ECLI:NL:RBAMS:2025:8539
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van aanmanings- en betekeningskosten in verband met naheffingsaanslagen parkeerbelasting
In deze zaak heeft de rechtbank Amsterdam op 13 november 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen een eiser en de invorderingsambtenaar van de gemeente Amsterdam. De eiser had bezwaar gemaakt tegen naheffingsaanslagen parkeerbelasting die hem waren opgelegd op 20 november 2024, 4 december 2024 en 8 januari 2025. Omdat de eiser deze naheffingsaanslagen niet had betaald, had de invorderingsambtenaar aanmaningen gestuurd en een dwangbevel betekend, waarbij kosten in rekening waren gebracht. De eiser betwistte de ontvangst van de naheffingsaanslagen en stelde dat deze niet op de juiste wijze waren bekendgemaakt. De rechtbank oordeelde dat de invorderingsambtenaar voldoende had aangetoond dat de naheffingsaanslagen via de digitale berichtenbox van MijnOverheid waren verzonden. De rechtbank concludeerde dat de eiser de gevolgen van het niet regelmatig controleren van zijn berichtenbox voor zijn rekening moest nemen. De beroepen van de eiser werden ongegrond verklaard, en er was geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten of griffierecht. De uitspraak werd bekendgemaakt op dezelfde datum.