Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De beoordeling
Deze luiden als volgt:
3.De beslissing
dinsdag 9 september 2025 om 10.00 uurvoor akte uitlating door eisende partij over het bepaalde in overwegingen 2.3 en 2.13,
Rechtbank Amsterdam
Eisende partij, een gastouderbureau, vordert betaling van €2.280 aan onbetaalde facturen van gedaagde, die de opvang van haar kind betrof. De overeenkomst is gesloten tussen handelaar en consument, waardoor ambtshalve toetsing aan consumentenrecht en Richtlijn 93/13/EG plaatsvindt.
De rechtbank vraagt nadere concretisering over de wijze van totstandkoming van de overeenkomst, omdat de ondertekende overeenkomst digitaal lijkt te zijn gesloten zonder 'natte' handtekening. Eisende partij moet tevens aantonen dat zij heeft voldaan aan de informatieplichten uit het Burgerlijk Wetboek.
De rechtbank toetst de algemene voorwaarden op oneerlijke bedingen. Het rentebeding wordt niet als oneerlijk beoordeeld, omdat het aansluit bij de wettelijke rente. De bedingen over buitengerechtelijke incassokosten en gerechtelijke proceskosten worden echter als oneerlijk aangemerkt, omdat zij afwijken van dwingend recht en de consument onredelijk belasten.
De rechtbank is voornemens deze bedingen ambtshalve te vernietigen en stelt eisende partij in de gelegenheid zich hierover schriftelijk uit te laten. De zaak wordt aangehouden tot na ontvangst van deze akte, waarbij eisende partij ook de gedaagde moet informeren over de procedurele mogelijkheden.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor nadere uitlating van eisende partij over informatieplichten en oneerlijke bedingen.