Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Rădăuți Court,Roemenië, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
Radauti Courtvan 10 mei 2024 met kenmerk No. 363, in hoger beroep beoordeeld in het arrest van het
Suceava Court of Appealvan 21 juli 2025 met kenmerk No. 841. Uit het EAB blijkt dat bij dit vonnis en arrest ook de tenuitvoerlegging is bevolen van een (gedeelte van een) straf die is opgelegd bij een vonnis van de
Regional Court of Praguevan 16 mei 2011 met kenmerk 1T25/2011. Uit de aanvullende informatie van 16 december 2025 blijkt in deze zaak in hoger beroep is geoordeeld in een arrest van
the High Court in Praguevan 31 augustus 2011 met kenmerk 8 To 74/2011. Deze Tsjechische straf is – zo blijkt uit het EAB – bij
criminal sentencevan
the Bucharest Court of Appealvan 5 juli 2012 overgenomen om verder ten uitvoer gelegd te worden in Roemenië. Ook blijkt uit het EAB dat de opgeëiste persoon – na een gedeelte van de straf van 10 jaar te hebben uitgezeten – op 23 mei 2017 voorlopig in vrijheid is gesteld. Bij vonnis en arrest van de Roemeense instanties is deze voorlopige invrijheidsstelling herroepen.
Suceava Court of Appeal. Het betreft een straf van 1 jaar en 4 maanden voor feiten, beoordeeld door het
Suceava Court of Appeal, alsook het restant van de straf van 10 jaar die aan opgeëiste persoon was opgelegd door de
Regional Court of Prague, in hoger beroep beoordeeld door
the High Court in Pragueen waarvan dus alsnog de tenuitvoerlegging van het restant van 1281 dagen is bevolen.
Suceava Court of Appealvan 21 juli 2025 niet voor tenuitvoerlegging vatbaar is. Het arrest is namelijk nog niet onherroepelijk. De opgeëiste persoon heeft verzet aangetekend tegen het arrest van 21 juli 2025 met kenmerk 2677/285/2022 en dit verzet wordt op 19 januari 2026 behandeld. Ter onderbouwing heeft de raadsman een (officiële vertaling van een) oproep van de opgeëiste persoon voor een zitting van de
Suceava Court of Appealvan 26 november 2025 ingebracht waarop een “
appeal for annulment” behandeld zou worden. Tevens heeft hij een (niet officiële vertaling van een) proces-verbaal van de zitting van 26 november 2025 overgelegd van de
Suceava Court of Appeal, waarin onder andere staat dat de opgeëiste persoon op die zitting niet is verschenen door zijn detentie in Nederland en dat er op 19 januari 2026 een nieuwe zitting zal zijn. Dit brengt met zich mee dat de grondslag voor het EAB ontbreekt, aldus steeds de raadsman, en de overlevering afgewezen moet worden dan wel het EAB buiten behandeling gelaten moet worden.
Suceava Court of Appealmoet worden getoetst aan artikel 12 OLW.
Assistant to the National Member for the Netherlandsvan Eurojust de volgende informatie verstrekt:
the High Court in Praguegetoetst moet worden aan artikel 12 OLW nu door deze instantie als laatste over schuld en straf is geoordeeld. Uit deze informatie volgt ook dat de opgeëiste persoon zowel op de zittingen in eerste aanleg, als in hoger beroep, aanwezig is geweest. Dit is door de opgeëiste persoon op de zitting bovendien nadrukkelijk bevestigd: hij heeft verklaard dat hij aanwezig was in eerste aanleg, in hoger beroep is gegaan en ook op de zittingen in hoger beroep aanwezig was. Hij was destijds gedetineerd in Tsjechië en werd naar de zittingen gebracht. De rechtbank is daarom van oordeel dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing is.
4.Strafbaarheid
5.Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden
Director General - National Administration of Penitentiariesde volgende garantie gegeven:
6.Slotsom
7.Toepasselijke wetsbepalingen
8.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan de
Rădăuți Court,Roemenië, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.