Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the District Court in Wroclaw, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
the Regional Court in Oleśnicavan 10 juni 2020, met kenmerk II K 1086/19.
4.Strafbaarheid; feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
5.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW
Vomeroslaagt niet. In dat arrest ging het om de vraag wanneer een Unieburger in aanmerking komt voor het aanzienlijk verhoogde niveau van bescherming van het derde lid van artikel 28 van Pro de Verblijfsrichtlijn tegen verwijdering. Dat is volgens het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) het geval als een Unieburger beschikt over duurzaam verblijfsrecht en de laatste tien jaar in de gastlidstaat heeft verbleven. In dat laatste kader heeft het HvJ EU overwogen dat de jaren doorgebracht in detentie niet zonder meer de duurzaamheid van het verblijf in de gastlidstaat verbreken. Dat is echter niet de vraag die in deze zaak aan de orde is. In dit geval is het de vraag of de opgeëiste persoon überhaupt een duurzaam verblijfsrecht heeft. Voor beantwoording van die vraag is onder meer van belang het arrest van het HvJ EU [6] in de zaak
Onuekwere. Daaruit volgt dat een periode die op grond van een straf in detentie is doorgebracht niet meetelt voor de verwerving van een duurzaam verblijfsrecht en dat een dergelijke periode het ononderbroken karakter van het verblijf doorbreekt. Deze regel is ook opgenomen in artikel 8.17, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, uitgelegd in het licht van voornoemde uitspraak. De rechtbank stelt op basis van de overgelegde stukken vast dat vóór de datum van 13 september 2021 er nog geen sprake was van een ononderbroken rechtmatig verblijf voor de duur van ten minste vijf jaren. Na 11 oktober 2021 kan er per definitie geen sprake zijn van een duurzaam verblijfsrecht, omdat er sindsdien tot aan de uitspraak van heden nog geen vijf jaren zijn verstreken.
6.Artikel 11 OLW Pro: artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU
7.Slotsom
8.Toepasselijke wetsbepalingen
9.Beslissing
[de opgeëiste persoon]aan
the District Court in Wroclaw(Polen) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.