ECLI:NL:RBAMS:2026:2639

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
13/316298-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 OLWArt. 11 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLWArt. 27 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak over Europees aanhoudingsbevel en detentieomstandigheden in Belgische gevangenis Mechelen

De rechtbank Amsterdam behandelde op 24 februari 2026 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Belgische justitiële autoriteit voor de overlevering van een persoon verdacht van deelneming aan een criminele organisatie en andere strafbare feiten. De rechtbank bevestigde dat het feit 'foltering' onder het lijstfeit deelneming aan een criminele organisatie valt, waardoor een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege blijft.

De rechtbank stelde vast dat er een algemeen gevaar bestaat voor onmenselijke detentieomstandigheden in Belgische gevangenissen, waaronder overbevolking en slechte hygiëne. Hoewel België garanties gaf over de detentieomstandigheden in de gevangenis van Mechelen, wezen recente nieuwsberichten en interviews op ernstige overbevolking en problematische leefomstandigheden.

De raadsman van de opgeëiste persoon vroeg om aanvullende vragen aan de Belgische autoriteiten over deze omstandigheden. De officier van justitie vond dit niet nodig, maar de rechtbank besloot toch nadere vragen te stellen. Daarom werd het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd, met verlenging van de beslistermijn en gevangenhouding. De zaak wordt uiterlijk 17 april 2026 opnieuw op zitting gepland.

Uitkomst: Het onderzoek naar de overlevering wordt heropend en geschorst vanwege vragen over detentieomstandigheden in de gevangenis van Mechelen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/316298-25
Datum uitspraak: 10 maart 2026
TUSSEN- UITSPRAAK
op de vordering van 22 december 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 26 oktober 2025 door de onderzoeksrechter van de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Mechelen, België (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 24 februari 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is – conform de door hem ondertekende afstandsverklaring van 23 februari 2026 – niet verschenen en is vertegenwoordigd door zijn daartoe gemachtigd raadsman, mr. N. Stegerhoek, advocaat in Amsterdam.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Marokkaanse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een afzonderlijk bevel tot aanhouding bij verstek van 26 oktober 2025 met kenmerk OR Kenny Van de Perre 2025/027.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Belgisch recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid: feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

4.1
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft hierover geen standpunt ingenomen.
4.2
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het tweede feit waarvoor de overlevering wordt verzocht onder het lijstfeit “
deelneming aan een criminele organisatie” valt. De opgeëiste persoon heeft in het kader van de criminele organisatie personen geronseld voor het plegen van geweldsdelicten. Bovendien is onder onderdeel e) van het EAB niet gespecificeerd dat dit feit niet valt onder de genoemde lijstfeiten. De officier van justitie heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat dit feit naar Nederlands recht gekwalificeerd kan worden als mishandeling of zware mishandeling.
4.3
Oordeel van de rechtbank
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
deelneming aan een criminele organisatie;
ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving en gijzeling.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van België een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
Het is aan de uitvaardigende justitiële autoriteit om, aan de hand van het recht van de uitvaardigende lidstaat, te beoordelen of de strafbare feiten waarvoor overlevering wordt verzocht onder de hiervoor genoemde lijstfeiten vallen. Uitgangspunt is dat de rechtbank aan het oordeel van de uitvaardigende justitiële autoriteit is gebonden. [4]
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het feit ‘foltering’ waarvoor de overlevering wordt verzocht, onder het lijstfeit “
deelneming aan een criminele organisatie” valt.

5.Artikel 11 OLW Pro; Belgische detentieomstandigheden

5.1
Inleiding
Bij uitspraak van 14 december 2022 heeft de rechtbank geoordeeld dat er een algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden in alle detentie-instellingen in België worden onderworpen aan een onmenselijke behandeling gelet op de detentieomstandigheden in die instellingen. [5]
Bij brief van 7 januari 2026, afkomstig van het Diensthoofd bij het Directoraat-generaal Wetgeving Fundamentele rechten en Vrijheden, Dienst internationale samenwerking in strafzaken, Centrale autoriteit van de Federale Overheidsdienst Justitie in Brussel, is voor de opgeëiste persoon de volgende detentiegarantie gegeven:
1. In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon gedetineerd worden?
[opgeëiste persoon] zal worden opgesloten in de gevangenis van Mechelen indien na overlevering door de bevoegde gerechtelijke autoriteit wordt beslist dat de persoon in voorlopige hechtenis dient te blijven.
2. Welke waarborgen worden gegarandeerd inzake de detentieomstandigheden in de detentie-instelling?
België garandeert dat de opgeëiste persoon na overlevering zal worden opgesloten in een instelling en op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder relevante internationale standaarden (o.a. CPT standaarden) met in begrip van voldoende individuele leefruimte, afgescheiden sanitair en dagactiviteiten buiten de cel.
In deze zaak garandeert België de volgende waarborgen inzake de detentieomstandigheden waar [opgeëiste persoon] aan zal worden onderworpen na overlevering:
- De opgeëiste persoon zal niet worden opgesloten in een cel met minder dan 3 m2 individuele levensruimte. Dit geldt zowel indien de opgeëiste persoon in een eenpersoons- als in een meerpersoonscel zou worden opgesloten.
- De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel is 9 m2 inclusief vast meubilair.
o
De sanitair blokken omvatten een wasbak en een toilet dat is afgescheiden van de rest van de cel door een muur of scherm
o
Het vast meubilair omvat onder andere een tafel, kast, bed en bureau.
- De opgeëiste persoon zal een bed ter beschikking hebben en zal bijgevolg niet op grond hoeven te slapen.
- Er worden verschillende dagactiviteiten buiten de cel voorzien. Deze activiteiten omvatten in ieder geval regelmatige wandelingen in een open koer en familiebezoeken alsook toegang tot gemeenschappelijke ruimtes. Aanvullende activiteiten zoals sport en arbeid zijn onderhevig aan aanzienlijke wachtlijsten.

3.Sanitaire en hygiëne omstandigheden

Als algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan dewelke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren van de kwaliteit de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren. De medische zorg binnen de gevangenismuren is van gelijke kwaliteit als de medische zorg die wordt verstrekt buiten de gevangenismuren.”

5.2
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft de rechtbank verzocht om aanvullende vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit over de detentieomstandigheden in de gevangenis in Mechelen en daarbij verwezen naar onder meer de tussenuitspraak van de rechtbank van en
10 februari 2026 [6] waarin aandacht is besteed aan de detentieomstandigheden in de gevangenis van Mechelen. De raadsman heeft voorts verwezen naar onder meer een interview met de gevangenisdirecteur van de gevangenis van Mechelen van 16 december 2025 [7] en een nieuwsartikel van 16 januari 2026. [8] Dit nieuwsartikel en interview onderstrepen de overbevolking en de slechte leefomstandigheden in de Mechelse detentie-instelling. Zo blijkt uit het nieuwsartikel dat de bezettingsgraad 185,7 procent was op 5 januari 2026. Hierdoor bestaan twijfels of de verstrekte detentiegarantie het algemene gevaar van schending van grondrechten in detentie in België voor de opgeëiste persoon wel wegneemt. De raadsman heeft de rechtbank verzocht om dezelfde vragen te stellen als gesteld in de tussenuitspraak van 10 februari 2026.
5.3
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de detentiegarantie het algemene gevaar van schending van grondrechten in detentie in België voor de opgeëiste persoon wegneemt. Er hoeven geen aanvullende vragen gesteld te worden aan de uitvaardigende justitiële autoriteit, omdat het antwoord dat zal worden gegeven al bekend is. De officier van justitie heeft hierbij verwezen naar een gegeven antwoord van de uitvaardigende justitiële autoriteit op eerder gestelde vragen in een andere zaak, overigens zonder dit antwoord over te leggen. Uit dit antwoord blijkt volgens de officier van justitie dat de gegeven detentiegaranties voor de gevangenis in Mechelen volledig zullen worden nageleefd. Artikel 11 OLW Pro staat niet aan de overlevering in de weg.
5.4
Oordeel van de rechtbank
Het vastgestelde algemene gevaar voor de detentie-instellingen in België ziet – kort gezegd – op de problematiek rondom overbevolking, gebrek aan personeel, beperkte bewegingsvrijheid, sanitair en hygiëne. [9] Vanwege dit algemene gevaar heeft de rechtbank, alvorens de overlevering kan worden toegestaan, een individuele detentiegarantie nodig waarmee het algemene gevaar wordt weggenomen.
Zoals deze rechtbank eerder heeft geoordeeld [10] gaat de rechtbank aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt uit van de geboden zekerheid in de garantie van 7 januari 2026. [11]
Hoewel nieuwsberichten op zichzelf niet als objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens kunnen worden aangemerkt, zoals bedoeld in het arrest
Aranyosien
Căldăraru, is de rechtbank, zoals ook in de tussenuitspraken van 3 februari 2026 [12] en 10 februari 2026 [13] , in de zaak van de opgeëiste persoon geconfronteerd met een nieuwsbericht met daarin een interview waarin de directeur van de gevangenis van Mechelen uitlatingen doet over de detentieomstandigheden in Mechelen. In het interview wordt de mate van overbevolking in de instelling geconcretiseerd. Per
16 december 2025 worden in Mechelen 151 gedetineerden gehuisvest, terwijl slechts ruimte is voor 84 gedetineerden. Voorts is de rechtbank uit een andere zaak bekend met het nieuwsbericht van 16 januari 2026 waarin een figuur is opgenomen met cijfers over de overbevolking per gevangenis, afkomstig van de Belgische Federale Overheidsdienst Justitie. Uit die cijfers blijkt dat per 5 januari 2026 voornoemd aantal van 151 gedetineerden in de gevangenis van Mechelen is opgelopen naar 156 gedetineerden waardoor de bezettingsgraad daar per die datum 185,7% is. Naar het oordeel van de rechtbank bevestigt deze informatie dat de voornoemde problematiek in België, waar het vastgestelde algemene gevaar betrekking op heeft, nog steeds actueel is.
De rechtbank stelt vast dat in de zaak van de opgeëiste persoon, anders dan in de zaken waarin de eerder genoemde tussenuitspraken zijn gedaan, geen vragen zijn gesteld. De voormelde concrete informatie over de detentie-instelling in Mechelen waar de opgeëiste persoon volgens de verstrekte detentiegarantie zal worden gedetineerd, is voor de rechtbank daarom aanleiding om ook in deze zaak nadere vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit over de detentieomstandigheden in Mechelen waar de opgeëiste persoon mee te maken zal krijgen. De rechtbank verzoekt de officier van justitie om aan de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende vragen te stellen:
In hoeverre heeft de in het interview van 16 december 2025 verstrekte informatie over de overbevolking en het niet afgescheiden sanitair gevolgen voor de verstrekte garantie? Welke gevolgen zijn dat?
Voor zover (nog steeds) wordt gegarandeerd dat de opgeëiste persoon na overlevering in de gevangenis van Mechelen ten minste drie m2 persoonlijke ruimte in een meerpersoonscel en met afgescheiden sanitair tot zijn beschikking zal hebben, hoe wordt dat feitelijk gerealiseerd gelet op de overbevolkingscijfers in de instelling?
Mocht dit aanleiding geven om de opgeëiste persoon in een andere detentie-instelling te plaatsen na zijn overlevering, kunt u aangeven welke dat zal zijn en welke waarborgen worden gegarandeerd inzake de detentieomstandigheden in die detentie-instelling?
Gelet op de gestelde vragen zal de rechtbank het onderzoek heropenen en schorsen.

6.Beslissing

HEROPENT en SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de door de rechtbank onder overweging 5.4 geformuleerde vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen;
VERLENGTde termijn waarbinnen de rechtbank uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met
30 dagen, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW;
BEPAALTdat de zaak uiterlijk veertien dagen vóór het einde van de verlengde beslistermijn (17 april 2026) weer op zitting wordt gepland;
BEVEELTde oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. D.L.S. Ceulen en L. Baroud, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. G.S. Haas, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 10 maart 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Vgl. HvJ EU 6 oktober 2021, C-136/20, ECLI:EU:C:2021:804 (LU (Recouvrement d’amendes de circulation routière)), punt 42.
7.KIJK. Mechelse gevangenisdirecteur zwaar aangeslagen door overbevolking: “Situatie is onhoudbaar” | Binnenland | HLN.be
8.VRT NWS, 16 januari 2026, “IN KAART: Zo overbevolkt zijn onze Belgische gevangenissen”; KIJK. Mechelse gevangenisdirecteur zwaar aangeslagen door overbevolking: “Situatie is onhoudbaar” | Binnenland | HLN.be
10.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 28 december 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:7937.
11.Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, ML, ECLI:EU:C:2018:589.
13.Zie voetnoot 7.