Rabobank heeft in 2013 een lening verstrekt aan gedaagde voor de aankoop van een woning, waarbij een recht van eerste hypotheek en een pandrecht als zekerheid zijn gesteld. Gedaagde is haar betalingsverplichtingen niet nagekomen, waarna Rabobank de woning heeft verkocht. De verkoopopbrengst was onvoldoende om de lening volledig te voldoen, waardoor Rabobank de resterende schuld vordert.
De kantonrechter toetst ambtshalve de toepasselijkheid van consumentenrecht en onderzoekt of de bedingen in de overeenkomst, waaronder die over kosten en proceskosten, niet oneerlijk zijn volgens Richtlijn 93/13 EG. Hoewel lening en rente transparant zijn, blijken de bedingen die alle kosten, inclusief hoge advocaatkosten van ruim €6.300, bij de consument leggen, oneerlijk en leiden tot een aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen partijen.
Op grond van jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie kan Rabobank geen beroep doen op deze bedingen. De kantonrechter is daarom voornemens deze bedingen te vernietigen, wat leidt tot afwijzing van de vordering. Voordat tot vernietiging wordt overgegaan, krijgt Rabobank gelegenheid tot uitlating. De zaak wordt aangehouden tot nadere beslissing.