De rechtbank Amsterdam heeft op 18 maart 2026 een verzoek van de officier van justitie behandeld tot het verlenen van toestemming voor uitbreiding van de vervolging van een overgeleverde persoon uit Hongarije. Dit verzoek is ingediend op 20 mei 2025 en gewijzigd op 17 februari 2026. De overgeleverde persoon, geboren in 1973, is thans gedetineerd in Hongarije.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het verzoek voldoet aan de vereisten van artikel 8, eerste lid, van het Kaderbesluit 2002/584/JBZ en dat de stukken toereikend zijn om een beslissing te nemen met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging. De overgeleverde persoon is op 21 januari 2026 gehoord in aanwezigheid van zijn advocaat en heeft voldoende gelegenheid gehad om zijn opmerkingen en bezwaren kenbaar te maken.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek betrekking heeft op een feit waarvoor overlevering krachtens de Overleveringswet mogelijk was en wijst het verzoek toe. Hiermee verleent de rechtbank toestemming voor uitbreiding van de vervolging zoals bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, van de Overleveringswet.