Eiser is door verweerder verplicht gesteld een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) te volgen na constatering van een ademalcoholgehalte van 470 µg/l tijdens het besturen van een motorrijtuig. Eiser betwistte dit en stelde dat hij pas alcohol had genuttigd nadat hij het voertuig had geparkeerd, en dat de alcoholtest daardoor geen juiste weergave gaf van zijn toestand tijdens het rijden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de EMA heeft opgelegd, omdat het ademalcoholgehalte ruim boven de grenswaarde van 350 µg/l ligt en eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet onder invloed was tijdens het rijden. De verklaringen van eiser over de hoeveelheid gedronken alcohol waren inconsistent en onbetrouwbaar. Bovendien was het rijgedrag opvallend en wijst het tijdsverloop tussen rijden en test niet op het drinken na het parkeren.
De rechtbank stelt dat eiser belang heeft bij de beoordeling van het beroep, mede omdat hij kosten heeft gemaakt voor de cursus. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiser geen vergoeding van kosten of griffierecht ontvangt. De uitspraak is gedaan door rechter M.H. van Haeften op 24 september 2025.