ECLI:NL:RBAMS:2026:2338

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
13/289291-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 OLWArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 11 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks afwezigheid verdachte in hoger beroep

De rechtbank Amsterdam behandelde op 10 februari 2026 het verzoek tot overlevering van een persoon aan Polen op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten. De opgeëiste persoon was niet persoonlijk aanwezig bij het hoger beroep in Polen, maar werd vertegenwoordigd door een door hem gekozen advocaat die daadwerkelijk zijn verdediging voerde.

De rechtbank stelde vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW), die ziet op het ontbreken van persoonlijke verschijning, niet van toepassing is omdat de advocaat de verdediging adequaat heeft gevoerd. Tevens werd beoordeeld dat het feit waarvoor overlevering wordt verzocht, diefstal met geweld door meerdere personen, voldoet aan de dubbele strafbaarheidsvereisten.

Hoewel er structurele zorgen zijn over de Poolse rechtsorde, bracht de opgeëiste persoon geen concrete aanwijzingen dat deze gebreken zijn zaak hebben beïnvloed. De rechtbank concludeerde dat het EAB aan alle wettelijke eisen voldoet en geen beletselen bestaan voor overlevering. Daarom werd de overlevering toegestaan en is tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen toe ondanks diens afwezigheid bij het hoger beroep, omdat zijn advocaat hem heeft verdedigd.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/289291-25
Datum uitspraak: 10 februari 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 14 november 2025, gecorrigeerd op 18 november 2025, van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 18 september 2025 door
the District Court in Koszalin II Criminal Department, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats] (Polen),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting van 3 februari 2026
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 3 februari 2026, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. N. Wijkman, advocaat in Almere, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst en voor bepaalde tijd aangehouden tot de zitting van 10 februari 2026 om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om aan de uitvaardigende justitiële autoriteit de door de rechtbank geformuleerde vragen over artikel 12 OLW Pro voor te leggen.
Zitting van 10 februari 2026
De voortzetting van de behandeling van het EAB heeft met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling plaatsgevonden op de zitting van 10 februari 2026, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. N. Wijkman, en door een tolk in de Poolse taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een vonnis van
the Local Court in Wałczvan 27 oktober 2022 met kenmerk
II K 279/19.
Naar aanleiding van vragen van het openbaar ministerie op 3 februari 2026, heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit op 4 februari 2026 de volgende aanvullende informatie verstrekt:
"(…) The appeal judgment was issued by the Regional Court in Koszalin, 5th Criminal Appeals Division, on 12 April 2023, in which it decided to reduce the previously imposed sentence of 3 years' imprisonment (imposed on [de opgeëiste persoon] in case no. II K 279/19) to a sentence of two years' imprisonment. This judgment is final and enforceable on the date of its issuance, i.e. 12 April 2023, and no appeal is possible."
Op basis hiervan stelt de rechtbank vast dat op 12 april 2023 een arrest is gewezen in hoger beroep door
the Regional Court in Koszalin, 5th Criminal Appeals Divisionmet kenmerk VKa 36/23.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest.
Dit arrest betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. [3]

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro

4.1
Inleiding
Naar aanleiding van vragen van het openbaar ministerie van 9 december 2025 heeft
the Local Court in Wałczop 16 december 2025 de volgende aanvullende informatie verstrekt:
“(…) the convicted person [de opgeëiste persoon] had a public defense attorney in the person of attorney-at-law Marek Klocek, the defense attorney filed an appeal against the judgment of this court of 27 October 2022 in full, the defense attorney appeared at the appeal hearing, [de opgeëiste persoon] did not appear (correctly notified), the previous service for [de opgeëiste persoon] was received in person, [de opgeëiste persoon] received cautions on the obligation to inform about a change of address and the consequences of failing to comply with this obligation, which he confirmed in person (file card 280).(…)”
Vervolgens heeft
the Local Court in Wałczop 9 januari 2026 de volgende aanvullende informatie verstrekt:
“(…) the court of second instance assessed the guilt and penalty in its entirety. The accused also appointed attorney-at-law Marek Klocek as his defense attorney of choice (file card 489). The caution on the obligation to inform about a change of address applies to the entice proceedings, the accused was no longer present when the judgement of the court of first instance was announced.”
Op 4 februari 2026 heeft
the Regional Court in Koszalinnog de volgende aanvullende informatie verstrekt:
"(…)the appeal hearing in case no. VKa 36/23, in which [de opgeëiste persoon] 's defence counsel participated, took place on 12 April 2023 (…)."
4.2
Standpunt van de raadsvrouw
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat alle vragen over de procedure in hoger beroep inmiddels zijn beantwoord. De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
4.3
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de aanvullende informatie blijkt dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro niet van toepassing is. De opgeëiste persoon was op de hoogte van de procedure. De advocaat van de opgeëiste persoon is aanwezig geweest in hoger beroep en heeft hem ook daadwerkelijk verdedigd. Er is dus sprake van een situatie als genoemd in artikel 12, onder b, OLW.
4.4
Oordeel van de rechtbank
Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis Pro, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW Pro, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. [4] De rechtbank zal daarom het arrest van 12 april 2023 van
the Regional Court in Koszalin, 5th Criminal Appeals Division,(VKa 36/23) toetsen aan artikel 12 OLW Pro.
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een arrest terwijl de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid. Uit de aanvullende informatie van 16 december 2025, 9 januari 2026 en 4 februari 2026 blijkt dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van het voorgenomen proces, een door hem gekozen advocaat heeft gemachtigd om zijn verdediging te voeren en dat deze advocaat tijdens het proces ook daadwerkelijk zijn verdediging heeft gevoerd.
De rechtbank is daarom van oordeel dat sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 12, sub b, OLW. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro is niet van toepassing.

5.Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

6.Artikel 11 OLW Pro: artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU

De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.
Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. [5]
7. Slotsom
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 312 van het Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 van de Overleveringswet.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the District Court in Koszalin II Criminal Department, Polen, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. G.S. Haas, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 10 februari 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (
5.Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (