ECLI:NL:RBAMS:2025:7586

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 oktober 2025
Publicatiedatum
14 oktober 2025
Zaaknummer
AMS 25/5568
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening sluiting bedrijfspand na drugsvondst

Op 14 oktober 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende een verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoekster, een groente- en fruithandel, verzocht om schorsing van een sluitingsbevel van de burgemeester van Amsterdam, dat was opgelegd na de vondst van een aanzienlijke hoeveelheid cocaïne in een lading bananen die naar haar bedrijfspand was gestuurd. De burgemeester had op 29 september 2025 besloten het bedrijfspand voor zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, omdat er een ernstig gevaar voor de openbare orde bestond. De voorzieningenrechter beoordeelde of het verzoek om een voorlopige voorziening een redelijke kans van slagen had. In haar overwegingen concludeerde zij dat de burgemeester bevoegd was om het pand te sluiten en dat de sluiting noodzakelijk en evenwichtig was. De voorzieningenrechter wees het verzoek af, omdat de belangen van de openbare orde zwaarder wogen dan die van verzoekster. De uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. De voorzieningenrechter benadrukte dat de sluiting van het pand een signaal afgeeft dat er geen drugs meer verhandeld worden vanuit het pand, en dat de burgemeester optreedt tegen drugshandel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/5568

uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 oktober 2025 in de zaak tussen

[verzoekster], te [vestigingsplaats], verzoekster

(gemachtigde: mr. R. Ridder),
en

de burgemeester van Amsterdam, verweerder (hierna: de burgemeester)

(gemachtigden: mr. M.I. Houben, mr. M. Utlu en [gemachtigde] ).

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het bevel tot sluiting van het bedrijfspand van verzoekster. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoekster.
1.2.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. De burgemeester heeft het bevel tot sluiting van het bedrijfspand mogen geven en daarbij de belangen van de sluiting zwaarder mogen wegen dan de belangen van verzoekster. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2.1.
Met het bestreden besluit van 29 september 2025 heeft de burgemeester het bevel gegeven tot sluiting van het bedrijfspand aan de [adres 1] te Amsterdam voor de duur van zes maanden
.De burgemeester is hier op grond van artikel 13b Opiumwet toe overgegaan nadat haar feiten en omstandigheden bekend werden rondom het aantreffen van een handelshoeveelheid drugs in het bedrijfspand.
2.2.
Verzoeker heeft hiertegen op 30 september 2025 bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.3.
De burgemeester heeft daarop laten weten te wachten met de effectuering van de sluiting tot de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening.
2.4.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 3 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [de persoon 1] , [de persoon 2] en [de persoon 3] namens verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigden van de burgemeester.
2.5.
Namens de burgemeester is op de zitting medegedeeld dat de effectuering van de sluiting staat gepland op 3 oktober 2023 om 15:00 uur. Verzoekster heeft aan het einde van de zitting verzocht een ordemaatregel te treffen die strekt tot het wachten met de effectuering tot de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan. De voorzieningenrechter heeft even na het sluiten van de behandeling op de zitting via de griffier laten weten dat zij het verzoek tot het treffen van een ordemaatregel zal toewijzen. Het sluitingsbevel van
29 september 2025 is daardoor opgeschort tot de uitspraak van de voorzieningenrechter.
2.6.
Op 2 oktober 2025 heeft de burgemeester nog een aanvullende bestuurlijke rapportage van de politie ingediend van diezelfde datum. De burgemeester heeft een gelakte en ongelakte versie gedeeld met de rechtbank en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de rechtbank kennis mag nemen van de ongelakte versie. Vanwege de snelheid waarmee deze zaak op zitting is geplaatst, was dit stuk nog niet beoordeeld door de geheimhoudingskamer. Op de zitting is met partijen besproken dat de voorzieningenrechter en verzoekster in het kader van deze procedure beiden slechts kennis kunnen nemen van de gelakte versie. Namens de burgemeester is daarmee ingestemd. De ongelakte versie is vernietigd.

Totstandkoming van het besluit

3.1.
Verzoekster exploiteert een groente- en fruithandel en huurt ten behoeve daarvan het bedrijfspand aan de [adres 1] . Een derde (afgescheiden) deel van het bedrijfspand is door verzoekster onderverhuurd aan [bedrijf 1]
3.2.
Uit de bestuurlijke rapportage van de politie van 27 augustus 2025 volgt dat de Douane en politie op 8 augustus 2025 in de haven van Vlissingen een vracht van 49 pallets met bananen in beslag heeft genomen. Drie pallets bevatten 1.200 kilogram cocaïne. Deze pallets zijn met toestemming van de officier van justitie gecontroleerd en geprepareerd doorgelaten. Dat hield in dat op deze drie pallets, na het verwijderen van de cocaïne, een nagemaakt blok cocaïne is achtergelaten, ieder voorzien van een monster met 10 gram cocaïne. Ook werd iedere pallet voorzien van plaatsbepalingsapparatuur, waarna de drie pallets terug bij de resterende pallets werden geplaatst. Op 12 augustus 2025 vond transport plaats van 24 van de 49 pallets, waaronder de drie geprepareerde pallets. Deze lading met bananen werd gelost in een loods op het adres [adres 2] [1] te Amsterdam. De persoon die de lading in ontvangst nam is daarop als verdachte aangehouden, waarna zijn voertuig en de voornoemde loods zijn doorzocht. In de loods werden de 24 pallets met (groene) bananen aangetroffen, inclusief de drie geprepareerde pallets. In het voertuig van de verdachte werd een CMR-vrachtbrief aangetroffen waarop de bestemming van de desbetreffende partij bananen stond vermeld, zijnde ‘[naam]’ te Amsterdam. In het voertuig van de verdachte werd een jas aangetroffen met de tekst [verzoekster]. Uit de registratie van de Kamer van Koophandel blijkt dat ‘[naam]’ één van de handelsnamen Is van [verzoekster]. Dit week af van de eerdere bestemming, [bedrijf 2] te Roermond. De verdachte is tweemaal gehoord en verklaarde als ZZP’er actief te zijn in de groente- en fruithandel. Op 12 augustus 2025 verrichte verdachte taken in opdracht van '[naam]'. Dit valt volgens verdachte onder [verzoekster]. De taak die hij diende te verrichten betrof het lossen van de lading met fruit die zou arriveren. Volgens de verdachte levert ‘[naam]’ schoolpakketten met onder andere fruit en verpakt en bezorgt zij deze. Verdachte ontkent verder betrokken te zijn bij de in- en doorvoer van cocaïne.
3.4.
De burgemeester is naar aanleiding van deze informatie op 29 september 2025 overgegaan tot het geven van het bevel tot sluiting van het gehele bedrijfspand voor de duur van zes maanden op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet en de Beleidsregels [2] . Ondanks de zienswijze van verzoekster bestaat er een ernstig gevaar voor de openbare orde wanneer het bedrijfspand openblijft. De burgemeester acht de sluiting noodzakelijk en evenwichtig. Het belang van de openbare orde weegt zwaarder dan het individuele belang van verzoekster.
3.5.
Op de zitting is namens de burgemeester meegedeeld dat het bevel tot sluiting niet langer ziet op het afgescheiden en aan [bedrijf 1] onderverhuurde gedeelte van het bedrijfspand. Onderstaande beoordeling ziet dan ook nog alleen op dat deel van het bedrijfspand dat door verzoekster zelf in gebruik is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

4. Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht dient te worden nagegaan of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Bij de vereiste belangenafweging gaat het om een afweging van enerzijds het belang van de verzoeker dat een onverwijlde voorziening wordt getroffen en anderzijds het belang dat wordt gediend door de onmiddellijke uitvoering van het besluit.
5.1.
Het toetsingskader voor de sluiting van een pand op grond van artikel 13b van de Opiumwet is weergegeven in meerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. [3]
5.2.
Als algemeen uitgangspunt geldt dat er geen reden bestaat een voorlopige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter het besluit tot sluiting van het pand rechtmatig acht.
Bevoegdheid
6.1.
De burgemeester is op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.
6.2.
Niet in geschil is dat er in het bedrijfspand van verzoekster een handelshoeveelheid drugs is aangetroffen, zodat de burgemeester in beginsel bevoegd is dit pand te sluiten.
De vraag is of de burgemeester de sluiting geschikt, noodzakelijk en evenwichtig heeft kunnen achten.
Geschiktheid en noodzaak
7.1.
Als de burgemeester bevoegd is om een pand te sluiten is vervolgens de vraag of dit middel ook geschikt is en of het noodzakelijk is om het pand te sluiten. De burgemeester dient zich ervan te vergewissen dat de sluiting redelijkerwijs zal bijdragen aan het bereiken van de doelen die met een dergelijke sluiting worden gediend. Verder is van belang of de burgemeester met een minder ingrijpend middel dan een sluiting had kunnen en moeten volstaan omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. [4] Bij de beoordeling of het noodzakelijk is om tot sluiting van een pand over te gaan zijn verschillende omstandigheden van belang. Bijvoorbeeld de aard en de hoeveelheid aangetroffen drugs en de daarmee mogelijk gepaard gaande risico’s op verdere criminaliteit, wat gevolgen heeft voor de veiligheid en de openbare orde in de omgeving. Sluiting van een pand kan noodzakelijk zijn als op grond van concrete feiten en omstandigheden aannemelijk is dat dit een rol vervult binnen de keten van drugshandel. Met de sluiting wordt het pand aan de keten van drugshandel onttrokken. [5]
7.2.
Verzoeker heeft in dat kader aangevoerd dat niet is gebleken van een feitelijke handel vanuit het pand. Er zijn geen overlastmeldingen en ook geen aanwijzingen dat het pand bekend staat als drugspand. Haddadi en zijn partner zijn niet aangemerkt als verdachte en er zijn ook geen concrete verdenkingen in hun richting. Haddadi heeft geen criminele antecedenten. Het pand is niet gelegen in een woonwijk, maar op een gesloten bedrijventerrein. Er is geen risico op herhaling en geen noodzaak om het pand te sluiten. Daarbij is ook van belang dat inmiddels al ruim zes weken zijn verstreken na de constatering en desondanks heeft de burgemeester het bedrijfspand nog steeds niet gesloten. De burgemeester heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de sluiting alsnog een geschikt en noodzakelijk middel is, aldus verzoekster.
7.3.
De voorzieningenrechter volgt verzoekster hierin niet. Aan de hand van de feiten en omstandigheden die volgen uit de bestuurlijke rapportage van 27 augustus 2025 heeft de burgemeester kunnen overwegen dat het pand aan de [adres 1] een schakel is in het drugscircuit. Daarbij is van belang dat de pallets met 1.200 kilo cocaïne vanuit Vlissingen zijn verzonden met kennelijk het bedrijfspand van verzoekster als bestemming. De pallets zijn vervolgens op een voor de bananenhandel onlogische wijze, namelijk ongekoeld wat bij hoge buitentemperaturen kan leiden tot kwaliteitsverlies, in het bedrijfspand gestald. De verdachte werkte voor verzoekster en had een CMR-vrachtbrief waarop als bestemming van deze partij bananen het bedrijf van verzoekster stond vermeld. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester gelet daarop de sluiting van het pand geschikt en noodzakelijk heeft kunnen achten. Het pand speelt kennelijk een rol in de keten van grootschalige internationale drugshandel, met alle gevolgen van dien, zoals het gevaar van ripdeals. Dat er verder geen daadwerkelijke handel vanuit het pand is gezien, maakt dat oordeel niet anders. Door de sluiting is het pand niet meer beschikbaar in de keten. Dit is ook na een tijdsverloop van meerdere weken nog steeds als geschikt te achten, omdat daarmee een signaal wordt afgegeven aan de buitenwereld dat er geen drugs meer wordt verhandeld vanuit het pand en dat de burgemeester optreedt in dit soort gevallen.
Evenwichtig
8.1.
Als de burgemeester zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de sluiting van het pand noodzakelijk is, komt vervolgens de vraag aan de orde of de sluiting ook evenwichtig is. Er moet evenwicht zijn tussen de bescherming van het algemeen belang, in dit geval de bescherming of het herstel van de openbare orde en de woon- en leefomgeving, en de te respecteren grondrechten van verzoekster. Of de sluiting evenwichtig is, hangt af van verschillende omstandigheden. De duur van de sluiting moet evenwichtig zijn, ook als verweerder daarin zijn eigen beleid heeft gevolgd. Of de sluiting evenwichtig is hangt ook af van de (mate van) verwijtbaarheid van de aangeschreven persoon, of er een bijzondere binding met het pand is en de mogelijkheid om weer van het pand gebruik te kunnen maken. De gevolgen van de sluiting worden afgewogen tegen de omstandigheden die maken dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk mocht vinden. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig. [6]
8.2.
Verzoekster heeft in dit kader aangevoerd dat zij niets te maken heeft met drugshandel. De aangetroffen medewerker was een ZZP-er die daar op het moment van aankomst toezicht hield. Er is geen opdracht gegeven tot het in ontvangst nemen van een transport uit Vlissingen. Er hebben ook verder geen drugsgerelateerde activiteiten in het pand plaatsgevonden. Verzoekster heeft door middel van cameratoezicht wel zicht willen houden op het terrein. Verzoekster beschikt inmiddels over informatie die de bestuurlijke rapportages van de politie betwisten. Er valt verzoekster in ieder geval geen verwijt te maken. Daarnaast is het is voor verzoekster ook niet haalbaar om een alternatief pand te vinden van dezelfde grootte en met een koeling om de handel voort te kunnen zetten. De sluiting heeft dus grote onevenwichtige gevolgen voor verzoekster.
8.3.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat – ondanks hetgeen is aangevoerd door verzoekster – de sluiting van het bedrijfspand niet onevenwichtig is. De voorzieningenrechter begrijpt dat de sluiting voor verzoekster nadelige gevolgen heeft, waaronder het moeten vinden van een andere loods. De voorzieningenrechter kan de burgemeester echter volgen dat er geen bijzondere binding is met deze loods voor de bedrijfsactiviteiten van verzoekster. Niet is gebleken dat het vinden van een alternatieve loods met een koeling voor de komende zes maanden onmogelijk is. Bovendien heeft de burgemeester mogen menen dat hier het algemene belang zwaarder moet wegen dan die belangen van verzoekster. Met de sluiting wil de burgemeester de openbare orde herstellen en deze behouden. Door de sluiting wordt het pand uit het criminele milieu onttrokken. Hiermee kunnen potentiële, openbare orde verstorende situaties, zoals bijvoorbeeld ripdeals of inbraken, worden voorkomen. Dit klemt te meer gelet op de grote hoeveelheid cocaïne die eigenlijk vanuit Vlissingen op weg zou zijn naar dit pand. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter ook dat uit de bestuurlijke rapportage van 27 augustus 2025 voldoende volgt dat dit pand en de onderneming van verzoekster op enige wijze gelinkt zouden kunnen worden aan deze drugs. De verdachte die de lading in ontvangst heeft genomen en ter plaatse is aangehouden, heeft verklaard dat hij in opdracht van verzoekster taken verrichtte. Die dag ging om het lossen van de lading met fruit die zou arriveren. Op de CMR-vrachtbrief die in de auto van de verdachte is aangetroffen stond als bestemming van de desbetreffende partij bananen ‘[naam]’ te Amsterdam vermeld. Op de zitting heeft verzoekster deze feiten betwist. Echter, zoals ook ter zitting besproken, mag de burgemeester uitgaan van de juistheid van de op ambtseed opgemaakte bestuurlijke rapportage en zijn de blote ontkenningen van verzoekster op dit moment onvoldoende om de inhoud van de rapportage te betwisten. De politie zal de komende periode nader onderzoek doen. Wellicht komt daar voor verzoekster ontlastende informatie naar boven. Dat kan de burgemeester betrekken bij een eventueel verzoek tot heropening van het pand.

Conclusie en gevolgen

9. De slotsom is dat de burgemeester gelet op al het voorgaande in redelijkheid van haar bevoegdheid tot sluiting van het bedrijfspand gebruik heeft kunnen maken. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat het sluitingsbevel van
29 september 2025 niet verder wordt opgeschort. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H.W. Franssen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Tanis, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Uit een aanvullend bericht van de politie volgt dat het gaat om nummer 106, het adres van het bedrijfspand van verzoekster.
2.Besluit van de burgemeester van de gemeente Amsterdam houdende beleidsregels over de sluitingsbevoegdheid op grond van de Opiumwet, de Gemeentewet en de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 (Beleidsregels sluitingen en heropeningen Amsterdam).
3.Uitspraken van 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2912, 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285, 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1910 en 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922.
4.Zie de uitspraak van de Afdeling van 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285.
5.Zie overweging 10.2 van de uitspraak van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922
6.Zie de uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1910.