Ontvankelijkheid
De rechtbank is bevoegd en klager kan worden ontvangen in het klaagschrift.
Klagers zijn allen advocaten en doen een beroep op hun verschoningsrecht ten aanzien van stukken die in het onderzoek in beslag zijn genomen. Dit maakt hen belanghebbenden.
Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank niet in dat de gewijzigde omstandigheden en ontwikkelingen na 4 juli 2025 maken dat klager geen belang meer zou hebben bij het klaagschrift en dat het om die reden niet-ontvankelijk zou zijn.
Het klaagschrift is tijdig ingediend.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank dient te beoordelen of in onderhavige zaak met de gekozen werkwijze van ‘uitgrijzen’ voldoende is gewaarborgd dat geheimhoudergegevens geen deel uitmaken - of zullen uitmaken - van de processtukken en dat daarop in het verdere verloop van het strafproces geen acht kan worden geslagen.
Klacht tegen de inbeslagneming van verschoningsgerechtigd materiaal en het schoningsproces, meer in het bijzonder klacht tegen het ‘uitgrijzen’ en verzoek om vernietiging van de geheimhoudersgegevens.
Klagers hebben primair verzocht te bepalen dat de inbeslaggenomen geheimhoudersstukken moeten worden vernietigd, in die zin dat deze stukken definitief geen deel meer uitmaken van de datasets. De rechtbank stelt vast dat het in dit geval gaat om een forensische kopie van inbeslaggenomen gegevensdragers met daarop een grote hoeveelheid digitale data, die deels wel en deels niet onder het verschoningsrecht vallen. De rechter-commissaris heeft toegelicht dat het voor de integriteit van de datasets noodzakelijk is dat het bronbestand in tact blijft en dat daarom het wissen of vernietigen van de geheimhoudersstukken die zich tussen de data bevinden niet mogelijk is zonder de integriteit van het bronbestand aan te tasten. De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat het daadwerkelijk vernietigen in de zin van verwijderen/wissen van de geheimhoudersstukken niet mogelijk is. Het klaagschrift is in zoverre ongegrond.
Om te verzekeren dat de door de rechter-commissaris uitgefilterde geheimhoudersstukken geen deel uitmaken van de processtukken en dat daarop in het verdere verloop van het strafproces geen acht wordt geslagen, kan - zoals in dit geval is gebeurd - de methode van ‘uitgrijzen’ worden gevolgd. De Hoge Raad heeft in het arrest van 15 april 2025in lijn met eerdere jurisprudentie overwogen dat van vernietiging van gegevens ook sprake is als gegevens niet meer kenbaar zijn door bewerking van de gegevensdrager of de digitale voorziening waarmee de gegevens raadpleegbaar zijn. In geval van ‘uitgrijzen’ moet het proces zo zijn ingericht dat is verzekerd dat die gegevens geen deel uitmaken van de processtukken en dat daarop in het verdere verloop van het strafproces geen acht kan worden geslagen. Om in een voorkomend geval rechterlijke controle mogelijk te maken op de manier van vernietiging in het licht van dit vereiste, moet voldoende nauwkeurig verslag worden gedaan in een proces-verbaal. In het bijzonder moet daarin inzicht worden gegeven in de manier waarop is gewaarborgd dat personen die op enigerlei wijze bij het opsporingsonderzoek betrokken (zullen) zijn op geen enkele wijze toegang kunnen krijgen tot de betreffende gegevens.
Een dergelijk proces-verbaal over de techniek van het ‘uitgrijzen’ en de wijze waarop wordt gewaarborgd dat de ‘uitgegrijde’ data ontoegankelijk blijven voor alle betrokkenen bij de opsporing en vervolging, zoals aangekondigd door de rechter-commissaris in zijn proces-verbaal van 7 februari 2024, ontbreekt nog steeds. De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat de brief van de FIOD van 16 oktober 2025, aangevuld met de eigen wetenschap van de rechter-commissaris over de algemene techniek van het uitgrijzen in zijn proces-verbaal van 17 oktober 2025, niet volstaan. Hierin is sprake van een te algemene omschrijving van de werkwijze van uitgrijzen, waarbij niet wordt ingegaan op de toegankelijkheid van de data in dit specifieke geval en onvoldoende wordt gewaarborgd dat personen die op enigerlei wijze bij het opsporingsonderzoek betrokken (zullen) zijn geen toegang kunnen krijgen tot de betreffende gegevens, bijvoorbeeld in geval van het exporteren van data in een andere applicatie. Het proces-verbaal van ambtshandeling van 5 februari 2024 van de geheimhoudersmedewerker van de FIOD, [naam 1], die de rechter-commissaris heeft bijgestaan in het proces van filteren, geeft evenmin inzicht in de waarborgen. De officier van justitie heeft in raadkamer aangegeven dat ook hij dit proces-verbaal nog nodig acht.
De noodzaak van strikte waarborgen is duidelijk geworden in deze zaak. Blijkens het proces-verbaal van bevindingen inzake verstrekking gegevens JIT partners van 17 juni 2025 (AMB-020) hebben rechercheurs die betrokken zijn bij de opsporing in het onderzoek Greenhill zonder enige (kenbare) beperking en/of controle opdracht kunnen geven aan een medewerker van het digi-team om een export te maken van de door de Duitse rechercheurs gebookmarkte gegevens, zonder dat de geheimhoudersmedewerker en/of de rechter-commissaris daarbij betrokken zijn. Bij deze export naar een USB-stick is de eerdere filtering teniet gedaan en zijn de eerder uitgegrijsde verschoningsgerechtigde gegevens weer zichtbaar geworden bij het laden in een andere applicatie. Rechercheurs van de FIOD, [naam 2], [naam 3] en [naam 4], hebben in een proces-verbaal van 4 november 2025 (AMB-005) verklaard dat zij geen kennis hebben genomen van verschoningsgerechtigde informatie. Dit neemt niet weg dat rechercheur(s) van het onderzoeksteam en de medewerker van het digi-team op kennelijk eenvoudige wijze (onbedoeld) de aangebrachte filtering ongedaan hebben kunnen maken en verschoningsgerechtigde informatie daarmee voor hen toegankelijk hebben kunnen maken. Dit maakt dat er strikte waarborgen moeten worden gesteld om herhaling van deze fout te voorkomen.
Het klaagschrift tegen de methode van ‘uitgrijzen’ is in zoverre gegrond. De rechtbank zal het Openbaar Ministerie opdragen dit proces-verbaal alsnog door de FIOD te laten opstellen en aan de rechter-commissaris te laten verstrekken. Daarin moet nauwkeurig worden omschreven hoe wordt gewaarborgd dat personen die bij het opsporingsonderzoek en de vervolging zijn betrokken geen toegang kunnen krijgen tot de 'uitgegrijsde' gegevens en ook dat deze niet nogmaals worden geëxporteerd op de wijze die eerdere mis is gegaan.
Verder stelt de rechtbank vast dat er sterke aanwijzingen zijn dat de eerdere filtering onder leiding van de rechter-commissaris onvolledig is geweest, zoals naar voren is gekomen tijdens de inzage van mr. [klager 1] en mr. [klager 2] in de dataroom op 7 mei 2025. Na ontvangst van de gemaakte bookmarks zijn de stukken op 15 juli 2025 nader door klager gespecificeerd. Deze stukken zijn volgens klager nog steeds (gedeeltelijk) zichtbaar. Alhoewel het Openbaar Ministerie en de rechter-commissaris naar voren hebben gebracht dat een waterdichte filtering vrijwel onmogelijk is bij een hoeveelheid data als hier aan de orde, wekt het wel verbazing dat het invoeren van eenvoudige zoektermen door klager en mr. [klager 1] meerdere hits opleverde van expliciete namen en termen die bij de filtering geraakt- en dus uitgegrijsd hadden moeten worden. Hoe dit mogelijk is, is de rechtbank op grond van de zich thans in het dossier bevindende stukken niet duidelijk geworden. Het is dan ook noodzakelijk dat een aanvullende filtering zal plaatsvinden, zoals de rechter-commissaris ook al heeft aangekondigd.
Het klaagschrift is ook in zoverre gegrond. De rechtbank zal de rechter-commissaris opdragen een aanvullende filtering uit te (laten) voeren en daarvan verslag te doen in een proces-verbaal. Voor een verklaring voor recht dat sprake is van een schending van het verschoningsrecht en dat het gebruik van de gegevens onrechtmatig is, zoals door klager verzocht, is in deze procedure geen plaats.
Klacht tegen de onrechtmatige overdracht van gegevens aan het buitenland
Vast staat dat bij de overdracht van (een deel van) de datasets aan de Duitse en Finse opsporingsdiensten een grote hoeveelheid verschoningsgerechtigde stukken zichtbaar zijn geworden en zijn overgedragen. De rechtbank kan niet beslissen tot vernietiging van usb-stick en harde schijf die aan Duitsland en Finland zijn verstrekt, al was het maar omdat niet vaststaat dat ze er nog zijn en zo ja, waar.
Het Openbaar Ministerie heeft maatregelen genomen tegen verdere verspreiding. Door de JIT-partners is aangegeven dat de stukken zijn vernietigd. De rechtbank gaat uit van de betrouwbaarheid van de garantie van deze autoriteiten dat de gegevens zijn vernietigd. De rechtbank ziet niet in welke aanvullende waarborgen in dit verband verder nog zouden kunnen worden gegeven.
Logbestanden
De Hoge Raad heeft in de hiervoor genoemde uitspraken overwogen dat als bij de vernietiging van geheimhoudersstukken gebruik wordt gemaakt van technische voorzieningen (de rechtbank begrijpt: voor het uitgrijzen van digitale bestanden), deze zo moeten zijn ingericht dat kan worden nagegaan dat de gegevens niet meer kenbaar zijn, bijvoorbeeld middels een geautomatiseerde registratie waarbij wordt bijgehouden welke handelingen binnen het systeem hebben plaatsgevonden en door wie deze zijn verricht. (Vgl. HR 12 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:375, rechtsoverweging 6.7.2.). De rechtbank begrijpt dat hieronder de verzochte logbestanden kunnen worden verstaan.