Op 11 augustus 2024 ontmoetten verdachte en het slachtoffer elkaar via een datingapp en brachten samen tijd door in de woning van de moeder van verdachte. Het slachtoffer verklaarde dat verdachte haar op brute wijze heeft verkracht, waarbij hij haar keel stevig vastpakte en dichtkneep, waardoor haar ademhaling werd bemoeilijkt en zij haar bewustzijn begon te verliezen. Verdachte ontkende dit en stelde dat de seksuele handelingen met wederzijdse instemming plaatsvonden.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar en consistent was en vond steun in de verklaring van een getuige, een vriendin van het slachtoffer, die direct na het incident haar emotionele toestand bevestigde. De verdediging voerde aan dat het wurgen niet bewezen was omdat er geen medisch letsel werd vastgesteld, maar de rechtbank verwierp dit verweer.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gekwalificeerde opzetverkrachting met geweld en bedreiging, waaronder het stevig vastpakken en dichtknijpen van de keel. Gelet op de ernst van het feit, de impact op het slachtoffer en het strafblad van verdachte, werd een gevangenisstraf van 48 maanden opgelegd, zonder voorwaardelijk deel, en de maatregel van gedragsbeïnvloeding conform artikel 38z Sr. Tevens werd een immateriële schadevergoeding van €10.000 toegekend, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het feit.