Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Sąd Okręgowy (Regional Court) in Bydgoszcz 3rd Penal Division,Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
decision of the District Court [Sad Rejonowy] in Bydgoszczvan 4 juni 2024 met kenmerk IV Kp 160/24.
4.Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
6.Artikel 11 OLW Pro
remand regimein Polen
remand regimeslechts drie vierkante meter persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel is gegarandeerd voor de voorlopig gedetineerde, terwijl die veelal drieëntwintig uren per dag op zijn cel doorbrengt. Verder is de onduidelijkheid over de termijn waarop de opgeëiste persoon contact met de buitenwereld kan bewerkstelligen een (extra) bijkomende verzwarende omstandigheid. De rechtbank verwijst in dit kader naar haar tussenuitspraken in soortgelijke zaken van 5 juni 2024 [6] en 6 juni 2024 [7] .
remand regime, kan op zichzelf niet tot weigering van de overlevering leiden. Het enkele bestaan van gegevens die duiden op gebreken in dit regime, impliceert immers niet noodzakelijkerwijs dat, in een concreet geval, de grondrechten van de opgeëiste persoon bij overlevering zullen worden geschonden.
remand regimein Polen waar hij zal worden gedetineerd.
remand regimein Polen voor de opgeëiste persoon niet wordt weggenomen door de verstrekte informatie. Het is onduidelijk in welke detentie-instelling de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd. Daarnaast merkt de raadsman op dat de uitvaardigende justitiële autoriteit op 5 september 2025, onder verwijzing naar een eerder gegeven detentiegarantie in een andere procedure, wél in staat is te specificeren hoe lang de opgeëiste persoon buiten de cel kan verblijven, terwijl op 29 augustus 2025 nog vermeld wordt dat dit onmogelijk is. De raadsman heeft de rechtbank primair verzocht om geen gevolg te geven aan het EAB.
Remand Centre in Bydgoszcz. De rechtbank is van oordeel dat de verstrekte informatie onvoldoende concreet is om te kunnen beoordelen of het algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het
remand regimein Polen terechtkomen, voor de opgeëiste persoon wordt weggenomen. De reden hiervoor is dat de rechtbank op basis van de verstrekte informatie niet kan vaststellen of de omstandigheden, die worden genoemd in de in een andere procedure en ten aanzien van andere penitentiaire inrichtingen gegeven detentiegarantie, ook gelden voor het
Remand Centre in Bydgoszcz. In de brief van 5 september 2025 wordt slechts vermeld dat de opgeëiste persoon
“with a high degree of probability”onder dezelfde omstandigheden zijn straf zal uitzitten (
“serving his sentence”). In de eerste plaats lijkt de informatie betrekking te hebben op de situatie dat de opgeëiste persoon, na onherroepelijk daartoe te zijn veroordeeld, een eventueel op te leggen gevangenisstraf uitzit. Het algemeen gevaar ziet echter niet op detentie-instellingen waar gevangenisstraffen worden tenuitvoergelegd, maar op detentie in een
remand regime.Daarnaast acht de rechtbank de mededeling, voor zover deze ook zou gelden voor het
remand regimein de detentie-instelling in Bydgoszcz, dat de detentieomstandigheden die uit een in een andere overleveringszaak overgelegde brief blijken
met grote mate van waarschijnlijkheidook gelden voor de instelling in Bydgoszcz, op zichzelf onvoldoende om te concluderen dat het algemeen gevaar voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Daarvoor zou door de autoriteiten in de uitvaardigende lidstaat ten minste expliciet moeten worden bevestigd dat de detentieomstandigheden zoals omschreven in de hiervoor geciteerde aanvullende informatie uit de andere zaak ook gelden voor de detentie van de opgeëiste persoon in het
remand regimein Bydgoszcz.
remand regimein de penitentiaire inrichting in Bydgoszcz?
7.Slotsom
8.Beslissing
SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de onder overweging 6.2 opgenomen vraag aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.