ECLI:NL:RBAMS:2025:6234

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 augustus 2025
Publicatiedatum
25 augustus 2025
Zaaknummer
25/1413
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechtelijke uitspraak over financiële tegemoetkoming voor verhuizing op basis van de Wmo 2015 met motiveringsgebrek

Deze uitspraak betreft de afwijzing van een aanvraag voor financiële tegemoetkoming voor verhuizing en inrichting op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Eiser, een 37-jarige man met een licht verstandelijke beperking en psychische stoornissen, heeft zijn aanvraag ingediend omdat hij in een drukke omgeving woont die hem psychisch belast. De rechtbank oordeelt dat de afwijzing van de aanvraag door verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, niet voldoende gemotiveerd is. De rechtbank stelt vast dat verweerder de omgevingsfactoren die in causaal verband staan met de beperkingen van eiser niet heeft meegewogen in de besluitvorming. Dit motiveringsgebrek leidt ertoe dat het beroep van eiser gegrond wordt verklaard. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de omgevingsfactoren wel in de beoordeling worden betrokken. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiser.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/1413

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 augustus 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. K.G.M. Balak),
en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. E.D. Mensing van Charante).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag financiële tegemoetkoming voor verhuizing en inrichting op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat aan het bestreden besluit een motiveringsgebrek kleeft. Het beroep is om die reden gegrond. Verweerder moet met in achtneming van deze uitspraak onderzoek doen naar de beperkingen die eiser ondervindt in relatie tot (de omgeving van) zijn woning en de compensatieplicht die daaruit volgt op grond van de Wmo 2015. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een financiële tegemoetkoming voor verhuizing en inrichting op grond van de Wmo 2015. Verweerder heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 15 augustus 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 22 januari 2025 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 26 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mevrouw [naam 1] en de heer [naam 2] (ouders van eiser), de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiser is 37 jaar oud. Hij woont samen met zijn gezin (vrouw en twee kinderen) aan de [adres] in [woonplaats] in een tweekamerwoning van [bedrijf 1] . Eiser is op freelance basis werkzaam als zanger. Hij heeft een licht verstandelijke beperking en psychische stoornissen. Hiervoor is hij onder behandeling en hij gebruikt medicatie. Vanwege zijn psychische klachten is hij extra gevoelig voor geluid en andere prikkels. Dit veroorzaakt angstklachten. Eiser woont aan een drukke rotonde en er is sprake van geluidsoverlast. Hij wil daarom graag in een rustigere woonomgeving gaan wonen. Eiser vraagt om een tegemoetkoming voor verhuizing zodat hij, na toekenning daarvan, voorrang kan krijgen op een woning met een speciaal label.
4. Verweerder heeft [bedrijf 2] om advies gevraagd. [bedrijf 2] heeft zijn bevindingen vastgelegd in een rapport van 14 augustus 2023. Eiser heeft zijn woonsituatie en psychische klachten toegelicht tijdens het onderzoek. Naar aanleiding van het onderzoek heeft [bedrijf 2] geadviseerd de aanvraag af te wijzen. Verweerder heeft dit advies overgenomen en met het primaire besluit de aanvraag afgewezen.
5. Verweerder heeft, naar aanleiding van het bezwaar van eiser, [bedrijf 2] om een her-advies gevraagd. De arts van [bedrijf 2] heeft op 13 januari 2025 een aanvullend advies uitgebracht. De arts heeft het dossier bestudeerd en de door eiser overgelegde (medische) informatie betrokken in het onderzoek. Ook heeft hij eiser gezien op het spreekuur. Volgens de arts is eiser een kwetsbare en afhankelijke man. De arts overweegt dat eiser ondanks zijn beperking wel goed in staat is een invulling aan zijn leven en gezin te geven maar dat dat een flinke belasting voor hem is.
Ten aanzien van de woonomgeving heeft de arts onder andere overwogen dat:
“Uitgaande van zijn overgevoeligheid voor geluid en visuele prikkels acht ik het aannemelijk, dat de omgevingsfactoren in combinatie met de slecht geïsoleerde woning hem teveel belasten. Zelfs dat dit uiteindelijk tot psychische ontregeling kan leiden. Een rustige omgeving zou zodoende een gunstige impact hebben op zijn gezondheid en bovendien kan hij hiermee de belasting van zijn gezin en werk beter aan.”
Volgens de arts is de Wmo 2015 echter niet bedoeld voor deze problematiek. Er is in het kader van de Wmo 2015 geen medische noodzaak voor een verhuizing. Hij ziet daarom geen reden om af te wijken van het advies van 14 augustus 2023 en blijft bij het advies de aanvraag af te wijzen.
6. Verweerder heeft in het bestreden besluit verwezen naar het her-advies van [bedrijf 2] . Verweerder ziet geen reden om de hardheidsclausule toe te passen en heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Motiveringsgebrek
7. Volgens vaste rechtspraak mag verweerder een besluit baseren op een advies van een medisch adviseur, op voorwaarde dat het advies op een onpartijdige, objectieve en inzichtelijke wijze is opgesteld. Indien het bestuursorgaan het advies aan zijn besluitvorming ten grondslag legt, moet het bestuursorgaan zich er tevens van vergewissen dat het advies zorgvuldig tot stand is gekomen en dat de inhoud inzichtelijk en concludent is. [1] Dat laatste houdt in dat de redenering duidelijk en voldoende controleerbaar moet zijn. De conclusie moet daar vervolgens op aansluiten. Als aan deze eisen is voldaan, mag het bestuursorgaan in beginsel van het advies uitgaan.
8. De beroepsgrond van eiser dat het advies gebrekkig is gemotiveerd en dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid, slaagt. De rechtbank oordeelt dat verweerder het bestreden besluit niet mocht baseren op het her-advies van [bedrijf 2] . In het her-advies wordt ervan uitgegaan dat bij eiser sprake is van overgevoeligheid voor geluid en visuele prikkels en dat omgevingsfactoren in combinatie met een slecht geïsoleerde woning hem te veel belasten. Zijn psychische kwetsbaarheid wordt onderkend en er wordt bevestigd dat een rustigere woonomgeving een positieve impact op hem zal hebben. Vervolgens wordt echter geconcludeerd dat deze omgevingsfactoren niet onder de Wmo 2015 kunnen worden meegewogen. Deze conclusie is niet inzichtelijk en onvoldoende begrijpelijk, gelet op de overwegingen over de psychische kwetsbaarheid van eiser. Daarnaast is deze conclusie ook niet zonder meer juridisch houdbaar. De rechtbank licht dat hierna toe.
9. Eiser wijst op de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning 2024 van de gemeente Amsterdam [2] waaruit volgt dat omgevingsfactoren zoals geluidsoverlast
in principe(onderstreping rechtbank) geen reden zijn voor het verstrekken van een woonvoorziening. De rechtbank volgt de uitleg van eiser dat hieruit niet volgt dat omgevingsfactoren in het kader van de Wmo 2015 in het geheel niet kunnen worden meegewogen. Dit is ook in lijn met de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep [3] (de Raad) waarin is geoordeeld dat beperkingen die in causaal verband staan met de omgevingsfactoren onder de compensatieplicht van de Wmo 2015 kunnen vallen.
10. Verweerder heeft hier, onder verwijzing naar rechtspraak van de Raad [4] , tegenover gezet dat een betrokkene in het kader van de Wmo 2015 een eigen verantwoordelijkheid heeft om overlast van de omgeving te beperken. Dit uitgangspunt is juist, echter gelet op het her-advies van [bedrijf 2] en de door de ouders van eiser op zitting gegeven toelichting, vindt de rechtbank het aannemelijk dat eiser onvoldoende in staat is om die verantwoordelijkheid te nemen.
11. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat het bestreden besluit ondeugdelijk is gemotiveerd omdat de omgevingsfactoren niet zijn meegewogen bij de besluitvorming. Dit motiveringsgebrek is reden om het bestreden besluit te vernietigen en verweerder op te dragen een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is gegrond omdat aan het bestreden besluit een motiveringsgebrek kleeft.
13. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht van € 53,- vergoedt.
14. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
-veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 53,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 1.814,- aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H. van Haeften, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.E. Berghout, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 26 augustus 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

2.Zie Hoofdstuk 4.8 Woonvoorzieningen, p. 48.