De rechtbank Amsterdam behandelde het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het District Court in Bydgoszcz, Polen, gericht op de aanhouding en overlevering van de opgeëiste persoon geboren in 1991.
Tijdens de procedure zijn meerdere zittingen gehouden, waaronder op 3 juli, 17 juli en 31 juli 2025. Bij een tussenuitspraak van 17 juli 2025 heeft de rechtbank reeds geoordeeld over de grondslag van het EAB, de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon, de strafbaarheid van het ten laste gelegde feit en de mogelijke weigeringsgrond op basis van artikel 6a Overleveringswet (OLW).
Op de zitting van 31 juli 2025 heeft de opgeëiste persoon zijn beroep op artikel 6a OLW ingetrokken, waardoor de rechtbank niet meer hoefde te beoordelen of de overlevering op die grond geweigerd moest worden. De rechtbank concludeert dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen, geen andere weigeringsgronden aanwezig zijn en dat de overlevering daarom wordt toegestaan.
De uitspraak is gedaan door de rechtbank Amsterdam op 14 augustus 2025 en is onherroepelijk, aangezien tegen deze beslissing geen gewoon rechtsmiddel openstaat volgens artikel 29, tweede lid, OLW.