Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. N.S. Levinsohn, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. W.A. Monster, naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
8.Beslag
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
- €13.112,50 aan de geleden schade vanwege een studievertraging van zes maanden (bedrag overeenkomstig het normbedrag uit de Letselschade Richtlijn Studievertraging);
- € 2.601,00 voor één jaar extra collegegeld vanwege de studievertraging;
- € 175,00 voor een zelfverdedigingscursus;
- € 18,09 voor een taxirit op 9 juni 2025.
17 maart 2021 [14] (een arrest waar ook door de benadeelde partij in haar verzoek tot schadevergoeding naar is verwezen). Uit de door de benadeelde partij overgelegde brief van klinisch psycholoog C.J.J. Poleij van 20 december 2025 blijkt dat een zelfverdedigingscursus het gevoel van mentale en fysieke kracht van de benadeelde partij kan versterken. De te volgen zelfverdedigingscursus kan daarmee een beperkende werking hebben op de door verdachte toegebracht immateriële schade zodat het rechtstreekse verband tussen deze kosten en het handelen van verdachte daarmee is gegeven.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
15 (vijftien) maanden.
ter beschikking zal worden gestelden stelt daarbij de volgende
voorwaarden:
Geen strafbaar feit plegen
Meewerken aan reclasseringstoezicht
Meewerken aan time-out
Niet naar het buitenland
Opname in een zorginstelling
Ambulante behandeling
Begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Drugsverbod
Alcoholverbod
Contactverbod
Dagbesteding
Meewerken aan schuldhulpverlening
dadelijk uitvoerbaaris.
de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en
onttrokken aan het verkeer:
€ 18.088,00 (achttienduizend achtentachtig euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.500,00 vanaf 27 maart 2025, over € 175,00 vanaf 22 december 2025 en over €14.413,00 vanaf 1 januari 2026 tot aan de dag van de algehele voldoening.
115 (honderdvijftien) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.