ECLI:NL:RBAMS:2026:2836

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
13-332962-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 302 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering Nederlandse onderdaan op basis van Europees aanhoudingsbevel met detentiegaranties

De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 februari 2026 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Mechelen, voor een Nederlandse onderdaan verdacht van deelname aan een criminele organisatie en wederrechtelijke vrijheidsberoving. De opgeëiste persoon erkende zijn identiteit en beroep op de garantie van artikel 6 OLW Pro.

De Belgische autoriteiten gaven een terugkeergarantie dat de opgeëiste persoon na veroordeling zijn straf in Nederland mag ondergaan. Daarnaast werden uitgebreide individuele detentiegaranties verstrekt voor opsluiting in de gevangenis van Mechelen, waaronder voldoende leefruimte, afgescheiden sanitair en toegang tot dagactiviteiten, conform internationale standaarden.

Hoewel er een algemeen gevaar voor onmenselijke detentieomstandigheden in België bestaat, oordeelde de rechtbank dat de individuele garanties voldoende zijn om dit risico voor de opgeëiste persoon weg te nemen. De raadsman had om aanhouding van de zaak gevraagd voor aanvullende informatie, maar de rechtbank vond dit niet noodzakelijk.

De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en geen weigeringsgronden aanwezig zijn. De overlevering wordt toegestaan en de in beslag genomen telefoon wordt aan de Belgische autoriteiten overgedragen.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de Nederlandse onderdaan aan België toe onder de gegeven garanties.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-332962-25
Datum uitspraak: 11 maart 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 19 december 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 5 december 2025 door de rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Mechelen, België (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats],
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres],
nu gedetineerd in [detentieadres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 25 februari 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. N. Hendriksen, advocaat in Hoorn.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel bij verstek afgeleverd op 5 december 2025 door een Onderzoeksrechter met kenmerk 2025/027.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Belgisch recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]
Het EAB houdt verder een verzoek in om inbeslagname en afgifte van de voorwerpen die zijn aangetroffen in het bezit van de opgeëiste persoon bij zijn arrestatie.

4.Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
deelneming aan een criminele organisatie;
ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving en gijzeling.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn gezinsleven en zijn belangen in Nederland gevestigd. [4]
Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
Het Parket van de procureur des konings Antwerpen, afdeling Turnhout heeft op 13 februari 2026 de volgende garantie gegeven:
“Overeenkomstig artikel 5 §3 van het kaderbesluit van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel, bied ik u de garantie voor de terugkeer naar Nederland van de door u over te leveren Nederlandse onderdaan of ingezetene, in casu [opgeëiste persoon].
Deze garantie houdt in dat, eens betrokkene in België onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel is veroordeeld, deze persoon naar Nederland zal terugkeren om zijn straf of maatregel aldaar te ondergaan. De terugkeer zal gebeuren op basis van het Europees Kaderbesluit inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen uitgesproken in een lidstaat van de Europese Unie (2008/909/JBZ).”
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

7.Artikel 11 OLW Pro; detentieomstandigheden

Inleiding
Bij uitspraak van 14 december 2022 heeft de rechtbank in een andere zaak geoordeeld dat ten aanzien van alle detentie-instellingen in België een algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden worden onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling, gelet op de detentieomstandigheden in België, en dat daarom de tot dan toe verstrekte algemene detentiegarantie niet meer voldoet. [5]
Bij brief van 13 februari 2026 van het Directoraat-generaal Wetgeving, Fundamentele rechten en Vrijheden, Dienst internationale samenwerking in strafzaken - Centrale autoriteit, is de volgende garantie gegeven:
“1. In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon gedetineerd worden?
[opgeëiste persoon] zal worden opgesloten in de gevangenis van Mechelen indien na overlevering door de bevoegde gerechtelijke autoriteit wordt beslist dat de persoon in voorlopige hechtenis dient te blijven.
2. Welke waarborgen worden gegarandeerd inzake de detentieomstandigheden in de detentie-instelling?
België garandeert dat de opgeëiste persoon na overlevering zal worden opgesloten in een instelling en op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder relevante internationale standaarden (o.a. CPT standaarden) met in begrip van voldoende individuele leefruimte, afgescheiden sanitair en dagactiviteiten buiten de cel.
In deze zaak garandeert België de volgende waarborgen inzake de detentieomstandigheden waar [opgeëiste persoon] aan zal worden onderworpen na overlevering:
- De opgeëiste persoon zal niet worden opgesloten in een cel met minder dan 3 m2 individuele levensruimte.
Dit geldt zowel indien de opgeëiste persoon in een eenpersoons- als in een meerpersoonscel zou worden opgesloten.
- De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel is 9 m2 inclusief vast meubilair.
o De sanitair blokken omvatten een wasbak en een toilet dat is afgescheiden van de rest van de cel door een muur of scherm
o Het vast meubilair omvat onder andere een tafel, kast, bed en bureau.
- De opgeëiste persoon zal een bed ter beschikking hebben en zal bijgevolg niet op grond hoeven te slapen.
- Er worden verschillende dagactiviteiten buiten de cel voorzien. Deze activiteiten omvatten in ieder geval regelmatige wandelingen in een open koer en familiebezoeken alsook toegang tot gemeenschappelijke ruimtes. Aanvullende activiteiten zoals sport en arbeid zijn onderhevig aan aanzienlijke wachtlijsten.

3. Sanitaire en hygiëne omstandigheden

Als algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan dewelke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren van de kwaliteit de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren. De medische zorg binnen de gevangenismuren is van gelijke kwaliteit als de medische zorg die wordt verstrekt buiten de gevangenismuren.”

In twee andere overleveringszaken heeft deze rechtbank bij tussenuitspraken van 3 en 10 februari 2026 [6] vragen gesteld aan de Belgische autoriteiten naar aanleiding van een interview met de directeur van de detentie-instelling in Mechelen waarin de directeur aangaf dat er in de gevangenis zeer grote problemen waren vanwege de overbevolking. De officier van justitie heeft bij mail van 24 februari 2026 een geanonimiseerde brief van het Directoraat-generaal Wetgeving, Fundamentele rechten en Vrijheden, Dienst internationale samenwerking in strafzaken - Centrale autoriteit van 18 februari 2026 uit een andere overleveringszaak overgelegd waarin het volgende is vermeld omtrent detentiegaranties die de gevangenis in Mechelen betreffen:
“(…) De in het interview vermelde elementen wijzigen niets aan onze verplichting: de detentiegaranties zullen volledig worden nageleefd. (…)
Voor personen die met detentiegaranties worden overgeleverd, wordt steeds gezorgd voor plaatsing in een cel die voldoet aan de gegarandeerde voorwaarden. Dit betekent dat zij worden ondergebracht in meerpersoonscellen die zowel minstens drie m2 persoonlijke ruimte per gedetineerde bieden als over afgescheiden sanitair beschikken, ongeacht de algemene overbevolkingssituatie.
Er zijn op dit moment geen aanwijzingen dat plaatsing in een andere detentie-instelling noodzakelijk zou zijn. De opgeëiste persoon zal derhalve in Mechelen worden ondergebracht, waar de naleving van alle verstrekte detentiegaranties op afdoende wijze kan worden verzekerd.”
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de behandeling van de zaak moet worden aangehouden om aanvullende informatie te verkrijgen van de directeur van de detentie-instelling in Mechelen. De raadsman heeft gesteld dat via een Belgische advocaat al vragen aan de directeur zijn uitgezet met betrekking tot de actuele situatie. De raadsman heeft aangevoerd dat de detentieomstandigheden in de gevangenis van Mechelen deplorabel zijn en heeft daartoe nieuwsartikelen, het rapport van de Commissie van Toezicht (CvT) van 2024 en een websitepagina van de Federale Overheidsdienst Justis overgelegd. De brief van 18 februari jl. is niet specifiek geschreven voor de opgeëiste persoon en geeft dus geen aanvullende verzekering dat de afgegeven garantie van 13 februari 2026 wordt nageleefd.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering kan worden toegestaan. De nieuwsartikelen die door de raadsman zijn overgelegd zien op de algemene situatie in de gevangenis van Mechelen. Zij bevestigen het algemene gevaar dat ook al door de rechtbank is aangenomen. Om die reden is een individuele detentiegarantie opgevraagd en verkregen. De verstrekte detentiegarantie volstaat. Uit de brief van 18 februari jl. blijkt dat de detentiegaranties door België worden nageleefd, ook in Mechelen. Bovendien komen er geen signalen naar buiten dat Nederlandse detentiegaranties niet worden nageleefd. De overgelegde nieuwsberichten maken dit niet anders. Er is geen enkele reden in deze zaak daar nog een keer navraag naar te doen. Tot slot volgt uit het door de raadsman overgelegde rapport van de Commissie van Toezicht van 2024 op pagina 5 dat overgeleverde gedetineerden een aparte status hebben binnen de gevangenis; ook hieruit volgt dat individuele detentiegaranties voor Mechelen worden nageleefd.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is, gelet op de individuele garantie van de Belgische autoriteiten van 13 februari 2026, van oordeel dat het vastgestelde reële gevaar van onmenselijke of vernederende omstandigheden voor de opgeëiste persoon is weggenomen en licht dit als volgt toe.
De rechtbank begrijpt de brief van 18 februari 2026 zo dat alle afgegeven detentiegaranties voor Mechelen in alle gevallen steeds worden nageleefd. Hiervoor is niet noodzakelijk dat in elke individuele zaak met betrekking tot Mechelen zo’n brief wordt overgelegd. De door de raadsman overgelegde algemene stukken over de situatie in Mechelen dateren van vóór de afgifte van de individuele detentiegarantie in deze zaak. Bovendien bevestigen deze enkel de gesignaleerde zorgwekkende omstandigheden en dus het al vastgestelde algemene gevaar. De informatie in die stukken duidt niet op een zodanige verslechtering van de omstandigheden dat er opnieuw moet worden getwijfeld of de voor de opgeëiste persoon verstrekte garanties wel kunnen worden nageleefd in Mechelen. Dit is met name niet het geval nu de Belgische autoriteiten in de brief van 18 februari 2026 hebben verzekerd dat de met betrekking tot Mechelen verstrekte garanties worden nageleefd. De rechtbank ziet geen aanleiding hierover nogmaals navraag te doen.
Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande aanvullende informatie van 13 en 18 februari 2026. Het voorgaande leidt er aldus toe dat met de brief van 18 februari 2026 ook de twijfels omtrent de detentiegarantie van 13 februari 2026 met betrekking tot de opgeëiste persoon zijn weggenomen. In de informatie van 13 februari 2026 is onder meer gegarandeerd dat de opgeëiste persoon zal worden geplaatst in een cel op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder met relevante internationale standaarden (onder andere de CPT-standaarden). De rechtbank zal het aanhoudingsverzoek daarom afwijzen.

8.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
Bij de aanhouding van de opgeëiste persoon is, zo blijkt uit het PV van 18 december 2025, onder de opgeëiste persoon een telefoon in beslag genomen. Hieruit volgt dat de afgifte van het in beslag genomen voorwerp aan de uitvaardigende justitiële autoriteit kan worden bevolen.

9.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 302 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 6, 7, 49 en 50 OLW

10.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Mechelen voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
BEVEELTde afgifte van de in beslag genomen voorwerpen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit, te weten: Apple Iphone, zwart (goednummer: PL1300-2025310950-6751265).
Deze uitspraak is gedaan door
mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,
mrs. C. Klomp en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J. Gauneau, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 11 maart 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 6 juni 2023, C-700/21, O. G. (