Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De vordering
€ 28.078,68.
3.Grondslag van de vordering
1. eendaadse samenloop van:
4. het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
4.Het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 700,96, waardoor het wederrechtelijk verkregen voordeel iets lager uitvalt, namelijk
€ 28.078,68.
23.894,08
23.894,08
5.De verplichting tot betaling
23.894,08.
6.Toepasselijke wettelijke voorschriften
7.Beslissing
23.894,08
[veroordeelde]de verplichting tot betaling van €
23.894,08
477 (vierhonderdzevenenzeventig) dagen.