Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 maart 2026 in de zaak tussen
de besloten vennootschap KPN B.V. (KPN)
Rechtbank Amsterdam
Eiseres verzocht het college om handhaving tegen de plaatsing van twee antenne-installaties zonder omgevingsvergunning. Het college wees dit verzoek af omdat de antennes niet hoger waren dan vijf meter, waardoor vergunningvrij bouwen mogelijk was. Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank vast dat het college onvoldoende had gemotiveerd hoe de metingen waren verricht, wat een motiveringsgebrek opleverde. De rechtbank benoemde de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) als deskundige om de antennehoogtes opnieuw te meten.
De StAB concludeerde dat één antenne-installatie 4,979 meter hoog was en de andere 5,027 meter, een overschrijding van 2,7 centimeter. Het college stelde dat deze geringe overschrijding handhaving niet rechtvaardigt vanwege de geringe ruimtelijke impact en het ontbreken van gezondheidsrisico's. Eiseres betwistte dit en voerde aan dat de overschrijding het stadsgezicht schaadt en dat de bliksemafleider ('spike') ten onrechte niet werd meegerekend.
De rechtbank oordeelde dat de bliksemafleider geen onderdeel is van de antenne-installatie en dat de geringe overschrijding van 0,54% geen aanleiding geeft tot handhavend optreden. Het college mocht zich op dit standpunt baseren. Het beroep is gegrond vanwege het motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep is gegrond wegens motiveringsgebrek, het besluit wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege de geringe overschrijding.