Op 20 november 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de overlevering van een Nederlandse staatsburger op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat was uitgevaardigd door het Openbaar Ministerie te Wenen, Oostenrijk. De opgeëiste persoon, geboren in 1990, heeft de Nederlandse nationaliteit en doet een beroep op de verstrekte terugkeergarantie. De rechtbank heeft vastgesteld dat de opgeëiste persoon voldoende banden met Nederland heeft, waardoor de tenuitvoerlegging van een eventuele straf beter in Nederland kan plaatsvinden. De rechtbank heeft de overlevering toegestaan, ondanks het verweer van de raadsman dat de overlevering een schending van het recht op 'family life' zou inhouden. De rechtbank oordeelde dat de inmenging in het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven gerechtvaardigd is en dat er geen weigeringsgronden zijn voor de overlevering. De rechtbank heeft de relevante wetsartikelen, waaronder de Overleveringswet (OLW), in haar beslissing betrokken. De uitspraak is openbaar uitgesproken en er staat geen gewoon rechtsmiddel open tegen deze beslissing.