ECLI:NL:RBAMS:2025:6469
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzetaanranding op monument op de Dam met taakstraf
Op 17 augustus 2024 heeft verdachte op het monument op de Dam seksuele handelingen verricht met een slapende man. De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte zijn penis tegen het gezicht van het slachtoffer hield, de penis van het slachtoffer kuste en zich aftrok vlakbij het gezicht van het slachtoffer, terwijl het slachtoffer daartegen geen toestemming gaf.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde, namelijk opzetverkrachting en poging daartoe, omdat de camerabeelden geen bewijs van binnendringen toonden. Ook het kwalificerende onderdeel van dwang werd verworpen omdat geen sprake was van onverhoeds of plotseling handelen dat als dwang kan worden aangemerkt.
Verdachte is veroordeeld voor opzetaanranding en kreeg een taakstraf van 180 uur opgelegd. De rechtbank hield rekening met zijn persoonlijke omstandigheden, het feit dat hij first offender is, zijn spijtbetuiging en behandeling bij Fivoor. Gezien deze omstandigheden achtte de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend.
De rechtbank heeft het primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen verklaard en verdachte daarvan vrijgesproken. Het meer subsidiair ten laste gelegde is bewezen verklaard en strafbaar geacht. De straf is opgelegd conform de artikelen 22c, 22d en 241 Sr.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 180 uren voor opzetaanranding, vrijgesproken van opzetverkrachting en poging daartoe.