Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Chișineu Criș District Court, Roemenië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
the Chișineu Criș District Courtvan 28 november 2024 met kenmerk 305/28.11.2024, waarover in hoger beroep is geoordeeld door
the Timișoara Court of Appealop 19 mei 2025 met kenmerk 416/19.05.2025.
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
the Timișoara Court of Appealmet kenmerk 416/19.05.2025 zal toetsen aan artikel 12 OLW Pro. Deze beslissing wordt immers door de uitvaardigende justitiële autoriteit aangeduid als “
final decision” in antwoord op de door het Internationaal Rechtshulpcentrum van het Openbaar Ministerie (IRC) gestelde vraag of met deze beslissing de zaak ten gronde definitief is afgedaan als hiervoor bedoeld.
ter terechtzittingheeft gevoerd. Ook een schriftelijk verweer kan onder de in dat artikellid bedoelde situatie vallen. [5] Dit betekent de uitzondering zoals bedoeld in artikel 12, aanhef en onder b, OLW zich voordoet en de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro niet van toepassing is. Het verweer van de raadvrouw wordt verworpen.
5.Strafbaarheid
6.Artikel 11 OLW Pro: detentieomstandigheden in Roemenië
Director Generalvan de
National Administration of Penitentiariesde volgende garantie gegeven:
een verdachte of beklaagderecht heeft op vertaling van de essentiële processtukken om te garanderen dat hij zijn recht van verdediging kan uitoefenen en om het eerlijke verloop van de procedure te waarborgen. Deze laatste bepalingen zijn naar het oordeel van de rechtbank echter niet van toepassing op de overleveringsprocedure. In de Richtlijn wordt immers een onderscheid gemaakt tussen de strafprocedure, waarin de betrokkene steeds wordt aangeduid als
verdachte of beklaagde, en de overleveringsprocedure. Dat alle in de Richtlijn 2010/64/EU genoemde rechten niet onverkort van toepassing zijn op zowel verdachten in een strafprocedure als opgeëiste personen in een overleveringsprocedure, volgt ook uit overweging 15 van de preambule bij de Richtlijn, waarin staat dat de rechten waarin de Richtlijn voorziet ook moeten gelden voor de overleveringsprocedure
“binnen de bij deze richtlijn gestelde grenzen”. Met betrekking tot de vertaling van stukken zijn deze grenzen gesteld in artikel 3, zesde lid, Richtlijn 2010/64/EU.
7.Slotsom
8.Toepasselijke wetsartikelen
9.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan de
Chișineu Criș District Court, Roemenië voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.