ECLI:NL:RBAMS:2026:1070
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beklag tegen voortzetting beslag op telefoon in zedendelictonderzoek
Op 4 november 2025 deed de vrouw van de klager aangifte van mishandeling en een zedendelict tegen de klager. Naar aanleiding hiervan werd de telefoon van de klager in beslag genomen op grond van artikel 94 Sv Pro. De officier van justitie kreeg toestemming van de rechter-commissaris om de telefoon te onderzoeken op mediabestanden die relevant zijn voor het onderzoek.
De klager verzocht om teruggave van de telefoon, stellende dat het beslag disproportioneel is vanwege de verstrekkende gevolgen van het verlies van een telefoon in het dagelijks leven. De officier van justitie verzette zich hiertegen, stellende dat het onderzoek nog niet is afgerond en dat mogelijk strafbaar beeldmateriaal op de telefoon staat, wat kan leiden tot onttrekking aan het verkeer.
De rechtbank oordeelde dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, mede omdat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de telefoon later onttrokken zal worden aan het verkeer. De rechtbank vond de belangenafweging in het kader van proportionaliteit en subsidiariteit in het voordeel van het voortzetten van het beslag, mede vanwege de aard van het mogelijke bewijs en het belang van de strafvordering.
Het beklag werd daarom ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.
Uitkomst: Het beklag tegen het voortduren van het beslag op de telefoon wordt ongegrond verklaard vanwege het strafvorderlijk belang en mogelijke aanwezigheid van strafbare beelden.