ECLI:NL:RVS:2021:1910
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergunningaanvraag alternatief personenvervoer na wijziging APV Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende in 2016 een vergunning aan appellant voor het aanbieden van alternatief personenvervoer met een fietstaxi, geldig tot 2019, en verlengde deze tot 2020. Vervolgens werd een aanvraag voor verlenging afgewezen op grond van een gewijzigde Algemene Plaatselijke Verordening (APV) die per 1 april 2020 het vergunningenstelsel voor alternatief personenvervoer afschafte.
Appellant stelde bezwaar en beroep in tegen deze afwijzing. De rechtbank oordeelde dat het gewijzigde artikel 2.51 APV niet in strijd was met het evenredigheidsbeginsel en de Dienstenrichtlijn en verklaarde het beroep grotendeels ongegrond. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat de toetsing onvoldoende indringend was, dat de afschaffing onzorgvuldig was voorbereid en dat de belangenafweging onjuist was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Zij oordeelde dat het college voldoende onderzoek had gedaan naar de effecten van het beleid, dat het belang van leefbaarheid en evenwichtige verdeling van de openbare ruimte zwaarder woog dan het belang van appellant, en dat de Dienstenrichtlijn niet van toepassing is op het alternatief personenvervoer met fietstaxi's. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergunningaanvraag bevestigd.