationale signalering was opgeheven. De officier van justitie bevestigde dit op de zitting van 7 augustus 2025. De rechtbank stelde vast dat hierdoor geen wettelijke grondslag meer bestond voor de vordering.
De rechtbank verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering tot in behandeling neming van het EAB. Tevens werd vastgesteld dat de wettelijke beslistermijn was verstreken, waardoor de eerder geschorste gevangenhouding kwam te vervallen. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het Europees aanhoudingsbevel.