Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam over de openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat de zoekslag van verweerder onvoldoende was, omdat mogelijk documenten ontbraken die relevant waren voor het verzoek.
Verweerder heeft vervolgens een herstelpoging gedaan door aanvullende motivering en het doorzoeken van mailboxen van betrokken ambtenaren en dossiers. Eiseres bleef echter twijfelen aan de volledigheid, met name over mailboxen van bepaalde ambtenaren en de aanwezigheid van specifieke documenten.
De rechtbank concludeert dat verweerder inmiddels een volledige zoekslag heeft gemaakt, waarbij alle relevante mailboxen en dossiers zijn doorzocht en plausibele verklaringen zijn gegeven voor het ontbreken van bepaalde documenten. Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat het gebrek is hersteld.
Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiseres. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 26 februari 2026.