Op 30 oktober 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de overlevering van een opgeëiste persoon op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat was uitgevaardigd door de regionale rechtbank in Opole, Polen. De zaak werd behandeld in het kader van de Overleveringswet (OLW). De opgeëiste persoon, geboren in Polen in 1997, was gedetineerd in Nederland en had afstand gedaan van zijn recht om bij de zitting aanwezig te zijn. Zijn raadsman was wel aanwezig, maar niet gemachtigd om het woord te voeren. De rechtbank heeft de termijn voor de uitspraak met 30 dagen verlengd en de gevangenhouding bevolen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. Het EAB vermeldde dat de opgeëiste persoon een vrijheidsstraf van drie jaar en zes maanden had gekregen, waarvan nog twee jaar, zes maanden en zevenentwintig dagen moesten worden uitgezeten. De rechtbank heeft vastgesteld dat de feiten waarvoor de overlevering werd verzocht, in Nederland ook strafbaar zijn, en dat er geen weigeringsgronden waren voor de overlevering. De rechtbank heeft ook overwogen dat er geen reëel gevaar bestond voor een schending van het recht op een eerlijk proces in Polen, omdat de opgeëiste persoon geen bewijs had geleverd dat zijn rechtszaak in Polen negatief was beïnvloed door structurele gebreken in de Poolse rechtsorde.
Uiteindelijk heeft de rechtbank besloten de overlevering toe te staan, omdat het EAB voldeed aan de eisen van de OLW en er geen belemmeringen waren voor de uitvoering ervan. De uitspraak is openbaar gedaan en er staat geen gewoon rechtsmiddel open tegen deze beslissing, conform artikel 29, tweede lid, OLW.