ECLI:NL:RBAMS:2026:2319
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Officier van justitie niet-ontvankelijk wegens verblijf opgeëiste persoon buiten Nederland bij Europees aanhoudingsbevel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 26 februari 2026 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Stedelijke Rechtbank Bratislava I, Slowakije. De opgeëiste persoon, geboren in 1999 en Slowaakse nationaliteit bezittend, werd verdacht en gezocht voor overlevering. Tijdens de procedure verklaarde de opgeëiste persoon zijn identiteit en nationaliteit.
De behandeling vond plaats op meerdere zittingen, waarbij de rechtbank de termijn voor uitspraak verlengde en de overleveringsdetentie tijdelijk schorste. Op 23 februari 2026 ontving de rechtbank bericht dat de opgeëiste persoon in België was aangehouden, waardoor hij niet meer in Nederland verbleef.
De rechtbank oordeelde dat hierdoor de grondslag voor de vordering van de officier van justitie was komen te vervallen en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De procedure werd daarmee gesloten zonder inhoudelijke beoordeling van het EAB.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard omdat de opgeëiste persoon niet meer in Nederland verblijft.