ECLI:NL:RBAMS:2025:8782
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring voor passendere woning wegens algemene weigeringsgrond en ontbreken bijzondere hardheid
Eiseres vroeg een urgentieverklaring aan op medische gronden vanwege de woonsituatie van haar zoon met het syndroom van Down en de noodzaak van een prikkelarme, passende woning. De gemeente Amsterdam wees dit verzoek af op basis van de Huisvestingsverordening 2024, omdat eiseres voldoende wachtpunten had en het huisvestingsprobleem redelijkerwijs op andere wijze kon worden opgelost.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het strikte beleid van de gemeente Amsterdam gerechtvaardigd is vanwege het grote tekort aan sociale huurwoningen. De algemene weigeringsgrond uit artikel 2.10.5, eerste lid, onder c van de verordening is hier van toepassing, omdat eiseres 21 wachtpunten heeft en eerder al grotere woningen heeft geweigerd.
De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat geen sprake was van een acuut levensbedreigend probleem, ondanks de moeilijke situatie van het gezin. De voorzieningenrechter vond dat de afwijzing niet tot een onevenredige of onredelijke uitkomst leidde. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.