Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 september 2025 in de zaak tussen
[eiser], handelend onder de naam [naam 1], te [woonplaats], eiser
Procesverloop
Overwegingen
25 augustus 2021 en 17 november 2021, omdat de paardenkoetsen van eiser niet kunnen worden vergeleken met de fietstaxi’s. De koetsen zijn standplaats gebonden, zijn geen vervoersdienst en kunnen niet op belafspraak functioneren. Ten aanzien van de ontheffing van het RVV stelt eiser dat het college met de weigering heeft nagelaten mee te denken over minder ingrijpende maatregelen, zodat hij de dienst nog kan aanbieden.
Beoordeling door de rechtbank
25 augustus 2021 en 17 november 2021. Volgens eiser is onvoldoende aangetoond dat een handvol koetsen op de [locatie 4] een aantasting zijn van de leefbaarheid in de stad.
Geschiktheid
Niet verder dan nodig
25 augustus 2021 en 17 november 2021 om de proportionaliteit van het verbod op het op of aan de openbare weg tegen betaling aanbieden van personenvervoer met de paardenkoetsen aan te tonen. Dat de Afdeling dat heeft geoordeeld in het kader van de fietstaxi maakt niet dat hetgeen in die uitspraken is geoordeeld van overeenkomstige toepassing is op de paardenkoetsen.
Evenredigheid in dit concrete geval
24 april 2018 geïnformeerd over het verbod dat uiteindelijk op 1 april 2020 is ingegaan. In de tussentijd heeft hij zijn bedrijf nog kunnen exploiteren en had hij kunnen anticiperen op de aanstaande afschaffing van het vergunningstelsel. Het college heeft verder, net als bij de fietstaxi’s, aan eiser aangeboden te helpen bij het vinden van een nieuwe baan. Daarbij heeft het college het verschil tussen eiser en andere ondernemers onderkend door ook hulp aan te bieden voor de paarden om te voorkomen dat zij de dupe zouden worden van het gewijzigde beleid.
Conclusie
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op