ECLI:NL:RBAMS:2025:8947

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
19 november 2025
Zaaknummer
13-136865-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 11 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op basis van individuele detentiegarantie in Europees aanhoudingsbevel uit Polen

De rechtbank Amsterdam behandelde op 18 november 2025 het verzoek tot overlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de District Court of Legnica. De verdachte wordt verdacht van racketeering en afpersing, strafbare feiten in Polen met een maximale vrijheidsstraf van ten minste drie jaar, waardoor dubbele strafbaarheid niet hoeft te worden onderzocht.

De rechtbank had eerder een algemeen reëel gevaar vastgesteld dat gedetineerden in Polen onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden ondervinden, met name door beperkte celruimte en langdurig verblijf in de cel. De Poolse autoriteiten hebben echter een individuele garantie afgegeven dat de verdachte minimaal 3 m2 persoonlijke ruimte heeft in een meerpersoonscel en niet structureel 23 uur per dag in de cel hoeft te verblijven, met de mogelijkheid om deel te nemen aan activiteiten en dagelijks minimaal één uur buiten de cel te zijn.

De raadsman betoogde dat deze garantie onvoldoende is, maar de officier van justitie stelde dat de garantie toereikend is en verwees naar eerdere jurisprudentie. De rechtbank concludeerde dat het algemene gevaar door deze individuele garantie is weggenomen. Tevens is geen concreet gevaar aangetoond dat het recht op een eerlijk proces wordt geschonden, ondanks structurele gebreken in de Poolse rechtsorde.

De rechtbank stelde vast dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en geen weigeringsgronden aanwezig zijn. De overlevering werd daarom toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe op basis van een individuele garantie omtrent humane detentieomstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13.136.865-25
Datum uitspraak: 18 november 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 22 september 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 15 april 2025 door
the District Court of Legnica - III Criminal Department, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag 1] 2002,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in het [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 4 november 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. E. Boskma, advocaat in Alkmaar, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank de gevangenhouding van de opgeëiste persoon bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist
zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van
the Regional Court of Lubinvan 19 september 2024, met kenmerk: II Kp 683/24.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Pools recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
racketeering en afpersing.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Artikel 11 OLW Pro; detentieomstandigheden

In haar uitspraak van 5 juni 2024 [4] heeft de rechtbank overwogen dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het
remand regimein Polen terechtkomen. Het kernpunt is dat in het
remand regimeslechts 3 m2 persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel is gegarandeerd voor de voorlopig gedetineerde, terwijl die veelal drieëntwintig uren per dag op zijn cel doorbrengt. Het algemene reële gevaar dat een opgeëiste persoon wordt blootgesteld aan een structureel verblijf van 23 uur per dag in een cel met een oppervlakte tussen de 3 en 4 m2 wordt in ieder geval weggenomen met de garantie dat hij minimaal twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven. Wanneer de autoriteiten een dergelijke garantie niet kunnen geven, heeft de rechtbank concrete informatie nodig over hoeveel uur een opgeëiste persoon onder normale omstandigheden, en wanneer hij ervoor kiest om aan de aangeboden activiteiten deel te nemen, gemiddeld buiten zijn cel kan verblijven.
De vaststelling van een algemeen reëel gevaar voor schending van de grondrechten voor gedetineerden die terecht komen in het
remand regime, kan op zichzelf niet tot weigering van de overlevering leiden. Het enkele bestaan van gegevens die duiden op gebreken in dit regime, impliceert immers niet noodzakelijkerwijs dat, in een concreet geval, de grondrechten van de opgeëiste persoon bij overlevering zullen worden geschonden. Het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) heeft daarom navraag gedaan bij de uitvaardigende justitiële autoriteit naar waar de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd en naar de omstandigheden aldaar.
In het antwoord van
the District Prosecutorin
Legnicavan 1 oktober 2025 staat onder meer het volgende:
“(…) with regard to [de opgeëiste persoon] , please be informed as follows:
1) after the surrender of the person requested by the European Arrest Warrant to the Polish party he will be placed (…) in remand prison which is closest to the place of conducting the proceedings, (…) it means that in this case it is the Detention Facility (…) of Wrocław.
2) in accordance with the regulations in force in Poland a space in a residential cell (multi-occupancy or single) for one prisoner (detainee) is in the amount not less than 3 square meters. (…) and a separated sanitary space. (…).
3) a person placed in the Detention Facility or Penal Institution in the territory of Poland is provided with a possibility, among others, of taking advantage of cultural-educational activities organized on the premises of a given penitentiary unit, and with a right to at least one-hour stroll each day in the yard.”
In de aanvullende informatie van de
Prosecutor of the Regional Prosecutor’s Office of Lubinvan 17 oktober 2025 staat verder onder meer:
“(….) with regard to the European Arrest Warrant issued in respect of the suspected person [de opgeëiste persoon] , I stress that in accordance with information from the (…) detention Facility of Wroclaw (…), a person detained temporarily is provided with a possibility of taking use of cultural -educational activities, and religious services, and taking part in various activities in a dayroom and a library – in accordance with the schedule.
Additionally, a person detained temporarily is provided with a possibility of one hour walk once a day outside the cell, and a bath twice a week. A person detained temporarily has also a possibility of performing cleaning works within the detention centre and taking up employment. In case when a person detained temporarily would express his desire to participate in all offered activities he may be beyond a residential cell two hours a day and even longer. However, a final number of hours spent outside the cell is highly individualized, it depends on will to participate in optional activities by a person detained temporarily, therefore it is not possible to determine strict hour limits in respect of the suspected person [de opgeëiste persoon] ”.
In de aanvullende informatie van dezelfde datum van
the Detention Facilityin Wrocław staat tot slot:
“(…) in respect of [de opgeëiste persoon] , I kindly explain as follows:
During the stay in the Pre-Trial Detention Facility (…) of Wrocław, a person detained temporarily is provided with a possibility of taking use of cultural – educational activities, and religious services. Additionally, in the residential ward he may participate in various activities in a dayroom and visit a library (in accordance with the schedule). Apart from the mentioned activities, he is provided with the possibility of one hour walk once a day, and a bath twice a week. (…) Pursuant to applicable legal provisions, a person detained temporarily has also a possibility of performing cleaning works within the detention centre or taking up employment. Theoretically, if a person detained temporarily would express his desire to participate in all offered activities and in performing cleaning works or taking up employment, he may be beyond a residential cell two hours a day and even longer.”
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft betoogd dat de gegeven detentiegarantie onvoldoende is om het algemene gevaar voor de opgeëiste persoon weg te nemen. Het overleveringsverzoek moet daarom worden afgewezen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de detentiegarantie voldoende is en dat de detentieomstandigheden daarom niet in de weg staan aan overlevering. Hiertoe heeft de officier van justitie verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank van 29 september 2025. [5] Mocht de rechtbank tot een andere conclusie komen, dan moet de uitvaardigende justitiële autoriteit nogmaals in de gelegenheid worden gesteld om informatie over de detentieomstandigheden te verschaffen.
Oordeel van de rechtbank
Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in de door de Poolse autoriteiten gegeven garantie, verstrekt met de aanvullende informatie van 1 en 17 oktober 2025 (op die datum door zowel
the Public Prosecutorals de detentie-instelling zelf). [6]
De rechtbank is, gelet op de individuele garantie van de Poolse autoriteiten, van oordeel dat het vastgestelde algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Het algemene gevaar dat de rechtbank heeft aangenomen, wordt door deze garantie namelijk uitgesloten omdat de opgeëiste persoon minimaal 3 m2 persoonlijke ruimte heeft in een meerpersoonscel (exclusief sanitair) en hij niet structureel 23 uur per dag in zijn cel hoeft door te brengen. De detentieomstandigheden staan daarom niet aan overlevering in de weg.

6.Artikel 11 OLW Pro: artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU

De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. [7]
Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed zullen hebben op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. [8]

7.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.

8.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the District Court of Legnica - III Criminal Department(Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,
mrs. O.P.M. Fruytier en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 18 november 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
6.HvJ EU van 25 juli 2018, zaak ML, ECLI:EU:C:2018:589.
7.Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1793, r.o. 4.4.
8.Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1793, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (