Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Warsaw Regional Court (Sąd Okręgowy w Warszawie), VIII Penal Division,Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
the District Court of Warsaw-Wola, Warsaw (Sąd Rejonowy dla Warszawy-Woli w Warszawie)van 22 februari 2024 met kenmerk IV K 1464/23.
ne bis in idem-beginsel wordt nageleefd. De enkele mededeling dat het hierbij gaat om verschillende veroordelingen is onvoldoende om uit te sluiten dat sprake is van een dubbele executie voor (deels) identieke gedragingen en dat uiteindelijk twee straffen ten uitvoer worden gelegd voor hetzelfde strafbare feit. De raadsman heeft primair verzocht de overlevering voor dit EAB daarom te weigeren. Subsidiair heeft hij verzocht de behandeling aan te houden, zodat hierover aanvullende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit kunnen worden gesteld.
.Dit vormt geen beletsel voor de overlevering. Het kan voorkomen dat meerdere rechters een beslissing hebben genomen over hetzelfde feit en dat dit feit daarom aan meerdere EAB’s onderliggend is. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat geen aanvullende vragen hoeven te worden gesteld, omdat de situatie wat betreft het strafbare feit hiermee opgehelderd is.
‘the reversal of the judgment in the case under the reference number III K 1350/21 in relation to one offence that was separated to the individual case ref. no IV K 1464/23’)zich dan tot het derde feit in onderdeel e) van EAB III.
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
the District Court for Warszawa-Wola in Warsaw [Sad Rejonowy dla Warszawy-Woli], VII Decision Enforcement Divisionop 17 februari 2026 de volgende aanvullende informatie verstrekt:
the District Court for Warszawa-Wola in Warsaw [Sad Rejonowy dla Warszawy-Woli], VII Decision Enforcement Divisionop 19 februari 2026 het volgende heeft geantwoord:
the whole court proceedings”. De rechtbank stelt daarnaast op grond van de aanvullende informatie van 19 februari 2026 vast dat deze adresinstructie is gegeven aan de opgeëiste persoon op 4 december 2020 en 20 augustus 2021, terwijl het strafbare feit pas daarna is gepleegd, namelijk op 26 augustus 2021.
5.Artikel 11 OLW Pro
algemeengevaar voor Poolse gedetineerden geen sprake is, komt de rechtbank niet toe aan de vraag of sprake is van een dergelijk
concreetgevaar voor de opgeëiste persoon. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding tot het stellen van nadere vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit ten aanzien van de detentieomstandigheden en verwerpt het verweer van de raadsman