Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:2371

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
6 maart 2026
Zaaknummer
11931727 WM
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 2 lid 3 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 13a lid 2 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing afzien staandehouding bij verkeersovertreding

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het niet volgen van de juiste voorsorteerrichting op een kruising. De verbalisant zag af van een staandehouding omdat hij belast was met werkzaamheden in verband met een autobrand. Deze verklaring werd door de kantonrechter als te summier beoordeeld om te concluderen dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was.

In de administratieve beroepsfase was al aangevoerd dat ten onrechte geen staandehouding had plaatsgevonden, maar een nadere toelichting van de verbalisant ontbrak. De kantonrechter oordeelde dat zonder deze toelichting de boete onterecht aan betrokkene als kentekenhouder was opgelegd en vernietigde de beschikking.

Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene, waarbij het bijwonen van een telefonische hoorzitting met 0,5 punt werd gewaardeerd conform vaste rechtspraak. De totale vergoeding werd berekend op € 358,38. Het beroep werd daarmee gegrond verklaard en de bestreden beslissing vernietigd.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de boete vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van het afzien van staandehouding.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
kantonrechter: mr. L. van Berkum
zaaknummer: 11931727 WM VERZ 25-18473
beslissing van: 19 februari 2026
func.: 43837
Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 19 februari 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:

Leaseplan Nederland N.V.

(lessee: [betrokkene] )
[adres 1]
(verder: betrokkene)
voor wie beroep is ingesteld door
mr. N.G.A. Voorbach van Verkeersboete.NL(verder: gemachtigde)
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 22 januari 2025 en is gericht tegen de beslissing van 13 december 2024 van de
officier van justitie(verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene.

CJIB-nummer: [nummer]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Aan betrokkene is bij beschikking van 26 juli 2024 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Namens betrokkene heeft gemachtigde tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep – na gemachtigde telefonisch gehoord te hebben - ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 19 februari 2026. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.
Namens gemachtigde is mr. J. Piet bij de zitting verschenen.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep ongegrond is.
De kantonrechter heeft mondeling uitspraak gedaan, alleen ten aanzien van de proceskostenvergoeding zal de kantonrechter een schriftelijke beslissing nemen.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat met het motorvoertuig met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, op een kruising niet de richting is gevolgd die het voorsorteervak aangaf. Deze gedraging is geconstateerd op 18 juli 2024 om 12:13 uur op de [adres 2] te [plaats] , gemeente [gemeente] .
2. Het beroep is tijdig ingesteld.
3. Gemachtigde voert tegen de beslissing van verweerder aan dat in de onderhavige zaak ten onrechte is afgezien van staandehouding. Uit de verklaring van de verbalisant, zoals weergegeven in het zaakoverzicht, volgt dat de verbalisant heeft afgezien van een staandehouding vanwege
‘belast met een autobrand’. Deze enkele vermelding is onduidelijk en onbepaald. Er kan aan hand hiervan niet worden geoordeeld dat terecht is afgezien van een staandehouding. Dat de verbalisant belast is met een autobrand, is waarschijnlijk een verkeer formulering. Wellicht bedoelde de verbalisant dat hij bezig was met de afhandeling of hulpverlening bij een autobrand, maar dat komt niet naar voren. Van een verbalisant mag verlangd worden dat hij deugdelijk onderbouwt waarom een staandehouding niet mogelijk is. Bij een verkeersongeval is van belang dat de verbalisant aangeeft waarom hij zijn plek niet kan verlaten. Ook is van belang hoeveel verbalisanten ter plaatse zijn. Dit geldt ook in onderhavige situatie.
De verbalisant heeft onvoldoende toegelicht waarom er geen reële mogelijkheid was tot staandehouding. Gemachtigde verwijst in dit verband naar een uitspraak van de rechtbank Amsterdam d.d. 14 augustus 2025, zaaknummer [zaaknummer] .
Gelet op het voorgaande verzoekt gemachtigde de kantonrechter om het beroep gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
4. Op de zitting heeft gemachtigde het beroepschrift nader toegelicht. Gemachtigde stelt dat ten onrechte geen staandehouding is verricht, omdat niet duidelijk is geworden wat de rol van de verbalisant was bij de autobrand.
In het kader van de proceskostenvergoeding brengt gemachtigde nog naar voren dat nu de Wahv-factor wordt toegepast en de proceskostenvergoeding al wordt afgeroomd, niet kan worden volgehouden dat sprake is van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2, derde lid, Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), op grond waarvan een halvering van een procespunt bij het telefonisch horen kan worden toegepast. Het dient 1 procespunt te zijn. Gemachtigde stelt dat Verkeersboete.NL dit ook bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onder de aandacht zal brengen.
5. Verweerder stelt zich ter zitting op het standpunt dat terecht is afgezien van een staandehouding van de bestuurder. Dat de verbalisant belast was met een autobrand is voldoende om op kenteken te mogen bekeuren. De verbalisant was daar bezig met werkzaamheden en er kan dan niet van hem worden verwacht dat hij iemand staande houdt. Een nadere toelichting van de verbalisant is daarom niet nodig.
In het geval de kantonrechter het beroep gegrond verklaard, verzoekt verweerder bij de toekenning van de proceskostenvergoeding voor het bijwonen van de telefonische hoorzitting 0,5 procespunt toe te kennen en niet af te wijken van de lijn die het hof hanteert.
6. Het volgende wordt overwogen.
7. De verbalisant verklaart in het zich in het dossier bevindende zaakoverzicht:
“Ik zag dat het voertuig op het kruispunt niet de richting volgde die de voorsorteerstrook aangaf. Ik zag dat het voertuig kwam vanuit de richting [adres 2] en reed in de richting van [adres 2] . Ik zag dat het voertuig reed op de voorsorteerstrook met de pijl die wees in de richting rechtsaf.

Ik zag dat het voertuig op het kruispunt reed in de richting rechtdoor. Ik heb geen bijzonderheden waargenomen. Onder de [locatie] op de [adres 2] zijn vier rijstroken. Rijstrook 1 en 2 gaan rechtdoor en 3 en 4 gaan rechtsaf de [locatie] op”.

Betrokkene is niet staande gehouden. De verbalisant verklaart hier het volgende over:
“Reden geen staandehouding: Ik was belast met een autobrand op de [adres 2] en daardoor was een staandehouding niet mogelijk”.
8. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder aanstonds vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
9. Uit de verklaring van de verbalisant volgt dat geen staandehouding heeft plaatsgevonden vanwege werkzaamheden in verband met een autobrand op de [adres 2] . Naar het oordeel van de kantonrechter is deze verklaring te summier voor de conclusie dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan. Nu al in de administratieve beroepsfase is aangevoerd dat ten onrechte geen staandehouding is verricht, had een nadere toelichting van de verbalisant op zijn plaats geweest. Nu deze er niet is, is naar het oordeel van de kantonrechter bij de huidige stand van zaken de boete ten onrechte aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd. Dit betekent dat de inleidende beschikking wordt vernietigd en het beroep gegrond wordt verklaard.

Ten aanzien van de proceskostenvergoeding:

10. Namens betrokkene is door gemachtigde om een vergoeding van de proceskosten verzocht. Nu de inleidende beschikking wordt vernietigd, is er aanleiding een proceskostenvergoeding toe te kennen.
11. De vergoeding van kosten is in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) forfaitair per proceshandeling vastgelegd. Gemachtigde heeft de volgende vergoedbare proceshandelingen verricht:
- het indienen van een administratief beroep bij verweerder;
- het telefonisch bijwonen van een hoorzitting;
- het indienen van beroep bij de kantonrechter;
- en het verschijnen tijdens de zitting van de kantonrechter.
12. Volgens de bijlage bij het Bpb dient aan ieder van deze proceshandelingen 1 punt te worden toegekend. De waarde van 1 punt bedraagt met ingang van 1 januari 2026 in de fase van het bezwaar en administratief beroep € 666,00 en in de fase van het beroep en hoger beroep € 934,00.
13. Gelet op de door gemachtigde geleverde inspanning voor wat betreft het bijwonen van de (telefonische) hoorzitting bij verweerder zal de kantonrechter met gebruikmaking van de matigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) dit hele punt halveren.
Dit betekent dat het verzoek van gemachtigde om een hele procespunt toe te kennen voor het bijwonen van de telefonische hoorzitting wordt afgewezen. Uit vaste rechtspraak van het hof volgt dat bij toekenning van een pkv voor het telefonisch horen een half punt moet worden gerekend (op grond van artikel 1 lid 3 Bpb Pro), en niet een heel punt. Een heel punt moet worden toegekend voor een fysieke hoorzitting, en volgens vaste rechtspraak kan een telefonische hoorzitting daarmee niet worden gelijkgesteld. Dat daarnaast de Wet herwaardering proceskostenvergoeding wordt toegepast, staat daar los van.
14. Gelet op het voorgaande worden in deze zaak voor de door gemachtigde verrichte proceshandelingen in de fase van het administratief beroep 1,5 punt ad € 666,00 toegekend en voor de verrichte proceshandelingen in de fase van het beroep bij de kantonrechter 2 punten ad € 934,00. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast, en ingevolge artikel 13a lid 2 Wahv wordt de proceskostenvergoeding vermenigvuldigd met 0,25 (vgl. de uitspraak van de Hoge Raad van 24 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:985). Aldus zal de kantonrechter verweerder veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 358,38 ((1,5x666+ 2x934) x 0,5 (weging) x 0,25 (Wahv factor)).
15. Daarom wordt beslist als volg.

BESLISSING

De kantonrechter:
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing, alsmede de inleidende beschikking;
- bepaalt dat het als zekerheid betaalde bedrag aan betrokkene wordt gerestitueerd;
- kent aan betrokkene ten laste van verweerder een kostenvergoeding toe van € 358,38.
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
s
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u
binnen zes wekenna de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk,
tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.