ECLI:NL:RBAMS:2025:9658

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
AMS 24/2477, 24/7617 en 25/5352
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen afwijzing handhavingsverzoek en evenementenvergunningen voor kermis in [woonplaats]

In deze uitspraak van de Rechtbank Amsterdam op 9 december 2025 zijn drie beroepen aan de orde die betrekking hebben op de kermis in [woonplaats]. Eiser, wonende in de nabijheid van de kermis, heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn handhavingsverzoek en tegen de evenementenvergunningen die door de burgemeester zijn verleend voor de kermisedities van 2024 en 2025. Eiser ervaart lichthinder van de kermisattracties en is van mening dat de burgemeester zijn verzoek onvoldoende zorgvuldig heeft behandeld. De rechtbank oordeelt dat de burgemeester de afwijzing van het handhavingsverzoek onvoldoende heeft gemotiveerd, maar dat de evenementenvergunningen terecht zijn verleend. De rechtbank vernietigt het handhavingsbesluit, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand, aangezien de kermis van 2023 al heeft plaatsgevonden. Eiser krijgt een vergoeding van het griffierecht en proceskosten toegewezen. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldigheid bij handhavingsverzoeken en de noodzaak voor de burgemeester om toekomstige verzoeken adequaat te behandelen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummers: AMS 24/2477, AMS 24/7617 en AMS 25/5352

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2025 in de zaken tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. M.B. de Jong),
en

de burgemeester van Amstelveen, de burgemeester

(gemachtigde: mr. R. Meyer).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
Bureau De Kermisgids B.V., uit Alphen aan de Rijn (de kermisexploitant)
(gemachtigde: [naam] ).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de drie beroepen van eiser die betrekking hebben op de kermis van [woonplaats] . De beroepen zijn gericht tegen de afwijzing van eisers handhavingsverzoek (AMS 24/2477) en tegen de door de burgemeester verleende evenementenvergunningen aan de kermisexploitant voor de kermisedities van mei 2024 (AMS 24/7617) en mei 2025 (AMS 25/5352). Eiser is het niet eens met de beslissingen van de burgemeester omdat hij in zijn woning lichthinder ervaart van de kermisattracties. Aan de hand van de beroepsgronden van eiser beoordeelt de rechtbank de afwijzing van het handhavingsverzoek en de verleende evenementenvergunningen.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester de afwijzing van het handhavingsverzoek onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid en onvoldoende heeft gemotiveerd. De rechtbank is verder van oordeel dat de burgemeester de evenementenvergunningen voor de kermisedities van mei 2024 en mei 2025 aan de kermisexploitant heeft mogen verlenen. Dit betekent dat eiser in één beroepsprocedure gelijk krijgt en in de andere twee beroepsprocedures niet. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
De uitspraak is als volgt opgebouwd. Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak en de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot de bestreden besluiten. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 3. Daarbij gaat de rechtbank in op het procesbelang van eiser bij zijn beroepen. Daarna volgt onder 4 de beoordeling van de beroepsgronden van eiser over het handhavingsverzoek. Vervolgens bespreekt de rechtbank onder 5 de beoordeling van de beroepsgronden van eiser tegen de verleende evenementenvergunningen. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. In [woonplaats] wordt jaarlijks een vijf dagen durende kermis georganiseerd in het voorjaar en in het najaar op het parkeerterrein aan de [locatie 1] en het [locatie 2] . Eiser woont sinds 2020 op de [adres] in [woonplaats] .
2.1.
De burgemeester heeft op 22 maart 2023 besloten om een evenementenvergunning te verlenen aan de kermisexploitant ten behoeve van de vijfdaagse voor- en najaarskermis. De voorjaarskermis vindt plaats van 3 mei 2023 tot en met 7 mei 2023 en de najaarskermis van 25 oktober 2023 tot en met 29 oktober 2023. Eiser heeft tegen deze verleende evenementenvergunning bezwaar gemaakt waarin hij aangeeft geluids- en lichtoverlast te ervaren van de kermis. Met het besluit van 27 september 2023 heeft de burgemeester het bezwaar van eiser gegrond verklaard omdat onvoldoende is gekeken naar de belangen van de bewoners in de directe omgeving. Voor de vergunningsvoorwaarden ten aanzien van de geluidsnormen wordt aansluiting gezocht bij het gewijzigde bestemmingsplan ‘ [bestemmingsplan] ’. Ook is als extra voorwaarde opgenomen dat moet worden voorkomen dat in de nabijgelegen woningen onaanvaardbare lichthinder ontstaat door – met name stroboscopische – verlichting.
2.2.
Eiser heeft op 26 oktober 2023 een verzoek om handhavend op te treden ingediend wegens ervaren lichtoverlast van de najaarskermis. Met het besluit van 11 december 2023 heeft de burgemeester dit verzoek afgewezen omdat uit de controles is gebleken dat er geen onduldbare overlast heeft plaatsgevonden. Met het bestreden besluit van 21 maart 2023 (
het handhavingsbesluit) op het bezwaar van eiser is de burgemeester bij de afwijzing van het handhavingsverzoek gebleven. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld (AMS 24/2477).
2.3.
Met het besluit van 17 april 2024 heeft de burgemeester besloten om onder voorwaarden een evenementenvergunning te verlenen aan de kermisexploitant ten behoeve van de voorjaarskermis 2024. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt omdat er volgens hem ten onrechte geen voorschriften in de vergunning zijn opgenomen om lichthinder te voorkomen. Met het bestreden besluit van 6 november 2024 (
het bestreden besluit 2024) heeft de burgemeester het bezwaarschrift ongegrond verklaard omdat volgens de burgemeester met de eerder genomen voorzorgsmaatregelen onaanvaardbare lichthinder wordt tegengegaan. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld (AMS 24/7617).
2.4.
Met het besluit van 25 april 2025 (
het bestreden besluit 2025) heeft de burgemeester besloten om onder voorwaarden een evenementenvergunning te verlenen aan de kermisexploitant ten behoeve van de voorjaarskermis 2025. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de burgemeester verzocht om in te stemmen met rechtstreeks beroep [1] bij de rechtbank omdat de feitelijke situatie gelijk is aan de lopende beroepsprocedure met zaaknummer AMS 24/7617. De burgemeester heeft daarmee ingestemd (AMS 25/5352).
2.5.
De burgemeester heeft op de drie beroepen gereageerd met een verweerschrift.
2.6.
De rechtbank heeft de beroepen op 11 november 2025 gevoegd op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de burgemeester. De kermisexploitant heeft zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Procesbelang
3. De evenementenvergunningen die in deze beroepsprocedures ter toetsing voorliggen zijn verleend voor de kermisedities van 2024 en 2025, oftewel het gaat om gebeurtenissen in het verleden. Het handhavingsverzoek heeft betrekking op de kermiseditie van 2023. Voordat de rechtbank inhoudelijk ingaat op de beroepsgronden, moet eerst beoordeeld worden of eiser nog procesbelang heeft bij een uitspraak.
3.1.
Omdat de kermis in [woonplaats] een periodiek terugkerend evenement is, kan een inhoudelijk oordeel over de rechtmatigheid van de verleende evenementenvergunningen en de afdoening van het handhavingsverzoek van belang zijn voor toekomstige aanvragen, handhavingsverzoeken en de toetsing daarvan. Op grond van vaste rechtspraak heeft eiser om die reden procesbelang bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroepen. [2]
Handhavingsverzoek (zaaknummer AMS 24/2477)
4. Eiser heeft op 26 oktober 2023 een e-mail gestuurd aan de burgemeester met het verzoek tot handhaving in verband met overlast die hij ervaart van de kermis. In dit verzoek brengt eiser – voor zover nog relevant nu de beroepsgrond betreffende geluidsoverlast is ingetrokken – naar voren dat de bezwaarschriftencommissie heeft geadviseerd om: “
alsnog toereikende voorschriften aan de vergunning te verbinden ten aanzien van licht”. Eiser heeft naar eigen zeggen geconstateerd dat de kermisexploitant zich niet houdt aan deze aanbevelingen en doorgaat met activiteiten die resulteren in excessieve lichtoverlast. Eiser heeft twee foto’s bijgevoegd om de ervaren lichtoverlast aan te tonen.
4.1.
Handhaving is een bevoegdheid en daarmee de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan. Een verzoek daartoe behoeft niet het bewijs te bevatten dat tot handhaving dient te worden overgegaan. Wel is het aan de verzoeker van een handhavingsverzoek om een begin van bewijs van de overtreding te leveren. Daarna is het aan het bestuursorgaan om te onderzoeken of er sprake is van een overtreding. [3]
4.2.
De rechtbank constateert dat eiser in zijn handhavingsverzoek slechts in algemene bewoordingen heeft opgeschreven dat hij lichtoverlast van de kermis ervaart. Eiser heeft in zijn handhavingsverzoek niet geconcretiseerd om welke kermisattractie het gaat en op welke dag en welk tijdstip hij overlast heeft ondervonden. Gelet op de voorgeschiedenis van deze zaak en het feit dat er meermaals contact is geweest tussen vertegenwoordigers van de burgemeester en eiser, is in dit geval voldoende duidelijk dat het verzoek om handhaving ziet op de overlast door stroboscopische verlichting van kermisattracties. Het lag dan ook op de weg van de burgemeester om na de binnenkomst van het handhavingsverzoek van eiser te onderzoeken of er sprake was van een overtreding.
4.3.
In het handhavingsbesluit heeft de burgemeester besloten dat er geen aanleiding is geweest om over te gaan tot handhaving. De door de kermisexploitant gestelde voorwaarde tot het treffen van maatregelen ter voorkoming van overlast zijn afdoende geweest en uit een controle is gebleken dat er geen onduldbare overlast heeft plaatsgevonden. De maatregelen van de kermisexploitant zien op de wijziging in de opstelling van enkele nabije attracties op het [locatie 2] en het tevens uitschakelen van stroboscopische verlichting. Deze maatregelen hebben ertoe geleid dat er van lichtflitsen en ander direct stralend onaanvaardbaar hinderlijk licht, zichtbaar geen sprake meer was. Een extra specifiek gerichte controle, zoals lichtmetingen in een woning, werd daardoor niet meer noodzakelijk geacht.
4.4.
De bezwaarschriftencommissie schrijft in het advies van 21 maart 2024 dat er controles zijn uitgevoerd en dat de toezichthouder concludeerde dat de stroboscopische verlichting ten aanzien van de dichtstbijzijnde attracties uit stonden en dat de attracties zo geplaatst waren dat het licht niet specifiek uitstraalde richting de woning van eiser. In het dossier ontbreekt een schriftelijke vastlegging van de bevindingen van de toezichthouder. Niet duidelijk is op welke datum en welk tijdstip is gecontroleerd en door wie welke specifieke waarnemingen zijn gedaan. De rechtbank is daarom van oordeel dat de afwijzing van het handhavingsverzoek onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en ook onvoldoende is gemotiveerd.
4.5.
Het beroep tegen het handhavingsbesluit is dus gegrond en de rechtbank zal dit besluit vernietigen. De rechtbank draagt de burgemeester echter niet op om een nieuw besluit te nemen en laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Gelet op het feit dat de kermis van 2023 al heeft plaatsgevonden, wordt eiser daardoor niet in zijn belangen geschaad.
4.6.
Aangezien de zaak gaat over een terugkerend evenement en het niet ondenkbaar is dat er nog meer procedures tussen partijen zullen volgen over dit onderwerp, acht de rechtbank het van belang om nog het volgende op te merken. Mocht eiser in de toekomst nogmaals een handhavingsverzoek doen, dan moet hij concreet aangeven waaruit de gestelde overtreding bestaat. Eiser moet daarbij omschrijven om welke kermisattractie het gaat, de datum en het tijdstip noemen en dit bij voorkeur ondersteunen met bewijsmateriaal zoals foto’s en/of filmpjes. De rechtbank wijst de burgemeester erop dat hij deze uitspraak in acht dient te nemen bij eventuele toekomstige besluitvorming die betrekking heeft op een handhavingsverzoek van eiser. De burgemeester moet inzichtelijk maken op welke wijze de controle door een toezichthouder is uitgevoerd. Daarbij moeten de bevindingen concreet worden weergegeven onder vermelding van de datum en het tijdstip van de controle. Het is vervolgens aan de toezichthouder om te beoordelen of een controle vanuit de woning van eiser nog noodzakelijk is. Het is dus niet per definitie zo – zoals eiser stelt – dat een controle alleen zorgvuldig kan zijn, indien ook in de woning van eiser gekeken wordt.
Evenementenvergunningen (zaaknummers: AMS 24/7617 en AMS 25/5352)
5. Eiser voert – kort samengevat – aan dat ten onrechte geen lichtbeperkende voorschriften in de evenementenvergunningen van 2024 en 2025 zijn opgenomen. Dit is in strijd met de rechtszekerheid. Zonder deze voorschriften ontbreekt de mogelijkheid om toekomstige hinder effectief te kunnen bestrijden. Op de zitting heeft eiser toegelicht dat het hem gaat om het totaal aan verlichting dat de kermis uitstraalt, maar dat vooral de stroboscopische verlichting van de attractie ‘ [naam attractie] ’ overlast veroorzaakt. Eiser zou graag willen dat vanaf de schemering de stroboscopische verlichting van de kermisattracties uit gaan en hij verwijst hiervoor naar een uitspraak van de rechtbank Gelderland. [4]
5.1.
Als voorschrift is in zowel de evenementenvergunning van 2024 als die van 2025 het volgende opgenomen:
“het evenemententerrein wordt ingedeeld volgens de bijgevoegde situatietekening, waarbij rekening wordt gehouden bij de opstelling van de betreffende attracties om eventuele licht- en geluidsoverlast zoveel mogelijk te beperken”.
5.2.
Zoals de Afdeling in eerdere uitspraken heeft overwogen, valt op objectieve gronden niet vast te stellen wanneer een omwonende door een evenement onduldbare geluidhinder ondervindt. [5] Het oordeel of geluidhinder al dan niet aanvaardbaar is, is afhankelijk van het antwoord op de vraag of de burgemeester aan de belangen die zijn gediend met de activiteit die dat geluid veroorzaakt redelijkerwijs doorslaggevend gewicht heeft kunnen toekennen. De rechtbank hanteert dit beoordelingskader ook voor de vraag of sprake is van onaanvaardbare lichthinder.
5.3.
De burgemeester stelt zich op het standpunt dat onduldbare hinder een open norm is en dat hij niet verplicht is om lichtbeperkende voorschriften op te nemen in de evenementenvergunning. De burgemeester maakt een belangenafweging om tot een besluit te komen waarbij zowel het algemeen belang, het belang van de kermisexploitant als het belang van omwonenden meegenomen wordt. De indeling van de kermisattracties waarborgt volgens de burgemeester voldoende dat van onduldbare lichthinder geen sprake is. De grotere – overlastgevende – attracties zijn niet in de nabijheid van de woning van eiser geplaatst. Door de opstelling van de attracties wordt zoveel mogelijk tegemoetgekomen aan de belangen van omwonenden, waaronder eiser. Daarnaast heeft de kermisexploitant ten aanzien van de stroboscopische verlichting toegezegd dat deze in de directe nabijheid van woningen naar beneden wordt gericht of, indien dat niet mogelijk is, deze wordt uitgezet. De burgemeester ziet niet in waarom aan deze toezegging kan of moet worden getwijfeld. Deze toezegging was volgens de burgemeester bovendien ook niet noodzakelijk, omdat al voldoende is geborgd dat van onduldbare lichthinder geen sprake is en extra voorschriften te veel afbreuk doen aan de voor een kermis kenmerkende sfeer.
5.4.
De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester zich terecht op het standpunt stelt dat hij niet verplicht is verdergaande voorschriften in de evenementenvergunning op te nemen. Dat niet op objectieve gronden is vast te stellen wanneer sprake is van onduldbare lichthinder, maakt het naar het oordeel van de rechtbank moeilijk hierover concrete vergunningvoorschriften op te nemen. Uiteraard kan in de evenementenvergunning worden opgenomen dat (bepaalde) verlichting vanaf een bepaald tijdstip uitgeschakeld moet worden, waarmee vanaf dat tijdstip geen lichtoverlast meer zal worden ervaren, maar daartoe is de burgemeester niet verplicht. Van strijd met de rechtszekerheid door het niet opnemen van lichtbeperkende voorschriften is dan ook geen sprake. Dat in andere gemeenten wel lichtbeperkende voorschriften zijn opgenomen als vergunningvoorschriften, maakt dit niet anders.
5.5.
Voor zover eiser nog heeft aangevoerd dat de burgemeester onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn belangen bij de vergunningverlening is de rechtbank terughoudend toetsend van oordeel dat de burgemeester de betrokken belangen in dit geval op een zorgvuldige wijze tegen elkaar heeft afgewogen. Daarbij mocht de burgemeester doorslaggevend gewicht toekennen aan het algemeen belang van de kermis voor [woonplaats] en de bezoekers ervan.
5.6.
Over de toezegging van de kermisexploitant om de stroboscopische verlichting in de directe nabijheid van woningen naar beneneden te richting of zo nodig uit te schakelen nog het volgende. Uit het bovenstaande volgt dat de burgemeester naar het oordeel van de rechtbank geen voorschrift over stroboscopische verlichting hoefde op te nemen in de evenementenvergunning. De burgemeester heeft zich ook terecht op het standpunt gesteld dat een toezegging tussen de kermisexploitant en eiser geen voorschrift is waartegen de burgemeester bij niet-nakoming daarvan handhavend kan optreden. Naar het oordeel van de rechtbank is de toezegging (voor zover die ook tijdens toekomstige kermisedities geldt) wel iets dat bij de beoordeling van een eventueel handhavingsverzoek kan worden betrokken, namelijk bij de vraag of handhavend moet worden opgetreden of dat volstaan kan worden met minder vergaande maatregelen. In dat geval zal de burgemeester uiteraard wel moeten (laten) controleren of de toezegging daadwerkelijk wordt nagekomen.
5.7.
Gelet op het bovenstaande slagen de beroepsgronden van eiser niet. Dat betekent dat de burgemeester de evenementenvergunningen voor de kermisedities van 2024 en 2025 heeft kunnen verlenen.

Conclusie en gevolgen

6. De beroepen met zaaknummers AMS 24/7617 en AMS 25/5352 zijn ongegrond.
6.1.
Het beroep met zaaknummer AMS 24/2477 is gegrond omdat het handhavingsbesluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereiding en onvoldoende is gemotiveerd. De rechtbank vernietigt daarom het handhavingsbesluit. Maar de rechtbank laat met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht de rechtsgevolgen van de bestreden besluiten in stand. Aangezien de kermis van 2023 al heeft plaatsgevonden wordt eiser daardoor niet in zijn belangen geschaad.
6.2.
Omdat het beroep gegrond is moet de burgemeester het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten. De burgemeester moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
in de procedures met zaaknummers AMS 24/7617 en AMS 25/5352
- verklaart de beroepen ongegrond;
in de procedure met zaaknummer AMS 24/2477
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het handhavingsbesluit van 21 maart 2024;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 187,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L. Dolfing, rechter, in aanwezigheid van
mr.G. dos Santos 't Hoen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 9 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 24 augustus 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU1396.
3.Zie de uitspraak van de Afdeling van 7 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3602.
4.Zie de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 1 augustus 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:4424.
5.Zie de uitspraken van de Afdeling van 11 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1245 en 10 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2346