Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Circuit Court in Katowice, V Penal Division, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
remand prisonsen een redelijke termijn gesteld van 30 dagen om de uitvaardigende justitiële autoriteit in de gelegenheid te stellen informatie aan te leveren waaruit blijkt dat een wijziging van de omstandigheden is opgetreden. Voorts heeft de rechtbank de officier van justitie in de gelegenheid gesteld om aan de uitvaardigende rechterlijke autoriteit te vragen of, in het licht van de in de tussenuitspraak geschetste stand van zaken, zij nog steeds om uitvoering van het EAB verzoekt of dat zij mogelijk gebruik wil maken van andere rechtshulpinstrumenten die haar ter beschikking staan.
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
4.Evenredigheid
5.Artikel 9 OLW Pro: verjaring
[namen]1996, 3.5.3.4). In de jurisprudentie zijn meerdere handelingen aanvankelijk als stuitingshandelingen aangemerkt, terwijl later is gebleken dat deze niet als zodanig kunnen worden gekwalificeerd. Hierbij kan worden gedacht aan een verhoor door de politie of een brief van de officier van justitie met de mededeling dat hij niet voornemens is een verdachte te vervolgen. Het toezenden van het M-formulier door het Poolse Sirene-bureau is geen stuitingshandeling, aangezien er slechts sprake is geweest van informatie-uitwisseling tussen het Poolse Sirene-bureau en het Nederlandse Sirene-bureau. De primaire taak van bureau Sirene is het uitwisselen van informatie en coördinatie in verband met signaleringen. Het uitwisselen van informatie staat in een te ver verwijderd verband van een daad van vervolging zelf. Bovendien blijkt uit het M-formulier niet dat de daarin vermelde informatie ziet op het EAB dat is uitgevaardigd op 16 december 2013. Het M-formulier vermeldt alleen de vermoedelijke verblijfplaats van de opgeëiste persoon in Nederland en dat ‘
appropriate measures’ moeten worden genomen om haar te lokaliseren en aan te houden. Het is niet duidelijk welke maatregelen naar aanleiding daarvan zijn genomen door de Nederlandse autoriteiten.
Circuit Court in Katowiceen dit is dan ook de instantie die het verzoek tot het sturen van het M-formulier heeft gedaan. In het M-formulier wordt door het Poolse Sirene-bureau gewezen op een adres in Nederland en wordt nadrukkelijk verzocht om dit adres te verifiëren en de nodige maatregelen te nemen. Het toezenden van het M-formulier is een handeling om de Nederlandse autoriteiten ertoe te bewegen gevolg te geven aan het EAB. De Poolse autoriteiten kunnen niet anders dan het uitvaardigen van het EAB en, op het moment dat meer concrete informatie beschikbaar is over de verblijfplaats van de opgeëiste persoon, deze informatie delen met de Nederlandse autoriteiten zodat zij tot aanhouding kunnen overgaan. De informatie die het Poolse Sirene-bureau, op verzoek van de bevoegde autoriteit, via het M-formulier naar het Nederlandse Sirene-bureau heeft toegestuurd, is erop gericht om de opgeëiste persoon naar Polen over te leveren ten behoeve van haar vervolging. Daarnaast komt het Schengen identiteitsnummer (hierna: “Schengen-ID), dat wordt vermeld op het M-formulier overeen met het Schengen ID van het A-formulier van 5 maart 2014, namelijk [id-nummer] . Het A-formulier is gekoppeld aan het EAB, waardoor duidelijk is dat het M-formulier betrekking heeft op het EAB dat thans voorligt.
6.Artikel 11 OLW Pro: Poolse detentieomstandigheden
Een persoon in voorlopige hechtenis verblijft in een inrichting waar de cellen ’s nachts en in principe ook overdag gesloten zijn. Deze persoon heeft recht op een dagelijkse wandeling van een uur (60 minuten) op het wandeltoneel, maar het verlaten van de cel is geen verplichting voor de gedetineerde. Zij kan de cel ook verlaten om deel te nemen aan culturele en educatieve activiteiten, kerkdiensten of religieuze bijeenkomsten, wat evenmin verplicht is. Culturele en educatieve activiteiten vinden voornamelijk plaats in gemeenschappelijke ruimtes in de wooneenheden, en de frequentie ervan varieert en is afhankelijk van de mogelijkheden van de instelling (…).
Can it be guaranteed that [de opgeëiste persoon] will have at least 4 m2 personal space (excluding sanitary facilities) in a multi-occupancy cell?”
In response to your letter of 24 February 2026, in which you requested additional information concerning the European Arrest Warrant ref. V Kop 43/13, issued by the Regional Court in Katowice on 16 December 2013, I kindly inform you that it cannot be guaranteed that [de opgeëiste persoon] will have at least 4 m2 of personal space (excluding sanitary facilities) in a shared cell, as Polish regulations guarantee inmates at least 3 m2 of personal space. The area of 3 m2 does not include window recesses and radiator recesses, as well as the area outside the internal bars and separate sanitary corners.”
meerdan 4 m2 persoonlijke leefruimte (exclusief sanitaire voorzieningen) tot haar beschikking heeft. De rechtbank is daarom van oordeel dat de aanvullende informatie van 16 februari 2026 en 3 maart 2026 niet heeft geleid tot een wijziging in de omstandigheden als bedoeld in artikel 11, tweede lid, OLW, terwijl de gegeven redelijke termijn in de zin van artikel 11, vierde lid, OLW inmiddels is verstreken.