ECLI:NL:RVS:2021:2565
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- A. Kuijer
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergunning alternatief personenvervoer fietstaxi Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft in maart 2019 de aanvraag van appellant voor een vergunning voor alternatief personenvervoer met een fietstaxi afgewezen. Dit volgde op een beleidswijziging die in 2018 werd vastgesteld, waarbij vergunningen voor fietstaxi’s, tuktuks en paardenkoetsen niet langer worden verleend om de drukte en overlast in de Amsterdamse binnenstad te verminderen.
Appellant, sinds 2005 actief als fietstaxichauffeur, stelde dat het nieuwe beleid onrechtmatig is omdat het onvoldoende is gemotiveerd en onterecht reguliere taxidiensten bevoordeelt. Ook voerde hij aan dat fietstaxi’s juist minder overlast veroorzaken en milieuvriendelijk zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het college zorgvuldig en tijdig heeft geïnformeerd en dat het beleidsvoornemen voldoende is gemotiveerd. De wijziging van artikel 2.51 van de Algemene Plaatselijke Verordening is een politiek-bestuurlijke afweging die terughoudend wordt getoetst. Het verbod is proportioneel en houdt rekening met belangen van ondernemers, die nog steeds fietstaxidiensten mogen aanbieden na vooraf gemaakte afspraken.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergunning bevestigd.