Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om zijn auto weg te slepen van een laad- en loshaven en de kosten daarvan op hem te verhalen. Hij stelde dat hij een RVV-ontheffing had en dat de handhavend ambtenaren niet tien minuten hadden gewacht voordat zij zijn auto wegsleepten.
De rechtbank oordeelde dat het college de auto mocht wegslepen omdat de RVV-ontheffing onvoldoende zichtbaar was en er geen waarneembaar laden en lossen plaatsvond. De handhavend ambtenaren hadden volgens het proces-verbaal en de foto's vastgesteld dat de ontheffing niet duidelijk zichtbaar was en dat niemand bij de auto goederen aan het laden of lossen was.
Verder stelde de rechtbank vast dat het college wel degelijk tien minuten had gewacht voordat de auto werd weggesleept, ondanks de stelling van eiser dat hij kort geparkeerd had. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat eiser geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskosten.